zondag 25 juni 2023

Leren (door) de wereld te veranderen: (dis)continuïteiten in het leren van klimaatactivistische jongeren

Marlon, Dagmar en Noah werkten het afgelopen semester aan hun bachelorthesis voor de bacheloropleiding onderwijswetenschappen. Zij wonnen op 20 juni de prijs voor de beste bachelorthesis. Hierover schreven ze de onderstaande gastblog.

Afgelopen week kondigde Extinction Rebellion aan vanaf 9 september elke dag de A12 te blokkeren. Een mooi voorbeeld dat laat zien dat activisme toeneemt, omdat onder andere jongeren zich steeds meer zorgen maken over het klimaat en hun toekomst. Deze zorgen uiten zich in het willen veranderen van de status quo, op alle niveaus. Maar wat doet deze informatie op een blog van Onderwijswetenschappen? Dat komt omdat het klimaatactivisme gezien kan worden als een context waarbinnen geleerd wordt. Hoe deze context eruitziet, wat de leeropbrengsten zijn en hoe dit zich verhoudt met het dagelijkse leven van jongeren, hebben wij – Marlon, Dagmar en Noah – onderzocht in onze bachelorthesis.

Marlon, Dagmar en Noah wonnen dit jaar de prijs voor de beste bachelorthesis onderwijswetenschappen.

Met behulp van Anne van Leest en Larike Bronkhorst zijn wij aan de slag gegaan met het vormen van een theoretisch kader. Het werd als snel duidelijk dat het leven van jongeren zich in verschillende contexten afspeelt, zoals familie, vrienden, school en voor sommige jongeren de context klimaatactivisme. Uit de boundary-crossing theorie blijkt dat er zowel continuïteit als discontinuïteit kan zijn tussen deze contexten. Een voorbeeld van continuïteit is dat jongeren kennis opdoen over het klimaatsysteem dat gevoed is vanuit zowel het klimaatactivisme als een andere context, zoals bijvoorbeeld een les op school. Dit is tegenovergesteld aan discontinuïteit wat zich tussen de context van familie en klimaatactivisme bijvoorbeeld uit in dat ouders niet altijd positief staan ten opzichte van het klimaatactivisme van jongeren, omdat ze bezorgd zijn over de gevolgen van protesten. Wanneer er discontinuïteit plaatsvindt kan het leerproces tussen verschillende contexten doorbroken worden, wat invloed heeft op de leeropbrengsten.

Wat de invloed van (dis)continuïteiten is op het leerproces en de leeropbrengsten van jongeren in klimaatactivisme hebben we onderzocht aan de hand van twaalf semigestructureerde interviews met klimaatactivistische jongeren tussen de 19 en 25 jaar oud. Uit deze interviews blijkt dat er zowel continuïteit ervaren wordt als discontinuïteit. De meeste continuïteit wordt ervaren tussen de contexten klimaatactivisme en de context van familie en de context van vrienden. De meeste discontinuïteit wordt ervaren tussen de klimaatactivistische context en de context van familie gevolgd door de context van vrienden en school. De participanten omschrijven het klimaatactivisme als een collectief proces, waarin ze eigenaarschap ervaren over hun leren. Verder geven ze aan veranderingen door te maken op verschillende gebieden, zoals verandering van visie, zorgen en verdeling van tijd. Deze aspecten zijn kenmerken van een expansief leerproces dat zich uit in het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en identiteitsvorming. 

Deze en andere bevindingen staan uitgebreid beschreven in onze bachelorthesis die wij afgelopen dinsdag 20 juni tijdens de congresdag afgesloten hebben met een posterpresentatie. Een leuke verrassing op deze afsluitende dag was het nieuws dat wij de prijs hebben gekregen voor beste bachelorthesis Onderwijswetenschappen 2022-2023, vanwege het vernieuwende onderwerp, sterk theoretisch kader en goed verantwoorde kwalitatieve onderzoeksopzet. We kijken met trots terug op het afgelopen halfjaar én natuurlijk de drieënhalf jaar daarvoor. We sluiten hiermee onze bachelor Onderwijswetenschappen af en gaan met vertrouwen de toekomst tegemoet dankzij de fijne tijd die we bij Onderwijswetenschappen gehad hebben. Trouw schreef op 11 maart 2023 het artikel: ‘Waarom activisme ook in de klas belangrijk is. ‘Daarmee geven jongeren hun eigen toekomst vorm’'. Zo zie je dat onderwijs en toekomst nauw met elkaar verbonden zijn, ook op het gebied van klimaatactivisme. 


