Posts tonen met het label studiekeuze. Alle posts tonen
Posts tonen met het label studiekeuze. Alle posts tonen

zaterdag 10 december 2022

Week 49 op het onderwijswetenschappen blog: VR, bevorderen van interculturele competenties, samenwerkend leren en meer


Wat kwam er deze week zoal voorbij op het onderwijswetenschappen blog? Geen tijd gehad om alles bij te houden? Geen probleem, hieronder zetten we alles nog even op een rij. En volgende week volgen uiteraard weer nieuwe posts.

  1. Maandag: Leren door te onderwijzen in virtual reality.
  2. Dinsdag: Bevorderen van interculturele competenties bij studenten in het hoger onderwijs.
  3. Woensdag: Leerlingen onderschatten de effectiviteit van retrieval practice, of toch niet?
  4. Donderdag: Adaptatie-ervaring: noodzakelijk voor teamsucces?
  5. Vrijdag: Hoe werkgeheugencapaciteit samenwerkend leren beïnvloedt.
  6. Zaterdag: Meer voorkennis, lagere taakcomplexiteit?

woensdag 30 november 2022

Van programmeren kun je rekenen leren?


Opinies zoals de opinie hierboven hoor je zeer geregeld. Niet zo vreemd ook als je bedenkt dat er een tekort is aan werknemers die kunnen programmeren. En zonder les in programmeren, kun je de programmeurs van de toekomst niet opleiden. Er wordt daarnaast ook vaak gewezen op de bijkomende voordelen van het leren programmeren. Zo wordt bijvoorbeeld verondersteld dat wanneer kinderen leren programmeren, ze beter worden in het oplossen van problemen en dat dit hen ook helpt bij het leren van rekenen en wiskunde. Een recente, omvangrijke studie uit Frankrijk probeert deze claim te onderzoeken middels een randomized controlled trial. In de experimentele groep werden rekenen- en wiskundeopgaven gekoppeld aan programmeeractiviteiten in Scratch. Opvallend is dat de resultaten laten zien dat de leerlingen in de programmeerconditie scoorden significant slechter op een post-test. Dit roept de vraag op of er sprake is van transfer naar het reken- en wiskundedomein bij het leren programmeren.



Het abstract
The aim of this study is to investigate whether a programming activity might serve as a learning vehicle for mathematics acquisition in grades four and five. For this purpose, the effects of a programming activity, an essential component of computational thinking, were evaluated on learning outcomes of three mathematical notions: Euclidean division (N = 1,880), additive decomposition (N = 1,763) and fractions (N = 644). Classes were randomly assigned to the programming (with Scratch) and control conditions. Multilevel analyses indicate negative effects (effect size range −0.16 to −0.21) of the programming condition for the three mathematical notions. A potential explanation of these results is the difficulties in the transfer of learning from programming to mathematics.

maandag 21 november 2022

Effecten van een korte lessenreeks om zelfregulatie te onderwijzen

Zelf-regulatie is de vaardigheid om je eigen leerproces te kunnen monitoren en controleren. Hoewel zelf-regulatie wordt gezien als een belangrijke vaardigheid die leerlingen in staat stelt om succesvol te studeren, is het niet duidelijk hoe deze vaardigheid op de beste manier ontwikkeld kan worden bij basisschoolleerlingen. In Nature Human Behaviour verscheen een interessante studie waarin de effecten zijn onderzocht van een korte lessenreeks op de zelf-regulatievaardigheden en leerprestaties van leerlingen in de onderbouw van de basisschool. De auteurs ontwikkelden vijf lessen gebaseerd op de principes van MCII, mental contrasting with implementation intentions. Dit komt erop neer dat je leert hoe je doelen stelt, bedenkt wat de positieve uitkomsten van het behalen van deze doelen zijn en hoe je eventuele obstakels bij het behalen van deze doelen tackelt. 


De uitkomsten van deze lessenreeks zijn onderzocht met behulp van een een randomized controlled trial en laten een duidelijk effect van de interventie op de zelfregulatievaardigheden en leerprestaties van leerlingen zien. Hiermee lijkt deze strategie een veelbelovende strategie voor het onderwijzen van zelfregulatievaardigheden bij jonge basisschooleerlingen.



