Posts tonen met het label researchED. Alle posts tonen
Posts tonen met het label researchED. Alle posts tonen

vrijdag 9 juni 2023

Gastblog: ResearchED 2023: Een bijzondere onderwijsdag

De kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk dichten en pseudowetenschap tegengaan: dit is het doel van researchED. Dit congres is wereldwijd al meerdere malen georganiseerd in onder andere New York, Londen, Sydney en Amsterdam, en dit keer in Nijkerk. Inmiddels is het een traditie geworden dat studenten van de bachelorcursus ‘Inleiding Onderwijswetenschappen’ aan de Universiteit Utrecht elk jaar de kans krijgen om toegangskaartjes te winnen naar het congres. Daardoor kunnen studenten alvast een inkijk krijgen in het onderwijsonderzoek in de praktijk. Dit jaar waren wij -eerstejaars Onderwijswetenschappen studenten Judith en Linda – de gelukkigen die op zaterdag 11 maart dit congres mochten bezoeken.

Met maar liefst 14 parallelsessies in 7 rondes was het lastig kiezen welke sprekers we wilden bezoeken. Leren over curriculumontwikkeling of kijken naar hoe een middelbare school smartphonevrij is geworden? Nadenken over formatief handelen of het welbevinden van leerlingen?

In de sessies kwamen meerdere thema’s van de studie Onderwijswetenschappen terug. Ook al waren wij pas een halfjaar bezig met de studie, merkten we dat we al voldoende basiskennis hadden om volwaardig deel te kunnen nemen aan de sessies. Onze kennis over leertheorieën en de werking van het geheugen kwam goed van pas in bijvoorbeeld de sessies van Jan Tishauser en Paul Kirschner. Zij vertelden over de kracht van herhaling en over generatieve strategieën die toegepast kunnen worden om ‘wenselijke moeilijkheden’ te creëren.

In de opleiding werken we vaak met de aggregatieniveau’s van Martin Valcke om verschillende onderwijskwesties vanuit meerdere perspectieven te kunnen bestuderen. Dit model gebruikte ook onderwijssocioloog Iliass el Hadioui in zijn sessie om het debat over kansengelijkheid in kaart te brengen: wat gebeurt op elk niveau en op welk niveau moeten/kunnen problemen opgelost worden?

Onderwerpen als schooleffectiviteit, instructieontwerp en het curriculum zijn veelbesproken thema’s in de opleiding en werden op verschillende manieren in de sessies met elkaar verbonden. Zo werden tijdens twee sessies over curriculumontwikkeling het ADDIE model benoemd, maar ook het formuleren van doelen en de uitwerking daarvan in een landelijk curriculum. De praktijkervaring van de sprekers en de voorbeelden die zij gaven waren dus erg helpend om de theorie die tot nu toe besproken is in de opleiding te koppelen.

Ook konden we veel leren van sessies waar we in eerste instantie niet voor zouden hebben gekozen. Zo is in ronde twee Judith terecht gekomen bij een sessie over jeugdliteratuur in plaats van de sessie over kansenongelijkheid. Toch heeft juist deze sessie enorm geïnspireerd. De spreker vertelde over een postdoconderzoek dat zij uitvoert op pabo en onderbouwde haar keuzes over bijvoorbeeld de dataverzameling en vormgeving hiervan door middel van concrete voorbeelden. Deze praktijkvoorbeelden maakten het geleerde uit cursussen over statistiek en onderzoeksmethoden veel tastbaarder.

In ronde drie zag Linda te laat dat haar gekozen sessie ‘EDI bij NT2’ eigenlijk op leerkrachten vanuit het primair onderwijs gericht was, in plaats van een algemene benadering. Het doel van de sessie was om leerkrachten praktische tips en inzichten te geven over hoe ze het beste een leerling die nog nauwelijks Nederlands spreekt kunnen ondersteunen. Ondanks dat ze van de tips van sessieleider Maja Zuiderveld niet rechtstreeks gebruik kan maken, was deze sessie toch waardevol. Want ResearchED geeft je niet alleen inzicht in onderwijswetenschappelijke kwesties maar ook een breed scala aan beroepen die je na het afronden van de opleiding kan doen. Deze sessie gaf het mooie voorbeeld van een onderwijswetenschapper die als trainer bijdraagt aan de professionalisering van leerkrachten.