zondag 11 juni 2023

Leesvaardigheid wereldwijd onder druk door schoolsluitingen

Een nieuwe studie werpt licht op de invloed van de schoolsluitingen als gevolg van de coronapandemie op  de leesvaardigheden van leerlingen. Hoewel het nog slechts een preprint betreft en de studie dus nog peer review moet ondergaan, zijn de gegevens die onderzoekers van de Universiteit van Hamburg deelden alvast interessant. De onderzoekers gebruikten gegevens uit het wereldwijd uitgevoerde PIRLS onderzoek om de effecten van schoolsluitingen op leesvaardigheid te onderzoeken. Deze studie laat zien dat er een significante negatieve samenhang is tussen het aantal dagen dat scholen gesloten waren en de prestaties op de PIRLS toetsen. De onderzoekers concluderen:

We estimate that an additional day of school closures is associated with a 0.14 PIRLS scale point decline in student reading performance. On average, countries in our sampleclosed schools for 110 days. To put our estimated effect size into context, this would imply that, the average country’s average student reading achievement declined about 15 points more than a country that did not close schools.

Met 108 dagen durende schoolsluitingen is de geconstateerde daling van Nederlandse leerlingen op de PIRLS toetsen mogelijk ten dele verklaard. De onderzoekers constateren ook dat de effecten van de schoolsluitingen groter zijn voor leerlingen met een lagere sociaal-economische status of voor leerlingen met beperkte toegang tot computers.




Het abstract

The COVID-19 pandemic disrupted education worldwide as educational systems made the decision to close schools to contain the spread of the virus. The duration of school closures varied greatly internationally. In this study, we use international variation in school closure policies to examine the effects of school closures on student achievement. Specifically, we use representative trend data from more than 300,000 students in 29 countries to examine whether the length of school closures is related to changes in student achievement before and after the outbreak of COVID-19. We observe a significant and substantial negative effect of school closures on student reading achievement. The estimated effect implies that a year of school closures corresponds roughly to the loss of a little more than half a school year of learning. This effect is even more pronounced for socioeconomically disadvantaged students and those without home computer access.

We estimate that
an additional day of school closures is associated with a 0.14 PIRLS scale in student reading performance. On average, countries in our sample
closed schools for 110 dayss average student reading achievement
declined about 15 points more than a country that did not close schools

vrijdag 9 juni 2023

Gastblog: ResearchED 2023: Een bijzondere onderwijsdag

De kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk dichten en pseudowetenschap tegengaan: dit is het doel van researchED. Dit congres is wereldwijd al meerdere malen georganiseerd in onder andere New York, Londen, Sydney en Amsterdam, en dit keer in Nijkerk. Inmiddels is het een traditie geworden dat studenten van de bachelorcursus ‘Inleiding Onderwijswetenschappen’ aan de Universiteit Utrecht elk jaar de kans krijgen om toegangskaartjes te winnen naar het congres. Daardoor kunnen studenten alvast een inkijk krijgen in het onderwijsonderzoek in de praktijk. Dit jaar waren wij -eerstejaars Onderwijswetenschappen studenten Judith en Linda – de gelukkigen die op zaterdag 11 maart dit congres mochten bezoeken.

Met maar liefst 14 parallelsessies in 7 rondes was het lastig kiezen welke sprekers we wilden bezoeken. Leren over curriculumontwikkeling of kijken naar hoe een middelbare school smartphonevrij is geworden? Nadenken over formatief handelen of het welbevinden van leerlingen?

In de sessies kwamen meerdere thema’s van de studie Onderwijswetenschappen terug. Ook al waren wij pas een halfjaar bezig met de studie, merkten we dat we al voldoende basiskennis hadden om volwaardig deel te kunnen nemen aan de sessies. Onze kennis over leertheorieën en de werking van het geheugen kwam goed van pas in bijvoorbeeld de sessies van Jan Tishauser en Paul Kirschner. Zij vertelden over de kracht van herhaling en over generatieve strategieën die toegepast kunnen worden om ‘wenselijke moeilijkheden’ te creëren.