Het abstract
Children’s self-regulation abilities are key predictors of educational success and other life outcomes such as income and health. However, self-regulation is not a school subject, and knowledge about how to generate lasting improvements in self-regulation and academic achievements with easily scalable, low-cost interventions is still limited. Here we report the results of a randomized controlled field study that integrates a short self-regulation teaching unit based on the concept of mental contrasting with implementation intentions into the school curriculum of first graders. We demonstrate that the treatment increases children’s skills in terms of impulse control and self-regulation while also generating lasting improvements in academic skills such as reading and monitoring careless mistakes. Moreover, it has a substantial effect on children’s long-term school career by increasing the likelihood of enroling in an advanced secondary school track three years later. Thus, self-regulation teaching can be integrated into the regular school curriculum at low cost, is easily scalable, and can substantially improve important abilities and children’s educational career path.

vrijdag 18 november 2022

Zorgwekkend nieuws uit Nationaal Cohortonderzoek: Nog steeds grote vertraging voor spelling en rekenen-wiskunde

Dat de schoolsluitingen in het basisonderwijs grote impact hebben gehad op Nederlandse basisschoolleerlingen was al een tijd duidelijk. Het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs volgt al tweeeneenhalf jaar de gevolgen van deze schoolsluitingen. Helaas zijn de cijfers die het NCO deze week presenteerden niet erg hoopgevend: bij de leerlingen die bij de start van de coronacrisis in groep 3, 4 of 5 zaten blijft de leergroei bij spelling en rekenen-wiskunde duidelijk achter.



donderdag 17 november 2022

Maak kennis met Onderwijswetenschappen: Nanocolleges over braingym, multitasken en de effecten van de schoolsluitingen

Vandaag en morgen zijn de open dagen van de Universiteit Utrecht. De kans om kennis te maken met de opleiding Onderwijswetenschappen. Vind je het leuk om wat mee te krijgen over onderwerpen waar onderwijswetenschappers zich mee bezighouden? Dan zijn de volgende drie nanocolleges interessant om te bekijken!





woensdag 16 november 2022

Lockdowns en schoolsluitingen hadden negatieve invloed op zelfeffectiviteit docenten-in-opleiding

Veel onderzoek naar de impact van schoolsluitingen en lockdowns richt zich op de gevolgen voor leerlingen. Maar ook voor docenten-in-opleiding hadden de schoolsluitingen en lockdowns een impact: onderwijs op de lerarenopleiding ging niet door of moest online gegeven worden en stages op school gingen niet door of moesten anders ingevuld worden. Een recente studie in Teaching and Teacher Education onderzoekt de impact van de schoolsluitingen op de zelfeffectiviteit van docenten-in-opleiding. Deze studie van Symesa, Lazaridesa en Hußnera onderzocht 201 docenten-in-opleiding. De resultaten van de studie laten zien dat zelfeffectiviteit van docenten-in-opleiding in een semester met schoolsluitingen minder toenam dan een vergelijkbaar cohort dat niet getroffen werd door schoolsluitingen. De auteurs nemen aan dat dit veroorzaakt wordt doordat deze docenten-in-opleiding minder praktische ervaring op konden doen. 

Het abstract

This study used latent growth curve models to examine the impact of the COVID-19 pandemic on the development of teacher self-efficacy in student teachers. Results indicate that the teacher self-efficacy of student teachers taught during the first COVID-19 lockdown increased significantly less across a semester compared to student teachers taught prior to the pandemic, who gained practical experience in schools. There may be a cohort of student teachers at risk of entering the profession with lower self-efficacy than is typical. Universities and schools may wish to provide additional practical experiences to compensate for the missed opportunities during the COVID-19 pandemic.

 

maandag 14 november 2022

Helpen games om wiskundeangst te verminderen?