De dag eindigde met de presentatie van Pedro De Bruyckere. Zijn manier van presenteren heeft ons enorm geïnspireerd. In zijn presentatie hield hij veel rekening met de belasting van het werkgeheugen en de multimedia principes van Mayer door enkel signaalwoorden op zijn slides te vermelden. Zijn boodschap was helder: verzamel alleen ‘bruikbare’ data; weet wat je rapporteert en met welk doel. In deze boodschap heeft hij naar onze mening bewustwording bij iedereen die betrokken is bij onderwijs gecreëerd en op deze manier bijgedragen aan het dichten van de kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk. Ook wij als studenten Onderwijswetenschappen horen hierbij. Onderwijsonderzoek moet uiteindelijk een verschil kunnen maken in de praktijk. Deze boodschap nemen wij dus zeker mee in onze eigen (studie) loopbaan.

Benieuwd naar meer? Neem zelf een kijkje: aftermovie ResearchED 2023


Deze gastblog is geschreven door Linda Börzsei en Judith van der Wolf. Zij zijn eerstejaarsstudenten van de bachelor onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht

dinsdag 4 februari 2020

researchED 2020; Wat zijn onze ervaringen?

Deze blogpost werd geschreven door:
Katie van Cauter (eerstejaars deeltijdstudent bachelor Onderwijswetenschappen), 

Eline Pothoven (tweedejaars student bachelor Onderwijswetenschappen)

Toen wij tijdens het hoorcollege van de cursus ‘Inleiding Onderwijswetenschappen’ de mogelijkheid kregen om naar researchED te gaan, aarzelden wij beiden geen moment. Ondanks dat we allebei nog nooit gehoord hadden van dit evenement, leek dit ons de ultieme mogelijkheid om een inkijk te krijgen in onderwijsonderzoek in de praktijk.

researchED is een evenement waarbij onderzoekers en docenten samenkomen en hun ideeën over onderwijs delen in de vorm van interactieve sessies. De kloof tussen onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk is nog erg groot en dit evenement vormt een mooi platform voor onderzoekers en docenten om een begin te maken met het dichten van dit gat. Het motto van researchED is dan ook “where research meets education”.

Zaterdagochtend 11 januari 09:00 uur druppelden de eerste docenten, onderzoekers, sprekers en een paar studenten de kerk ‘De Fontein’ te Nijkerk binnen. Toen wij daar gingen zitten dachten we, dit raakt nooit vol! Het tegendeel werd bewezen want om 09:30 uur zaten er ruim 700 belanghebbenden in de kerk: vol energie in afwachting wanneer het zou beginnen. In het welkomstwoord van deze dag, dat gegeven werd door Jan Tishauser, werd de kern van deze dag mooi samengevat. Alle aanwezigen werden opgeroepen om met elkaar in gesprek te gaan en om informatie en ervaring uit te wisselen. Daarnaast werd researchED in België op 28 maart in Mechelen aangekondigd, dus mocht je na het lezen van onze ervaringen ook een researchED willen meemaken, hoef je helemaal niet lang te wachten!



Hierna volgde de keynote van de dag, een presentatie over gelijke kansen in het onderwijs door Monique Volman en Linda van den Bergh. In deze presentatie werd uitgelegd dat de inrichting van het Nederlandse onderwijs soms kansenongelijkheid in de hand kan werken. Zo werden er verschillende onderzoeken aangehaald, bijvoorbeeld die van Jussim, Harber en Badad, waarin er duidelijk werd dat kinderen lage- of hoge verwachtingen direct oppikken in een conversatie met de docent. De boodschap van deze keynote was dan ook om je bewust te worden van de manier waarop je omgaat met leerlingen in je verbale, maar ook non-verbale, gedragingen. De keynote was ook bedoeld om het nieuwe boek ‘Werk maken van gelijke kansen’ te introduceren. In dit boek wordt nog veel verder ingegaan op de kansenongelijkheid binnen het onderwijs. Bijvoorbeeld met onderzoeken waaruit blijkt dat kinderen van middel- tot hoogopgeleide ouders veel verder komen in het vervolgonderwijs dan kinderen van laagopgeleide ouders. Wil je hier meer over lezen?

