Posts tonen met het label PISA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label PISA. Alle posts tonen

zaterdag 23 december 2023

Een terugblik op 2023 en tot in 2024!

Het jaar is bijna voorbij en daarmee is dit ook de laatste blogpost op ons blog. We wensen iedereen fijne feestdagen en een mooi 2024.

Maar ook op dit blog mag een jaaroverzicht niet ontbreken, dus hier zijn de 10 meest gelezen blogposts van het afgelopen jaar.

  1. De meest populaire post beschreef de zorgwekkende resultaten van het PISA onderzoek: Teleurstellende resultaten PISA 2023: Gaat de volgende studiereis naar Ierland?
  2. Jullie waren ook benieuwd hoe je meerkeuzevragen effectiever maakt voor retrieval practice: Deze simpele truc maakt meerkeuzevragen effectiever voor retrieval practice
  3. 2023 was ook het jaar van AI: Is feedback van ChatGPT op geschreven teksten beter dan feedback van leerkrachten?
  4. Jullie waren erg benieuwd naar onze voorspelling voor de PISA resultaten: Pakjesavond? PISA-dag!
  5. We deden in 2023 ook een voorspelling voor de uitkomsten van het PIRLS onderzoek: Begrijpend lezen over begrijpend lezen: PIRLS komt eraan!
  6. We publiceerden een blogreeks over activerend onderwijs: Activerend onderwijs 2: Acht manieren om actief leren te stimuleren
  7. En ook deze post over activerend onderwijs was populair: Activerend onderwijs 1: Maak het constructief en interactief
  8. En onze laatste voorspelling ging over De Staat van het Onderwijs: Vooruitkijken naar De Staat van het Onderwijs 2023
  9. Ook deze post over AI in het onderwijs werd veel gelezen: Het gevaar van AI: Gaan studenten er te veel op leunen in plaats van ervan te leren?
  10. Hoe effectief is Montessori-onderwijs? Meta-analyse toont positieve effecten van Montessori onderwijs
Bing maakte deze kerstkaart.


dinsdag 5 december 2023

Teleurstellende resultaten PISA 2023: Gaat de volgende studiereis naar Ierland?

Soms vragen we ons af of er reisorganisatoren naar de PISA-resultaten kijken om een volgend onderwijsgidsland te kiezen. Ooit was het Finland, recenter was het Estland, maar nu, waar moeten we nu naartoe, nu het onderwijspeil steeds lager komt te staan in de Lage Landen?

PISA (Programme for International Student Assessment) laat zien: Voor Nederland zijn de ontwikkelingen voor rekenen, lezen én wetenschapskennis zeer negatief:

Voor wie denkt dat deze dramatische resultaten werden veroorzaakt door COVID-19 en de schoolsluitingen: de trend is in Nederland erger dan de daling die COVID-19 gemiddeld wereldwijd veroorzaakte. Om een idee te geven: het rapport stelt dat 20 punten op de PISA test gelijk staat aan het volgen van 1 jaar onderwijs. Dat betekent dat Nederlandse kinderen nu 2 jaar meer tijd nodig hebben voor wiskunde om op het gemiddelde peil van 2003 te komen: in 2003 lag de score rond 540 punten en nu onder de 500 punten. Voor lezen is het zelfs meer dan 2,5 jaar om op gemiddelde niveau te komen. Inmiddels scoren de Nederlandse jongeren onder het OESO-gemiddelde voor lezen.

Voor het domein waar Nederland er het slechtste voorstaat, lezen, lijkt Ierland inderdaad de aangewezen plek als je niet te ver wil reizen (bijvoorbeeld naar Singapore). In iets mindere mate geldt dit ook voor Engeland. 


Kris Van den Branden beschreef eerder al wat Ierland heeft gedaan om de achterstand in lezen te keren, check: https://duurzaamonderwijs.com/2019/12/03/begrijpend-lezen-en-pisa-kunnen-we-iets-leren-van-ierland/

In Nederland wacht de nieuwe ministers van onderwijs een zware taak: het tij moet gekeerd worden. Het zal niet de eerste keer zijn dat wordt opgeroepen tot een Deltaplan voor het onderwijs. Maar dit keer staat het water ons echt aan de lippen.