Als je wiskundeangst hebt, dan vertoon je negatieve emoties bij het denken aan rekenen of wiskunde op een dusdanige manier dat het ook je prestaties beïnvloedt. Het idee bestaat dat het inzetten van game-based learning bij kan dragen aan het verminderen van wiskundeangst. In een recente meta-analyse zetten Dondio, Gusev en Rocha het beschikbare onderzoek op een rij. Deze meta-analyse is onlangs verschenen in het tijdschrift Computers & Education. Deze meta-analyse laat zien dat het effect van games op het reduceren van wiskundeangst klein is. Dit geldt vooral voor digitale games, bij "gewone" spellen, zoals kaart- of bordspellen, lijkt het reducerende effect wat groter te zijn.


Het abstract

In this paper, we present the first meta-analysis of the effectiveness of game-based interventions in reducing students’ levels of maths anxiety. After searching for randomised studies relevant to game-based intervention for maths anxiety, 22 effect sizes with 913 participants described in 15 peer-review articles met the selection criteria. A random-effects meta-analysis indicated a reduction of maths anxiety with a small-effect size (mean effect size ES = −0.24, CI = [ − 0.47, −0.01], marginally significant at 0.05 level but not robust to a leave-one-out sensitivity analysis. Several factors moderated the results: non-digital games were more effective, while digital games had a negligible mean effect size of ES = −0.10, CI = [ − 0.24, 0.03]. The effect size was also moderated by the total duration of the intervention, to the advantage of longer interventions, and by the type of gameplay: games had a greater effect on maths anxiety reduction when they promoted collaborative and social interactions. Such features were mainly present in non-digital games, while all bar one of the digital intervention used single-player games. The results obtained, particularly weak for digital games, indicated the need to develop and test games explicitly designed for math-anxious students to increase the impact of game-based interventions for anxious students. This will require the investigation of the relationship between game features and maths anxiety through analysing the behaviour of anxious and non-anxious students at play. Among the features that an anxiety-aware game could employ, we suggest collaborative gameplay, social interactions, adaptability, features promoting intrinsic motivation and embedding real-time measurements of maths anxiety.

zondag 13 november 2022

Schoolsluitingen vergrootten verschillen tussen leerlingen in Hongarije

Ook al zijn de schoolsluitingen al weer even geleden er verschijnt nog regelmatig onderzoek naar de effecten van deze schoolsluitingen. In de nieuwste uitgave van Learning & Instruction is een onderzoek naar de effecten van de schoolsluitingen op Hongaarse basisschoolleerlingen verschenen. Dit onderzoek onder 55.000 leerlingen liet zien dat ook in Hongarije de schoolsluiting negatieve effecten had op de ontwikkeling van leerlingen. Zo vonden de auteurs dat de schoolsluitingen een negatieve invloed hadden op beginnende gecijferdheid. Het onderzoek liet verder zien dat de negatieve effecten het grootst waren in de onderbouw. Bovendien bleken de schoolsluitingen de kansenongelijkheid verder te vergroten: de impact was het grootst op leerlingen met een lage SES.

Het abstract

Remote learning during the COVID pandemic has led to short- and long-term consequences for students' learning. So far, data on learning loss in early schooling have been limited. In this paper, we evaluate the effect of remote learning on 1st graders' school readiness skills and 2nd–8th graders’ performance in mathematics, reading and science using rich data collected in Hungary before and during the pandemic (n ≈ 55,000). The results show that kindergarten children and 1st–4th-grade students were significantly negatively affected by COVID restrictions compared to their older peers. This difference was extremely large in schools with a high share of disadvantaged students. More specifically, 1st–4th-grade low-SES students made little or no progress while learning from home.

woensdag 9 november 2022

Dagdromen tijdens colleges: Hoe vaak komt het voor en welk effect heeft het?

 

Na één van de eerste hoorcolleges die ik gaf liep ik na afloop door de zaal om te zien of er spullen waren achtergebleven en toen viel me op dat de bankjes op de achterste rijen bezaaid waren met kranten (dit was dus nog voordat iedereen een laptop of smartphone meenam de collegezaal in): deze studenten hadden blijkbaar tijdens het college wat anders gedaan dan meedoen en aantekeningen maken. En als er studenten de krant lezen tijdens het college, dan zijn er vast ook studenten die op andere manieren niet betrokken waren bij het college, bijvoorbeeld doordat ze aan het dagdromen waren. 