De rest van de dag was gevuld met interactieve sessies die gegeven werden door verschillende mensen uit het onderwijswerkveld. Deze sessies waren ingedeeld in verschillende categorieën; algemene didactiek, cognitieve psychologie, differentiëren, formatieve evaluatie en toetsing, gedrag en leerstoornissen, pedagogiek en filosofie, professionaliseren en onderzoek, taal en leesonderwijs en tot slot rekenen, wiskunde en ICT. Bij deze presentaties werden onderwerpen besproken waar docenten in de onderwijspraktijk mee te maken kunnen hebben. Deze onderwerpen werden dan belicht vanuit onderwijswetenschappelijk onderzoek. Bij veel van de presentaties kwamen ook besprekingen van theorie aan bod die aansloten bij de dingen die wij leren bij de bachelor Onderwijswetenschappen. Hieronder een kort overzicht van welke sessies wij hebben bijgewoond. Sommige sessies hebben we tegelijkertijd gevolgd, anderen juist afzonderlijk van elkaar om aan het einde van de dag een zo compleet mogelijk beeld te hebben van alle sprekers van researchED 2020.

Rondes

Onderwerp

Spreker(s)

Bijgewoond door

Ronde 2
Inleiding ‘Wijze lessen’: Cognitieve Psychologie en Goed Onderwijs
Paul Kirschner
Eline
Op naar succeservaringen voor ALLE leerlingen: Het inzetten van toetsing als leer- en oefenstrategie
Martin Ringenaldus & Dominique Sluijsmans
Katie
Ronde 3
Onderwijskwaliteit
Inge de Wolf
Katie & Eline
Ronde 4
Het Lerarencollectief: hoe verder?
Jan van de Ven & Thijs Roovers
Eline
Functioneel toetsen en het langetermijnleren
René Kneyber
Katie
Ronde 5
The dark side van evalueren
Pedro De Bruyckere
Eline
What teachers need to know about classroom culture and social norms
David Didau
Katie
Ronde 6
Dyslexie een stoornis! Waar is het bewijs?
Anna M.T. Bosman
Eline
Onderzoek gaat om houding, niet om resultaat
Jan Bransen
Katie
Ronde 7
De expert-leraar
Eva Naaijkens
Katie & Eline

Eigenlijk waren alle sessies ontzettend leuk en interessant om bij te wonen. Het sprak ons allebei erg aan dat iedere spreker echt stond voor een bepaalde visie en daar met overtuiging over ging vertellen. Wat mij (Eline) erg opviel was dat alle sprekers ook heel graag de dialoog aan wilden gaan over de onderwerpen en juist de ervaringen in de klas wilden achterhalen. Dit zorgde voor een hele fijne sfeer op de dag zelf vond ik. De sessies die ik heb bijgewoond waren allemaal erg verschillend, maar dat maakte de dag juist zo leuk!

De eerste sessie die ik (Eline) bijwoonde was die van Paul Kirschner. Hij is Emeritus hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit in Nederland, eredoctor aan Oulu University in Finland en Gastprofessor aan de Thomas More Hogeschool in België. Ik was van tevoren heel enthousiast dat hij zou spreken op researchED omdat wij in de opleiding een aantal artikelen en sommige boeken van hem lezen. In deze sessie herkende ik dan ook het meeste terug van de inhoud van de bachelor Onderwijswetenschappen. Eigenlijk was zijn sessie een grappige en verhelderende samenvatting van het vak ‘Educational Psychology’. Hij had het onder andere over de cognitive load theory, het werkgeheugen (en de beperkte capaciteit ervan) en assimilatie en accommodatie van Piaget. Hij vertelde dit alles aan de hand van voorbeelden. Zo liet hij bijvoorbeeld een eerdere slide opnieuw zien als hij hiernaar refereerde, om op deze manier onze cognitieve belasting te verminderen. Wat ik heel grappig vond is dat hij zijn verhaal gelijk koppelde aan hoe hij zijn PowerPoint had vormgegeven zodat wij het zouden onthouden. Zo had hij bijvoorbeeld meerdere schematische weergaven van de werking van het werkgeheugen om zo de informatie te herhalen, maar ondertussen ook de bestaande schema’s in je werkgeheugen uit te breiden met nieuwe informatie (de andere manier van aanbieden). Door deze koppeling merkte ik gelijk dat het effect had op de manier waarop ik de presentatie verwerkte. Echt super fascinerend én misschien een leuke toevoeging voor de hoorcolleges van EP! Als afsluiter een grappige uitspraak die Paul Kirschner deed tijdens zijn sessie “Dit is geen ‘rocketscience’, onze hersenen werken heel simpel!”.