In de opleiding werken we vaak met de aggregatieniveau’s van Martin Valcke om verschillende onderwijskwesties vanuit meerdere perspectieven te kunnen bestuderen. Dit model gebruikte ook onderwijssocioloog Iliass el Hadioui in zijn sessie om het debat over kansengelijkheid in kaart te brengen: wat gebeurt op elk niveau en op welk niveau moeten/kunnen problemen opgelost worden?

Onderwerpen als schooleffectiviteit, instructieontwerp en het curriculum zijn veelbesproken thema’s in de opleiding en werden op verschillende manieren in de sessies met elkaar verbonden. Zo werden tijdens twee sessies over curriculumontwikkeling het ADDIE model benoemd, maar ook het formuleren van doelen en de uitwerking daarvan in een landelijk curriculum. De praktijkervaring van de sprekers en de voorbeelden die zij gaven waren dus erg helpend om de theorie die tot nu toe besproken is in de opleiding te koppelen.

Ook konden we veel leren van sessies waar we in eerste instantie niet voor zouden hebben gekozen. Zo is in ronde twee Judith terecht gekomen bij een sessie over jeugdliteratuur in plaats van de sessie over kansenongelijkheid. Toch heeft juist deze sessie enorm geïnspireerd. De spreker vertelde over een postdoconderzoek dat zij uitvoert op pabo en onderbouwde haar keuzes over bijvoorbeeld de dataverzameling en vormgeving hiervan door middel van concrete voorbeelden. Deze praktijkvoorbeelden maakten het geleerde uit cursussen over statistiek en onderzoeksmethoden veel tastbaarder.

In ronde drie zag Linda te laat dat haar gekozen sessie ‘EDI bij NT2’ eigenlijk op leerkrachten vanuit het primair onderwijs gericht was, in plaats van een algemene benadering. Het doel van de sessie was om leerkrachten praktische tips en inzichten te geven over hoe ze het beste een leerling die nog nauwelijks Nederlands spreekt kunnen ondersteunen. Ondanks dat ze van de tips van sessieleider Maja Zuiderveld niet rechtstreeks gebruik kan maken, was deze sessie toch waardevol. Want ResearchED geeft je niet alleen inzicht in onderwijswetenschappelijke kwesties maar ook een breed scala aan beroepen die je na het afronden van de opleiding kan doen. Deze sessie gaf het mooie voorbeeld van een onderwijswetenschapper die als trainer bijdraagt aan de professionalisering van leerkrachten.

De dag eindigde met de presentatie van Pedro De Bruyckere. Zijn manier van presenteren heeft ons enorm geïnspireerd. In zijn presentatie hield hij veel rekening met de belasting van het werkgeheugen en de multimedia principes van Mayer door enkel signaalwoorden op zijn slides te vermelden. Zijn boodschap was helder: verzamel alleen ‘bruikbare’ data; weet wat je rapporteert en met welk doel. In deze boodschap heeft hij naar onze mening bewustwording bij iedereen die betrokken is bij onderwijs gecreëerd en op deze manier bijgedragen aan het dichten van de kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk. Ook wij als studenten Onderwijswetenschappen horen hierbij. Onderwijsonderzoek moet uiteindelijk een verschil kunnen maken in de praktijk. Deze boodschap nemen wij dus zeker mee in onze eigen (studie) loopbaan.

Benieuwd naar meer? Neem zelf een kijkje: aftermovie ResearchED 2023


Deze gastblog is geschreven door Linda Börzsei en Judith van der Wolf. Zij zijn eerstejaarsstudenten van de bachelor onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht

zaterdag 13 mei 2023

Hoe het maken van outlines je leerproces kan ondersteunen

Het maken van outlines is een manier om de hoofdideeën en kernpunten van een tekst samen te vatten en te organiseren in een hiërarchische en lineaire structuur. Het kan je helpen om de tekststructuur te doorgronden en om te zien hoe de informatie samenhangt.