Onderwijsonderzoekers hebben meermaals onderzoek gedaan naar de frequentie van deze task-unrelated thoughts tijdens onderwijsactiviteiten in het hoger onderwijs. Ook is er meermaals onderzocht wat de impact hiervan is op leerprestaties. Dit onderzoek is recentelijk samengevat door Wong en collega's (2022): zij publiceerden in Contemporary Educational Psychology een meta-analyse waarin ze de vraag stellen hoe vaak dit dagdromen of deze task-unrelated thoughts voorkomt en wat de impact hiervan is op leerprestaties. 

De uitkomsten van dit onderzoek zijn dat studenten ongeveer 30% van de tijd task-unrelated thoughts hebben tijdens onderwijsactiviteiten. Het maakt daarbij niet uit om welke activiteiten het gaat: dit percentage ligt ongeveer even hoog voor het bekijken van een videocollege, het bijwonen van een hoorcollege of het lezen van een onderwijstekst. Helaas zijn er weinig studies die het dagdromen en de impact daarvan onderzoek tijdens andere onderwijsvormen zoals practica of interactieve werkgroepen. Wat het onderzoek wel duidelijk laat zien is dat deze task-unrelated thoughts negatief samenhangen met leerprestaties. De gemiddelde correlatie tussen task-unrelated thoughts en leerprestaties is -0.27.Het artikel bevat geen praktische implicaties (Wat kun je doen om te zorgen dat studenten minder dagdromen?), maar de auteurs geven wel aan dat het percentage van 30% als een benchmark zou kunnen dienen: als dit zo'n beetje het gemiddelde is, dan is het interessant om voor andere onderwijsvormen te onderzoeken of het percentage task-unrelated thought lager of hoger is dan 30% of om te onderzoeken of specifieke didactische ingrepen leiden tot lagere percentages.


Het abstract

The “costs” of task-unrelated thought (often referred to as mind-wandering) on performance in educational contexts have received growing theoretical and empirical attention in the last decade. Published articles on task-unrelated thought in educational contexts usually point out two important claims: 1) that task-unrelated thought occurs often during learning and 2) that task-unrelated thought shares a negative relationship with learning outcomes. However, the corresponding rates and effect sizes reported in the literature have been quite variable to date. We thus adopted a multi-level meta-analytic approach in order to provide baseline metrics for the frequency of task-unrelated thought in educational contexts and its relationship with learning outcomes across different learning tasks and assessments. Our analysis suggests that students are off-task about 30% of the time during educationally relevant activities, and the average relationship between task-unrelated thought and learning outcomes was in line with a small-to-medium practical effect, −0.27. No differences were observed between learning tasks and various moderators. The average rates and correlation values reported in this meta-analysis can be used as a benchmark for future research aiming to assess task-unrelated thought in education.

dinsdag 8 november 2022

Infographic: Aanpak van gelijke kansen in Amsterdam

Deze infographic van het Kohnstamm Instituut gaat in op de geleerde lessen van de Kansenaanpak VO van de gemeente Amsterdam. Belangrijkste succesfactoren zijn: individuele aandacht, betrokkenheid en routekaart interventie.



Make up your mind: Tweede meta-analyse laat sterker effect mindset interventies zien

Nog maar kort geleden verscheen er in Psychological Bulletin een meta-analyse over de effecten van mindset interventies op leerprestaties. Deze meta-analyse vond een klein effect van zulke interventies op leerprestaties en liet zien dat de gerapporteerde effecten groter waren wanneer auteurs zelf betrokken waren bij mindset interventies. 

Nu is er vrijwel gelijktijdig een tweede meta-analyse verschenen in hetzelfde tijdschrift. Opvallend is dat de onderzoekers onder leiding van Jeni Burnette wel een positief effect van mindset interventies rapporteren.