De sessie van Pedro De Bruyckere, pedagoog en postdoctoraal onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent en aan de Universiteit van Leiden, in ronde 5 was echt geweldig! Ik (Eline) had nog niet eerder iets bijgewoond van Pedro maar wow, wat een energieke, humoristische welbespraakte man! Hij had zijn sessie, met als titel “the dark side van evalueren”, opgedeeld in drie delen; tales of the unexpected, dark mirror & the twilight zone. Als een horrorfilm ging hij door zijn sessie heen, met schrikmomenten en een dramatisch einde. Tegelijkertijd probeerde hij ook een duidelijke boodschap over te brengen, namelijk dat alles wat we doen consequenties heeft en dat bijvoorbeeld transparantie in het onderwijs komt met een bepaalde prijs. De huidige situatie is dat we hiervan wegkijken, maar we moeten juist hierover de conversatie aangaan. THE END.

De sessie die mij (Eline) het meest is bijgebleven is degene van Anna M.T. Bosman in ronde 6. Ik werd erg getriggerd door haar manier van vertellen. Met vele argumenten toonde ze aan dat de manier waarop we vandaag de dag dyslexie diagnosticeren niet de manier is waarop het zou moeten. Ze presenteerde drie stellingen van Stichting Dyslexie Nederland (SDN) die ze in haar presentatie ontkrachtte. Eén daarvan vind ik het delen waard, namelijk dat er sprake moet zijn van exclusie, dus dat er factoren uitgesloten moeten worden als verklaring van hardnekkige problemen in lezen en/of spellen. Anna verwoorde dit als dat een ander probleem (een verstandelijke beperking, doof- of slechthorendheid, blind- of slechtziendheid, neurologische stoornissen, onvoldoende beheersing van de instructietaal en/of algemene omgevingsfactoren zoals inadequaat onderwijs) de kans op een dyslexieverklaring dus blijkbaar verkleint. Haar (in mijn ogen begrijpelijke) frustratie kwam naar voren in de pakkende slotzin “Als jij met hoofdpijn bij de dokter komt en een week later breek je je been, dan ga je er toch vanuit dat de dokter je alsnog helpt? Hoezo is dit bij dyslexie dan niet het geval?”.

Eén van de sessies die mij (Katie) het meest is bijgebleven was de sessie van Dominique Sluijsmans en Martin Ringenaldus in ronde 2. Dominique is een onderzoeker en lector op de Zuyd Hogeschool en Martin werkt als docent Duits op het RGO Middelharnis. Martin kreeg van zijn school te horen dat ze het eindexamen Duits voor VMBO BBL/KBL gingen schrappen. Hij heeft toen zelf het initiatief genomen om helemaal zonder cijfers te gaan werken, omdat hij vond dat cijfers niet veel zeggen over hoe goed zijn leerlingen de stof beheersen. Om te zorgen dat hij dit succesvol in zijn klas kon, heeft hij Dominique ingeschakeld. Tijdens de presentatie vertelde Martin over de dingen waar hij tegenaan liep in de klas bij het implementeren van dit idee en hoe hij dit heeft opgelost. Dominique vertelde vervolgens wat de theorie achter deze oplossingen was vanuit het oogpunt van onderwijsonderzoek. Deze presentatie was voor mij een prachtig voorbeeld van hoe onderwijsonderzoek direct van invloed kan zijn op de onderwijspraktijk, als mensen de dialoog met elkaar aangaan en open staan voor elkaars ideeën.