Maar hoe effectief is het maken van outlines eigenlijk? Een recente meta-analyse van Ponce, Mayer en Méndez (2023) gepubliceerd in Educational Research Review toont dat het maken van outlines effectief kan zijn. Bovendien blijkt het bestuderen van een door de docent gemaakte outline ook effectief te zijn. De auteurs onderzochten 36 studies die het het maken van outlines vergeleken met een controlegroep die alleen een tekst bestudeerde. Ze vonden dat:

  • Outlines maken als een leerstrategie (de leerling maakt zelf de outline) had positieve effecten op leerprestaties. Dit betekent dat leerlingen die gevraagd werden om een outline te maken tijdens het lezen van een tekst of voor het schrijven van een essay beter presteerden dan studenten die geen outline maakten.
  • Outlines als een instructieontwerpkenmerk (de leerling gebruikt een door de leerkracht aangeboden outline) had positieve effecten op het onthouden van informatie, maar gemengde effecten op het begrijpen van informatie. Dit betekent dat leerlingen die een tekst lazen die een outline bevatte beter presteerden op geheugentests dan leerlingen die dezelfde tekst zonder outline lazen, maar niet noodzakelijk beter op begripstoetsen.

De auteurs verklaren deze bevindingen met behulp van de generatieve leerttheorie, die stelt dat betekenisvol leren plaatsvindt wanneer leerlingen zich bezighouden met geschikte cognitieve processen tijdens het leren, zoals het selecteren, organiseren en integreren van informatie. Het maken van outlines als een leerstrategie stimuleert deze cognitieve processen door leerlingen te verplichten om de tekst om te zetten in een gestructureerde en georganiseerde samenvatting. Outlines als een instructieontwerpkenmerk stimuleren het selectieproces door de belangrijke informatie in de tekst te benadrukken, maar stimuleren misschien niet een voldoende hoog niveau van organiserende en integrerende processen bij de leerlingen.

Het abstract
Learning from printed text is a central academic task that may be challenging for students. Two ways to improve learning from text are to encourage learners to engage in generative learning strategies while reading, such as constructing an outline, or for instructors to include effective instructional design features, such as providing an outline with the text. A meta-analysis of studies comparing a group that was asked to generate an outline while reading a text to a control group that was not asked to outline found an average effect size of g+ = 0.59 on memory tests, g+ = 0.59 on comprehension tests, and g+ = 0.52 on writing assignments favoring learner-generated outlining. A meta-analysis of studies comparing a group that read a text containing an outline with a control group that read the same text without an outline found an effect size of g+ = 0.61 for memory tests and g+ = 0.34 for comprehension tests favoring instructor-provided outlining. Overall, there is encouraging evidence for the effectiveness of outlining as a generative learning strategy and for the effectiveness of outlining as an instructional design feature based on signaling, consistent with generative learning theory.

donderdag 11 mei 2023

Begrijpend lezen over begrijpend lezen: PIRLS komt eraan!

Dit jaar zullen we twee keer te weten komen hoe het wereldwijde onderwijs er voor staat. In december publiceert de OESO (de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) met een jaar vertraging hun driejaarlijkse PISA-cijfers.  En komende dinsdag al worden de PIRLS-resultaten bekendgemaakt. In deze voorbeschouwing staan we stil bij de gelijkenissen en verschillen tussen beide internationale tests en bespreken we ook welke uitkomsten de interessantste zijn om naar uit te kijken.

PISA is wellicht de bekendste van alle internationale vergelijkingen. De OESO meet al sinds 2000 elke drie jaar verschillende domeinen bij vijftienjarigen. Denk dan aan rekenen, economie, wetenschap, begrijpend lezen, … PISA wil hierbij bewust los staan van de curricula van de verschillende landen en probeert zich vooral te richten op het probleemoplossend vermogen van de jongeren.

PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study) is ook een internationaal vergelijkend onderzoek. De focus van dit vijfjaarlijkse onderzoek ligt in dit geval specifiek op de leerlingenprestaties in begrijpend lezen bij leerlingen in groep 6 van de basisschool (in Vlaanderen is dat het vierde leerjaar). De coördinatie is in handen van de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA), een organisatie die bijvoorbeeld ook de TIMSS-vergelijkingen (die over prestaties op de exacte vakken gaat) afneemt.