Het abstract

As growth mindset interventions increase in scope and popularity, scientists and policymakers are asking: Are these interventions effective? To answer this question properly, the field needs to understand the meaningful heterogeneity in effects. In the present systematic review and meta-analysis, we focused on two key moderators with adequate data to test: Subsamples expected to benefit most and implementation fidelity. We also specified a process model that can be generative for theory. We included articles published between 2002 (first mindset intervention) through the end of 2020 that reported an effect for a growth mindset intervention, used a randomized design, and featured at least one of the qualifying outcomes. Our search yielded 53 independent samples testing distinct interventions. We reported cumulative effect sizes for multiple outcomes (i.e., mindsets, motivation, behavior, end results), with a focus on three primary end results (i.e., improved academic achievement, mental health, or social functioning). Multilevel metaregression analyses with targeted subsamples and high fidelity for academic achievement yielded, d = 0.14, 95% CI [.06, .22]; for mental health, d = 0.32, 95% CI [.10, .54]. Results highlighted the extensive variation in effects to be expected from future interventions. Namely, 95% prediction intervals for focal effects ranged from −0.08 to 0.35 for academic achievement and from 0.07 to 0.57 for mental health. The literature is too nascent for moderators for social functioning, but average effects are d = 0.36, 95% CI [.03, .68], 95% PI [−.50, 1.22]. We conclude with a discussion of heterogeneity and the limitations of meta-analyses.

Hoe zijn deze verschillen te verklaren? Op het eerste gezicht maken deze meta-analyses andere keuzes: de meta-analyse van Burnette et al. heeft bijvoorbeeld minder studies geïncludeerd dan de studie van Macnamara en Burgoygne. Bovendien onderzoekt de meta-analyse van Burnette et al. niet alleen de effecten van mindset interventies op leerprestaties, maar bijvoorbeeld ook op mentaal welbevinden. Deze tweede meta-analyse kijkt dus breder naar de effecten van mindset interventies dan cognitieve leeruitkomsten. Nadere lezing van beide artikelen zal ongetwijfeld nog meer technische verschillen tussen beide meta-analyses aan het licht brengen. Dat is wellicht voor een andere blogpost. Voor nu is het in ieder geval interessant om te zien dat hoewel deze meta-analyse ook een bescheiden effect van mindset interventies op leerprestaties vindt, er wel een behoorlijk effect op mentaal welbevinden wordt gevonden in deze meta-analyse.

maandag 7 november 2022

Meta-analyse: Word je van community engaged learning een beter mens?

Veel universiteiten, en de Universiteit Utrecht is daar geen uitzondering op, zetten voor hun onderwijs en onderzoek in op het versterken de samenwerking tussen de samenleving en de universiteit. In het universitaire onderwijs worden er steeds vaker onderwijsactiviteiten of -project georganiseerd onder de noemer service learning of community engaged learning. Community engaged learning of service learning worden bovendien gezien als onderwijsvormen die bijdragen aan de vorming van studenten die bijvoorbeeld kunnen samenwerken met individuen met diverse achtergronden en die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. In een zeer recente meta-analyse van kwantitatieve studies en een meta-synthese van kwalitatieve studies wordt onderzocht wat het effect van deze vorm van onderwijs is op het empatisch vermogen van studenten. Zijn deze studenten bijvoorbeeld na het deelnemen aan community engaged learning beter in staat om zich in anderen te verplaatsen? Deze vormen van onderwijs lijken inderdaad een klein maar positief effect te hebben op het empathisch vermogen van studenten. Het aantal studies dat gebruikt maakte van een controlegroep en de methodologische kwaliteit van veel studies liet echter wel te wensen over. Een ander gevaar is dat in veel studies vooral gebruik wordt gemaakt van zelfrapportage. De auteurs doen dan ook een oproep aan onderzoekers van deze vormen van onderwijs om beter onderzoek te doen: "the field of research on service learning and empathy needs to address issues with the rigour of quantitative studies". 