Beiden hebben we de sessies van Inge de Wolf (ronde 3) en Eva Naaijkens (ronde 7) gevolgd. Bij Inge ging het vooral over de functies van het onderwijs en de ontwikkeling hiervan in de afgelopen jaren. Wat we beiden opvallend vonden bij deze sessie is dat er veel discussie vanuit het publiek kwam. Dit presenteerde eigenlijk prachtig het knelpunt waar Jan van de Ven en Thijs Roovers in ronde 3 op in gingen, namelijk dat leerkrachten helemaal niet betrokken worden in het proces van wetsvoorstellen met betrekking tot het onderwijs (en dat er daarom een lerarencollectief nodig is!). Bij Eva lag de nadruk vooral over het hebben van expert-leerkrachten in het onderwijs en dat dit de toekomst is: zelfvoorzienende scholen met een hoge werktevredenheid en veel (persoonlijke) groei. Zelf vond ik (Eline) dit een wat minder interessante sessie, maar ik kan me wel voorstellen dat leerkrachten hier veel aan hebben gehad omdat het een hele praktische toepassing gaf. Echter weet ik niet wat ik hier als onderwijskundige in spé van vind, het geeft in ieder geval stof tot nadenken!

Jan Tishauser sloot de dag op passende wijze af door ons nog even bewust te maken dat we toch wel echt vakidioten moeten zijn om op onze vrije zaterdag de hele dag naar een congres te gaan. Toen beseften we wel even dat we een stapje hebben gezet in de richting van vakidioot, wat moet dat worden?! Toch hadden we deze enerverende dag voor geen goud willen missen. We hebben veel geleerd over inhoudelijk onderzoek en we begrijpen de wrijving tussen onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk ook beter. We weten dat er nog werk aan de winkel is om de eerdergenoemde kloof te dichten en hopen dat wij hierin op onze eigen manier een rol (kunnen gaan) spelen.

donderdag 18 februari 2016

ResearchED: Ook een inspirerende dag voor toekomstige onderwijskundigen

Puck Colen, Bente van Thuijl, Mathilde Vandersteen en Mariska van den Hove brachten als onderdeel van de Oriëntatiecursus voor het Honours College Sociale Wetenschappen een bezoek aan ResearchED Amsterdam 2016. Hieronder geven de eerstejaars Onderwijskunde studenten een indruk van hun ervaringen tijdens deze dag.

Tom Benett opende de ResearchED conferentie in Amsterdam.
“Voelen jullie je niet ook stiekem best wel cool nu?”, was de reactie na het welkomstwoord door Tom Bennett tijdens ResearchED, een conferentie voor onderwijskundige onderzoekers en docenten. Omringd door wetenschappers namen wij als eerstejaars Onderwijskunde studenten deel aan dit internationale evenement, dat plaatsvond op 31 januari in Amsterdam. We woonden workshops bij over uiteenlopende onderwerpen, waarbij we ons af en toe verbaasden over de overeenkomsten met onze eigen studie. “Een half jaar geleden had ik dit nog niet begrepen hoor”, verklaarde Puck na de eerste workshop. “Al was het nog handiger geweest als ik hier voor het tentamen gezeten had!” Toch was het soms ook even zoeken naar een raakvlak met onze eigen interesses. “Wat moet ik nu met die kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk”, zuchtte Mariska, “Ik weet zelf nog niet eens hoe ik onderzoek moet doen.” Al snel bleek echter dat we best in staat waren mee te denken over de verschillende vraagstukken die centraal stonden. Af en toe lukte het zelfs om een nieuw inzicht in te brengen. Aan het eind van de dag blikten we terug: “Welke workshop heeft jou het meest geïnspireerd?”