Omdat ze eens in de zoveel jaar worden afgenomen, kun je met PISA en PIRLS heel mooi trends in de leerprestaties van je land of regio waarnemen. Ook kunnen we de leerprestaties van onze leerlingen vergelijken met de (r)evoluties in de rest van de wereld. Dit is soms de meer omstreden valkuil van dergelijke internationale vergelijkingen, omdat er ontzettend veel verschillende oorzaken kunnen zijn waarom een bepaalde regio of land vooruit dan wel achteruit gaat. Wat noch PIRLS, noch PISA namelijk kunnen tonen, is wat de oorzaak is van veranderingen. Ze kunnen hoogstens verbanden tonen met bepaalde kenmerken. Je kunt deze onderzoeken dan ook beschouwen als een soort thermometer die je wel vertelt dat je koorts hebt, maar niet welke ziektekiem je lichaamstemperatuur heeft doen laten oplopen.

Toch zijn beide onderzoeken wel meer dan zo’n eenvoudige thermometer. In de onderzoeken worden steeds andere elementen meegenomen, zoals bijvoorbeeld de sociaal-economische status van de leerlingen, hoe het leesonderwijs verloopt, enzovoorts. Hiermee kunnen we bijvoorbeeld zien of onderwijs al dan niet meer gelijke kansen geeft.

Dus wat kunnen we dinsdag verwachten? Nou, het is niet heel moeilijk om pessimistisch te zijn. Tussen PIRLS 2001 en 2006 was er een behoorlijke daling voor Nederland te zien. Daarna bleven de resultaten relatief stabiel. Wel daalde Nederland relatief gesproken ten opzichte van andere regio’s, omdat die regio’s zich de afgelopen jaren verbeterden. Historisch scoort Nederland nog wel goed door de kleine verschillen tussen de prestaties van zwakkere en sterkere lezers.



Maar toch is er reden voor ongerustheid… we weten namelijk uit PISA 2018 dat het aantal jongeren dat ‘functioneel analfabeet’ het onderwijs verlaat toeneemt. Onderzoek van de Stichting Lezen & Schrijven in 2019 liet ook zien dat analfabetisme een groeiend probleem is. Maar bovenal… er was een pandemie die sporen zal hebben nagelaten in de resultaten. PIRLS heeft in tegenstelling tot PISA de afname van het onderzoek niet uitgesteld, dus de leerlingen maakten de test middenin de corona-crisis. De mogelijke effecten hiervan op verschillende regio’s zijn moeilijk te voorspellen, maar waarschijnlijk eerder negatief dan positief. Eind vorig jaar bijvoorbeeld kwam de onderwijsinspectie nog met het bericht dat het ‘beroerd is gesteld met de leesvaardigheid van basisscholieren’. PIRLS zal hier ongetwijfeld een duidelijker beeld over schetsen.

De afgelopen jaren is er behoorlijk wat aandacht geweest voor begrijpend lezen. Denk aan de roemruchte aflevering van Zondag met Lubach of het Leesoffensief. Verder is er toenemende aandacht voor de zogenaamde basisvaardigheden, waarvan lezen er één is. Zullen we hier dan al effect van merken? Mogelijk is het nog te vroeg. Effecten van beleid laten soms jaren op zich wachten. Maar deze kunnen net ook vandaag lijden onder de mogelijke effecten van de pandemie. Stel je even voor: Nederland deed het stilletjes aan wel beter mocht er geen corona geweest zijn. Dan zien we komende dinsdag wel een dalende lijn, maar die zou zonder het beleid misschien nog meer gedaald zijn!

Een ding is dus zeker: welke resultaten we dinsdag ook te horen krijgen, de kans is groot dat er daarna vooral gespeculeerd zal worden over het waarom ervan. Reden genoeg om uit te kijkennaar de resultaten van PIRLS!


Deze blog is geschreven door: Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en Arjan van Tilborg

Pedro, Casper en Arjan zijn alle drie onderwijsonderzoeker en geven als docent les bij de bacheloropleiding onderwijswetenschappen, de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs en de masteropleiding Educational Sciences van de Universiteit Utrecht

woensdag 10 mei 2023

Leerlingparticipatie doet ertoe: Een videostudie naar klassikale discussie en leerprestaties

Hoe kun je je leerlingen stimuleren om meer deel te nemen aan klassikale discussies? Een recent onderzoeksartikel van Decristan, Jansen en Fauth (2023) gaat in op deze vraag. Het artikel rapporteert over twee studies waarin de auteurs onderzochten hoe de kenmerken van leerlingen (bijvoorbeeld hun voorkennis, interesse en zelfconcept) hun deelname aan klassikale discussies beïnvloeden, en hoe hun deelname hun leerresultaten beïnvloedt. De studies gebruikten video-opnames van wiskunde- en natuurkundelessen in het basis- en voortgezet onderwijs, en codeerden verschillende soorten leerlingparticipatie, zoals je hand opsteken, antwoorden op vragen of commentaar geven. De studies gebruikten ook gestandaardiseerde tests om de prestaties van de leerlingen voor en na de lessen te meten.