Het abstract

Higher education institutions seek not only to prepare students for their chosen profession, but also to develop graduates that are civic minded and make a positive social impact. The purpose of this paper is to review the literature on whether participation in service-learning leads to students reporting increased empathy. The study also examines the features within a service-learning placement that contribute to development of empathy. The review followed the 2020 Preferred Reporting Items for Systematic Review and Meta-Analysis (PRISMA) statement. The authors searched Scopus, ERIC (EBSCOhost), PsycInfo, CINAHL, Web of Science, Medline Complete, Google Scholar and specific service-learning journals not indexed in major databases for studies published before Nov 23, 2020 that met the Bringle and Hatcher (1995) definition of service-learning and measured change in, or development of, empathy. Of 662 records identified, 35 met the inclusion criteria and were included in the review. Overall, across the 14 studies included in the meta-analysis, there was a significant small effect for increase in empathy for those who participated in service-learning compared to those who did not (g = 0.261) and from pre to post service-learning (g = 0.176). Across the 21 qualitative studies, the main feature which appeared to contribute to the development of students’ empathy was direct interactions with the community. This paper provides insight into the efficacy of service-learning as a pedagogy and contributes to our understanding of the educational value of service-learning for universities. We conclude with avenues for future research and implications for practice.

Wist je trouwens dat de bachelor Onderwijswetenschappen ook een cursus heeft die is gebaseerd op de principes van community engaged learning? In deze podcast kun je daar meer over horen! 



zondag 6 november 2022

Negatieve impact van schoolsluitingen op schrijfvaardigheid van basisschoolleerlingen

Over de impact van de schoolsluitingen als gevolg van het coronavirus is al veel geschreven. Een nieuw onderzoek, gepubliceerd in het Journal of Educational Psychology, beschrijft de impact van de schoolsluitingen in Noorwegen op de schrijfvaardigheid van leerlingen in groep 3. De schoolsluitingen in Noorwegen duurden 7 weken en tijdens deze periode gaven de Noorse leerkrachten online onderwijs. De studie van Skar, Graham en Huebner laat zien dat de schoolsluitingen een significante negatieve impact hadden op op de schrijfvaardigheid van leerlingen. De auteurs noemen hiervoor verschillende verklaringen: er was eerder sprake van emergency remote instruction dan van effectief ontworpen online onderwijs en veel jonge leerlingen hadden slechts minimaal contact met hun leerkracht tijdens de schoolsluitingen.

Het uit het abstract:

The coronavirus disease 2019 (COVID-19) pandemic and the sudden cancellation of in-class instruction for many students around the world presented an unprecedented disruption in children’s education. As the COVID-19 pandemic took form, multiple concerns were raised about the potential negative impact on students’ learning. The current study examined this proposition for children’s writing. We compared the quality of writing, handwriting fluency, and attitude toward writing of first grade Norwegian students during the COVID-19 pandemic (421 girls, 396 boys), which included emergency remote instruction for almost 7 weeks, with first grade students in the same schools a year before the pandemic began (835 girls, 801 boys). After controlling for variance due to national test scores, school size, proportion of certified teachers, students per special education teacher, school hours per student, student gender, and native language, we found that students attending first grade during the pandemic had lower scores for writing quality, handwriting fluency, and attitude toward writing than their first grade peers tested a year earlier before the COVID-19 pandemic emerged. Implications for policy and instruction as well as future research are presented.

zaterdag 5 november 2022

Het staat in de cursushandleiding! Hoe designkenmerken van online cursussen samenhangen met studieprestaties

"Het staat in de cursushandleiding!" is een veel gehoord antwoord op vragen van studenten over de cursus. In een recent onderzoek in het tijdschrift Plos One onderzoeken Fischer en collega's de cursushandleidingen van 11 online cursussen. De premisse van het onderzoek is dat een goede cursushandleiding informatie geeft over belangrijke ontwerpkenmerken van de cursus (bv. de cursusdoelen, de manier waarop interactie is georganiseerd) en dat deze ontwerpkenmerken samenhangend zijn met studieprestaties van studenten. 