Daarbij gaat het een uitdaging zijn om niet te fatalistisch worden over de staat van het onderwijs: leraren proberen dag in dag uit het verschil te maken voor hun leerlingen onder vaak moeilijke omstandigheden (lerarentekort, werkdruk, administratieve lasten). Zij verdienen blijvende support en waardering. Aan de andere kant moeten we waken voor relativisme: de trend is duidelijk, de ontwikkelingen zijn zorgwekkend en het is allerminst duidelijk dat met de huidige inspanningen van bijvoorbeeld de overheid de trend gekeerd wordt. 

De reactie van de VO-raad vorig jaar was daarom erg opvallend: openlijk werd de waarde van de PISA-onderzoeken in twijfel getrokken. En uiteraard: de PISA-scores kunnen niet de enige indicatie zijn waarop beleid gebaseerd wordt, maar het zou onverstandig zijn om de signalen die de PISA- en ook de PIRLS-onderzoeken afgeven te negeren. De tijd van struisvogelpolitiek is voorgoed voorbij.

Deze blogpost is geschreven door: Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en Jeroen JanssenPedro, Casper en Jeroen zijn allen onderzoeker bij de Afdeling Educatie van de Universiteit Utrecht en als docenten betrokken bij de opleidingen Onderwijswetenschappen.

maandag 27 november 2023

Pakjesavond? PISA-dag!

Vijf december komt niet alleen de Sint langs, maar ook OESO-topman Andreas Schleicher met nieuwe PISA-resultaten, oftewel: het ‘Programme for International Student Assessment’. Een jaartje later dan gepland, omdat een zekere pandemie roet in het eten gooide. Terwijl PIRLS (‘Progress in International Reading Literacy Study’) zich hier niets van aantrok, werd besloten PISA een jaar uit te stellen.

Dit keer is het extra moeilijk om te voorspellen wat de PISA-resultaten zullen uitwijzen voor Nederland en Vlaanderen. Wat we wel durven te stellen: de kans dat de uitkomsten goed zijn, is klein. Dat is zo om verschillende redenen:       

  • De gevolgen van COVID-19 zal een belangrijk thema zijn. We weten dat de schoolsluitingen als gevolg van COVID-19 in veel landen een negatieve invloed gehad hebben op het leren van de kinderen en jongeren. Dit was in ons taalgebied niet anders. Het lijkt er zelfs op dat de coronapandemie duidelijke sporen heeft nagelaten in het welzijn van Nederlandse jongeren. Ook dit geeft reden om te verwachten dat dit de resultaten van PISA negatief zal beïnvloeden.
  • We weten dat de uitkomsten van PIRLS bij tienjarigen niet goed waren. Waarom zou dan PISA bij vijftienjarigen nu wel goed zijn? Zowel in Vlaanderen als in Nederland is een beweging op gang gekomen om meer aandacht te besteden aan basisvaardigheden, maar het is nog veel te vroeg om dit in de PISA-resultaten terug te zien.
  • De leesmotivatie van Nederlandse kinderen is in vergelijking met andere landen laag. En ook al zijn er initiatieven om de leesmotivatie van leerlingen te vergroten, het is mogelijk nog te vroeg om hier duidelijke effecten van te zien in PISA.
  • Eerder berekende Kristof De Witte van de KULeuven al het negatieve effect op leeruitkomsten van het lerarentekort, een fenomeen dat hard toeslaat in zowel Vlaanderen als Nederland.

De trend voor Nederlandse PISA-scores is al een flinke tijd dalend.

Het kan zijn dat we het in de internationale ranking beter doen dan verwacht, omdat misschien andere landen of regio’s nog slechter uit de pandemie zijn gekomen, maar dit is ondergeschikt aan de eigen evolutie. Deze ronde staat wiskunde centraal, maar toch zullen we ook zien of het aantal laaggeletterde jongeren is toegenomen. Andere vragen die interessant zijn om in de gaten te houden:

  • Is er in Nederland nog steeds een zeer kleine groep van hoogpresterende leerlingen?
  • Wordt in Vlaanderen de best presterende groep nog altijd kleiner?
  • Hoe verhoudt de manier van lesgeven zich ten opzichte van leereffecten?