De belangrijkste bevindingen van het artikel zijn:

  • Leerlingen met een hogere voorkennis, interesse en zelfconcept namen vaker deel aan klassikale discussies dan leerlingen met minder voorkennis, interesse en zelfconcept. 
  • Leerlingen die vaker deelnamen aan klassikale discussies lieten hogere leerwinst zien dan leerlingen die minder vaak deelnamen.
  • De effecten van participatie op het leren waren sterker wanneer leerlingen het gesprek starttenin plaats van wanneer leraren het startten.
De resultaten laten zien dat leerlingparticipatie tijdens klassikale discussie belangrijk is voor het leren in de klas, omdat het de betrokkenheid van de leerlingen verhoogt. De onderzoekers merken op dat leraren mogelijkheden kunnen creëren voor leerlingen om actief en deel te nemen aan klassikale discussies, en hiervoor strategieën kunnen gebruiken zoals vragen stellen, scaffolding en feedback om  zo het leren van hun leerlingen te ondersteunen.

Het abstract

Students’ participation in whole-class discourse is an important feature of classroom learning. Within socio-cultural research, two explanations for this connection can be emphasised: students’ engagement and teacher-student verbal interaction. We suggest a video-based coding scheme that can be specifically connected with each theoretical strand by distinguishing between student-guided and teacher-guided participation. The aim is to explore the conditions (student characteristics) and consequences (student learning) of both types of classroom participation. The results of two video studies with standardised pre- and post-assessments – one in secondary school mathematics (932 students, 40 classes) and one in primary school science (681 students, 35 classes) – emphasise both the relevance of students’ prior knowledge for participation in whole-class discourse and the role of student-guided participation in learning.

zondag 7 mei 2023

Vooruitkijken naar De Staat van het Onderwijs 2023

Op woensdag 10 mei verschijnt De Staat van het Onderwijs. Dit is een jaarlijks rapport van de Inspectie van het Onderwijs. In dit rapport wordt de kwaliteit van het onderwijs in Nederland geëvalueerd en worden trends, ontwikkelingen en uitdagingen in het onderwijs besproken. Het rapport biedt een overzicht van de prestaties van leerlingen en studenten en van de kwaliteit van scholen en opleidingen. Het doel van het rapport is om beleidsmakers, onderwijsprofessionals en het publiek te informeren over de staat van het onderwijs in Nederland en om aanbevelingen te doen voor verbetering.

De laatste edities van De Staat van het Onderwijs schetsen een zorgwekkend beeld van het Nederlandse onderwijs:

  • De basisvaardigheden van leerlingen vertonen al een tijd een neergaande trend. De coronacris heeft dit probleem vergroot en met name voor leerlingen die uit moeilijke omstandigheden komen of extra ondersteuning nodig hebben.
  • De sociaal-emotionele ontwikkeling en met mentale welzijn van leerlingen is door de coronacrisis negatief beïnvloed. Vooral de schoolsluitingen en het beperkte contact met leeftijdgenoten speelde hier een belangrijke rol in. Dit heeft ook gevolgen gehad voor de betrokkenheid en motivatie van leerlingen.
  • Het lerarentekort vormt een grote bedreiging voor de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs. 
  • Het Nederlandse onderwijssysteem heeft in toenemende mate moeite om gelijke kansen te bieden aan alle leerlingen. Er zijn nog steeds aanzienlijke barrières die worden opgeworpen voor specifieke groepen leerlingen. Dit geldt voor leerlingen die extra zorg nodig hebben, maar ook nieuwkomers en leerlingen met een niet-Westerse achtergrond.

Wat kunnen we dan verwachten in de 2023 editie van dit rapport? Waarschijnlijk zal de onderwijsinspectie aandacht blijven vragen voor de basisvaardigheden van leerlingen. De Nederlandse overheid heeft recentelijk maatregelen genomen om de trend te keren. Zo trekt de overheid 1 miljard euro uit om basisvaardigheden te versterken. Scholen kunnen subsidie en extra hulp aanvragen om hun onderwijsaanbod en -kwaliteit te versterken. De subsidie moet worden besteed aan een wetenschappelijk onderbouwde aanpak die past bij de school.