De auteurs komen tot een codeerschema dat vier belangrijke ontwerpkenmerken voor online cursussen bevat. Ze baseren zich hierbij op een kwalitatieve analyse van 11 cursushandleidingen van online cursussen die werden aangeboden door een Amerikaanse universiteit. Het uiteindelijke codeerschema bestond uit 23 codes gerangschikt onder vier categorieën: technologie, cursusorganisatie, leerdoelen en alignment en interpersoonlijke interacties.


Interassant is dat de auteurs vervolgens onderzoeken of het wel of niet voorkomen van bepaalde ontwerpkenmerken samenhangt met studieprestaties van studenten. Uit de analyse blijkt dat de ontwerpkenmerken cursusorganisatie en leerdoelen en alignment significante predictoren van studieprestaties zijn.

Het abstract:

The importance of online learning in higher education settings is growing, not only in wake of the Covid-19 pandemic. Therefore, metrics to evaluate and increase the quality of online instruction are crucial for improving student learning. Whereas instructional quality is traditionally evaluated with course observations or student evaluations, course syllabi offer a novel approach to predict course quality even prior to the first day of classes. This study develops an online course design characteristics rubric for science course syllabi. Utilizing content analysis, inductive coding, and deductive coding, we established four broad high-quality course design categories: course organization, course objectives and alignment, interpersonal interactions, and technology. Additionally, this study exploratively applied the rubric on 11 online course syllabi (N = 635 students) and found that these design categories explained variation in student performance.

Meta-analyse heeft forse kritiek op studies naar mindsetinterventies

Volgens de mindset-theorie presteren leerlingen die een groeimindset hebben beter dan leerlingen met een fixed mindset. Leerlingen met een groeimindset geloven dat hun kwaliteiten en mogelijkheden niet vaststaan, maar dat deze kunnen verbeteren door bijvoorbeeld oefening en inzet. Deze theorie heeft geleid tot interventies voor het onderwijs waar van dit principe gebruik wordt gemaakt. 

In Psychological Bulletin is onlangs een zeer kritische meta-analyse verschenen waarin de effecten van dit soort interventies zijn onderzocht. Deze meta-analyse van Macnamara en Burgoyne laat ziet dat het effect van dit soort interventies op leeruitkomsten weliswaar op het eerste gezicht significant is, maar ook zeer klein (d = 0.05). Bovendien bleek er met de methodologische kwaliteit van de studies ook van alles aan de hand. Wanneer enkel de studies van de hoogste kwaliteit geanalyseerd worden blijkt het gevonden effect nog kleiner en niet-significant. Opvallend én zorgwekkend is ook dat de auteurs constateren dat wanneer de betrokken onderzoekers een financieel belang hebben bij het rapporteren van positieve bevindingen er ook positievere resultaten gevonden worden. 

Het abstract van de studie:

According to mindset theory, students who believe their personal characteristics can change—that is, those who hold a growth mindset—will achieve more than students who believe their characteristics are fixed. Proponents of the theory have developed interventions to influence students’ mindsets, claiming that these interventions lead to large gains in academic achievement. Despite their popularity, the evidence for growth mindset intervention benefits has not been systematically evaluated considering both the quantity and quality of the evidence. Here, we provide such a review by (a) evaluating empirical studies’ adherence to a set of best practices essential for drawing causal conclusions and (b) conducting three meta-analyses. When examining all studies (63 studies, N = 97,672), we found major shortcomings in study design, analysis, and reporting, and suggestions of researcher and publication bias: Authors with a financial incentive to report positive findings published significantly larger effects than authors without this incentive. Across all studies, we observed a small overall effect: d¯ = 0.05, 95% CI = [0.02, 0.09], which was nonsignificant after correcting for potential publication bias. No theoretically meaningful moderators were significant. When examining only studies demonstrating the intervention influenced students’ mindsets as intended (13 studies, N = 18,355), the effect was nonsignificant: d¯ = 0.04, 95% CI = [−0.01, 0.10]. When examining the highest-quality evidence (6 studies, N = 13,571), the effect was nonsignificant: d¯ = 0.02, 95% CI = [−0.06, 0.10]. We conclude that apparent effects of growth mindset interventions on academic achievement are likely attributable to inadequate study design, reporting flaws, and bias.