PISA komt niet enkel uit op 5 december, dat is nog maar het begin. In 2024 volgen nog extra delen, waarbij onder andere stilgestaan wordt bij de creatieve vermogens van vijftienjarigen in de deelnemende OESO-landen. Misschien is daar dan wel goed nieuws te vinden?


Deze blogpost is geschreven door: Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en Jeroen Janssen. Pedro, Casper en Jeroen zijn allen onderzoeker bij de Afdeling Educatie van de Universiteit Utrecht en als docenten betrokken bij de opleidingen Onderwijswetenschappen.

donderdag 11 mei 2023

Begrijpend lezen over begrijpend lezen: PIRLS komt eraan!

Dit jaar zullen we twee keer te weten komen hoe het wereldwijde onderwijs er voor staat. In december publiceert de OESO (de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) met een jaar vertraging hun driejaarlijkse PISA-cijfers.  En komende dinsdag al worden de PIRLS-resultaten bekendgemaakt. In deze voorbeschouwing staan we stil bij de gelijkenissen en verschillen tussen beide internationale tests en bespreken we ook welke uitkomsten de interessantste zijn om naar uit te kijken.

PISA is wellicht de bekendste van alle internationale vergelijkingen. De OESO meet al sinds 2000 elke drie jaar verschillende domeinen bij vijftienjarigen. Denk dan aan rekenen, economie, wetenschap, begrijpend lezen, … PISA wil hierbij bewust los staan van de curricula van de verschillende landen en probeert zich vooral te richten op het probleemoplossend vermogen van de jongeren.

PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study) is ook een internationaal vergelijkend onderzoek. De focus van dit vijfjaarlijkse onderzoek ligt in dit geval specifiek op de leerlingenprestaties in begrijpend lezen bij leerlingen in groep 6 van de basisschool (in Vlaanderen is dat het vierde leerjaar). De coördinatie is in handen van de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA), een organisatie die bijvoorbeeld ook de TIMSS-vergelijkingen (die over prestaties op de exacte vakken gaat) afneemt.

Omdat ze eens in de zoveel jaar worden afgenomen, kun je met PISA en PIRLS heel mooi trends in de leerprestaties van je land of regio waarnemen. Ook kunnen we de leerprestaties van onze leerlingen vergelijken met de (r)evoluties in de rest van de wereld. Dit is soms de meer omstreden valkuil van dergelijke internationale vergelijkingen, omdat er ontzettend veel verschillende oorzaken kunnen zijn waarom een bepaalde regio of land vooruit dan wel achteruit gaat. Wat noch PIRLS, noch PISA namelijk kunnen tonen, is wat de oorzaak is van veranderingen. Ze kunnen hoogstens verbanden tonen met bepaalde kenmerken. Je kunt deze onderzoeken dan ook beschouwen als een soort thermometer die je wel vertelt dat je koorts hebt, maar niet welke ziektekiem je lichaamstemperatuur heeft doen laten oplopen.

Toch zijn beide onderzoeken wel meer dan zo’n eenvoudige thermometer. In de onderzoeken worden steeds andere elementen meegenomen, zoals bijvoorbeeld de sociaal-economische status van de leerlingen, hoe het leesonderwijs verloopt, enzovoorts. Hiermee kunnen we bijvoorbeeld zien of onderwijs al dan niet meer gelijke kansen geeft.

Dus wat kunnen we dinsdag verwachten? Nou, het is niet heel moeilijk om pessimistisch te zijn. Tussen PIRLS 2001 en 2006 was er een behoorlijke daling voor Nederland te zien. Daarna bleven de resultaten relatief stabiel. Wel daalde Nederland relatief gesproken ten opzichte van andere regio’s, omdat die regio’s zich de afgelopen jaren verbeterden. Historisch scoort Nederland nog wel goed door de kleine verschillen tussen de prestaties van zwakkere en sterkere lezers.