Het ligt niet voor de hand om te verwachten dat de inspectie constateert dat neergaande trend van de basisvaardigheden inmiddels is gekeerd. Waarschijnlijk zal het enkele jaren duren voordat het ingezette beleid tot duidelijk zichtbare resultaten gaat leiden. Het is daarbij maar zeer de vraag of de regering haar ambitie op het gebied van het versterken van de basisvaardigheden wel kan realiseren, nu duidelijk is geworden dat er bezuinigingen op het onderwijs gaan komen. Opgeteld gaat het om zo’n miljard euro aan bezuinigingen. Zorgwekkend is bijvoorbeeld dat de regering de lonen van leraren niet mee wil laten stijgen met de inflatie. Naar verwachting zal dit het vak niet aantrekkelijker maken en mogelijk het lerarentekort verder doen oplopen. Met alle negatieve gevolgen van dien voor het onderwijs en de onderwijskwaliteit. Het is niet onwaarschijnlijk dat de onderwijsinspectie daarom over enkele jaren zal concluderen dat de maatregelen die zijn ingevoerd om de basisvaardigheden van leerlingen te versterken niet hebben gewerkt, doordat door het lerarentekort de onderwijskwaliteit is gedaald.


maandag 24 april 2023

Zombie ideas + lethal mutations = escalatie?

Op dit blog bespraken we al enkele keren het concept leerstijlen. Het uitgangspunt bij leerstijlen is het idee dat mensen verschillende manieren om te leren en informatie verwerken hebben en dat het onderwijs op deze leerstijlen zou moeten worden afgestemd. Sommige leerlingen zouden visuele leerders zijn, andere auditieve, enzovoorts. Je zou kunnen zeggen dat leerstijlen een "zombie idea" zijn: ideeën of concepten waarvan keer op keer is aangetoond dat ze incorrect zijn, maar die desondanks niet willen verdwijnen. 

Dan heb je ook nog het begrip mutatie. Jones en William spreken zelfs over lethal mutations. Lethal mutations zijn het resultaat van het aanpassen een evidence-based onderwijsaanpak op zo'n manier dat deze niet meer effectief is of zelfs contraproductief is. In een recente publicatie worden enkele van deze mutaties van retrieval practice beschreven: bijvoorbeeld retrieval practice alleen aan het begin van de les gebruiken. Hiermee wordt de effectiviteit van retrieval practice verminderd, want deze strategie kan op meerdere momenten in het onderwijsproces goed werken.


De afgelopen dagen ging er op Twitter een afbeelding rond, waardoor ik me ging afvragen of er niet ook een woord moet zijn voor de situatie waarin een zombie idee nóg slecht wordt. Een lethal mutation van een zombie idea. Misschien is escalatie wel het juiste woord. Ik denk dat de onderstaande afbeelding een voorbeeld van escalatie kan zijn. Deze slide werd op Twitter geplaatst door @JohnPatLeary en is schijnbaar onderdeel van een cursus aan een Amerikaanse universiteit. Zoals vele Twitteraars al terecht opmerkten lijkt het zombie idee leerstijlen hier nog verder ontspoord te zijn door er ook nog vooroordelen over de leerstijlen van verschillende bevolkingsgroepen aan te koppelen. 

De vraag is dan hoe je escalatie van zombie ideas kunt voorkomen? Zombie ideas blijken dus moeilijk uit te roeien, dus hoe voorkom je verdere escalatie van deze ideeën? Een onderzoekende en kritische houding kan hier wonderen doen. De vier bekende stappen van Dan Willingham zouden hier zeker kunnen helpen:

  1. Strip it en flip it
  2. Trace it
  3. Analyze it
  4. Should I do it?
Het speuren naar de onderbouwing van deze slide levert dan meteen al problemen op. Waar is dit op gebaseerd? De slide bevat geen referenties. De analyze it stap maakt duidelijk dat er veel bewijs is dat leerstijlen niet bestaan en niet effectief zijn, laat staan dat bevolkingsgroepen verschillen in hun leerstijlen. Should I do it? Beter van niet.