Maar toch is er reden voor ongerustheid… we weten namelijk uit PISA 2018 dat het aantal jongeren dat ‘functioneel analfabeet’ het onderwijs verlaat toeneemt. Onderzoek van de Stichting Lezen & Schrijven in 2019 liet ook zien dat analfabetisme een groeiend probleem is. Maar bovenal… er was een pandemie die sporen zal hebben nagelaten in de resultaten. PIRLS heeft in tegenstelling tot PISA de afname van het onderzoek niet uitgesteld, dus de leerlingen maakten de test middenin de corona-crisis. De mogelijke effecten hiervan op verschillende regio’s zijn moeilijk te voorspellen, maar waarschijnlijk eerder negatief dan positief. Eind vorig jaar bijvoorbeeld kwam de onderwijsinspectie nog met het bericht dat het ‘beroerd is gesteld met de leesvaardigheid van basisscholieren’. PIRLS zal hier ongetwijfeld een duidelijker beeld over schetsen.

De afgelopen jaren is er behoorlijk wat aandacht geweest voor begrijpend lezen. Denk aan de roemruchte aflevering van Zondag met Lubach of het Leesoffensief. Verder is er toenemende aandacht voor de zogenaamde basisvaardigheden, waarvan lezen er één is. Zullen we hier dan al effect van merken? Mogelijk is het nog te vroeg. Effecten van beleid laten soms jaren op zich wachten. Maar deze kunnen net ook vandaag lijden onder de mogelijke effecten van de pandemie. Stel je even voor: Nederland deed het stilletjes aan wel beter mocht er geen corona geweest zijn. Dan zien we komende dinsdag wel een dalende lijn, maar die zou zonder het beleid misschien nog meer gedaald zijn!

Een ding is dus zeker: welke resultaten we dinsdag ook te horen krijgen, de kans is groot dat er daarna vooral gespeculeerd zal worden over het waarom ervan. Reden genoeg om uit te kijkennaar de resultaten van PIRLS!


Deze blog is geschreven door: Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en Arjan van Tilborg

Pedro, Casper en Arjan zijn alle drie onderwijsonderzoeker en geven als docent les bij de bacheloropleiding onderwijswetenschappen, de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs en de masteropleiding Educational Sciences van de Universiteit Utrecht

zondag 11 december 2022

De negatieve impact van een discriminerend schoolklimaat

Het PISA onderzoek is natuurlijk bekend van de ranglijsten waarin landen worden vergeleken op bijvoorbeeld schoolprestaties. De PISA data worden echter ook gebruikt voor nader onderzoek naar factoren die schoolprestaties verklaren. In een recente studie onderzochten Gülseli Baysu, Orhan Agirdag en Jozefien De Leersnyder of een of een door leerlingen waargenomen discriminerend schoolklimaat op school samenhangt met lagere academische prestaties bij leerlingen uit etnische minderheids- en meerderheidsgroepen. De resultaten laten zien dat wanneer leerlingen een discriminerend schoolklimaat ervaren, dit een negatieve impact heeftt op schoolprestaties.

Het abstract

The negative consequences of perceived ethnic discrimination on adolescent adjustment are well documented. Less is known, however, about the consequences of discriminatory climates in school, beyond the individual experiences of discrimination. This study investigated whether a perceived discriminatory climate in school is associated with lower academic performance across adolescents from ethnic minority and majority groups, and which psychological mechanisms may account for this link. Using the 2018 Programme for International Student Assessment (PISA) data, the participants were 445,534 adolescents (aged 15–16, 50% girls) in 16,002 schools across 60 countries. In almost all countries, a discriminatory climate—i.e., student perceptions of teachers’ discriminatory beliefs and behaviors in school—was associated with lower math and reading scores across all pupils, although minorities perceived a more discriminatory climate. Lower school belonging and lower values attributed to learning partially mediated these associations. The findings demonstrate that schools’ ethnic and racial climates predict standardized academic performance across schools and countries among pupils from both ethnic majority and minority groups.