Puck noemt direct de workshop die we alle vier volgden aan het begin van de dag: ‘De lerende tiener in neuropsychologisch perspectief: lessen voor het onderwijs’, verzorgd door Jelle Jolles. Deze workshop ging over prikkels uit de omgeving die pubers ervaren tijdens hun ontwikkeling en dus ook gedurende de tijd die zij op school doorbrengen. Volgens Jelle Jolles en veel andere onderzoekers heeft de context een erg grote invloed op pubers. Zij gaan dan ook uit van de visie ‘Context shapes the brain’. Puck vond het bijwonen van deze workshop erg leuk, vooral omdat Jelle veel herkenbare zaken vertelde. Terwijl hij grappige anekdotes over pubers gaf, en alle leraren en andere betrokkenen in het klaslokaal lachten omdat zij dit sterk herkenden, lachte Puck zelf ook mee. Zij herkende het namelijk ook; niet bij haar leerlingen, maar bij zichzelf. Puck is natuurlijk nog een ‘halve’ puber en wist maar al te goed waar Jelle het over had. Wij pubers zijn soms uitermate ongeïnteresseerd, over-emotioneel of hebben een te sterke eigen mening. Maar dit was juist wat zij zo leuk vond, aangezien hij haar allerlei kennis aanreikte over dingen die ze zelf denkt en doet. Puck werd zich van een aantal zaken die voor haar heel normaal lijken een stuk bewuster. Het gaf haar dus een stukje zelfinzicht. Bovendien herkende Puck veel elementen uit de cursus Opvoeding & Ontwikkeling die zij net heeft afgerond. Dit was voor haar een leuke bevestiging: de dingen die we leren zijn dus ook echt toepasbaar in zowel onderzoek als de praktijk. Al met al vond Puck het een erg interessante, functionele en ook grappige workshop, die zorgde voor een leuke opening van de dag!

Mariska van den Hove, Puck Colen, Mathilde Vandersteen en Bente van
 Thuijl brachten als eerstejaars Onderwijskunde een bezoek aan ResearchED
 en schreven deze blogpost.
Het leerproces van leerlingen in beeld’ door Gerdineke van Silfhout vond Bente het meest interessant. Deze workshop ging vooral over lezen in het voortgezet onderwijs en hoe dit een belemmering is voor het vmbo-onderwijs, maar ook veel invloed heeft op het havo en vwo. Gerdineke onderzoekt dit onderwerp voor SLO. Het was interessant om te zien hoe de versimpeling van de teksten bij het vmbo ervoor zorgt dat de teksten eigenlijk veel moeilijker te begrijpen zijn. Dit komt door het gebrek aan functiewoorden. Ook was het interessant om te zien hoe scholieren lezen. Het blijkt bijvoorbeeld dat ze meestal de tussenkopjes en schuin gedrukte woorden overslaan, hoewel dit juist belangrijk is om een tekst te kunnen begrijpen. Bijna alle vakken op de middelbare school steunen op taalvaardigheid. Toch is dit een groot struikelblok voor veel leerlingen.

Mathilde vond de workshop ‘Taalbegrip en tekstbegrip’ erg verrassend. Deze workshop van Rolf Zwaan, hoogleraar biologische en cognitieve psychologie aan de Erasmus Universiteit, ging niet direct over ‘het onderwijs’. Wat Rolf vertelde kunnen docenten echter wel gebruiken in hun lessen. Hij gaf aan dat taal niet genoeg is om elkaar te begrijpen. We combineren informatie die we horen of lezen namelijk altijd met wat wij al weten. Aan de ene kant veroorzaakt dit soms problemen, omdat een boodschap anders ontvangen kan worden dan bedoeld is. Aan de andere kant is het juist handig. Zo kun je zeggen: “Ik ben naar dat nieuwe restaurant geweest, maar ik heb geen fooi gegeven.” De ander begrijpt dan dat het eten waarschijnlijk niet lekker was, of de bediening slecht. Het is fijn dat je dus niet álle informatie hoeft mee te delen als je een verhaal vertelt. Achtergrondkennis is een combinatie van perceptie, aandacht, geheugen en voorstellingsvermogen. Een ander voorbeeld hierbij is wanneer iemand jou de weg wijst in een onbekende stad. Voor diegene klinkt alles heel logisch, omdat hij of zij zich een voorstelling kan maken van alle verschillende hoeken, straten en winkels. Daarentegen kan het voor jou als verdwaalde toerist een totale warboel lijken, simpelweg omdat je je er geen mentale voorstelling bij kan maken. Dit is iets waar leraren volgens Mathilde wel iets mee zouden kunnen. Zij denkt dat informatie soms niet goed aankomt komt bij de leerling, en dat de oorzaak van dit probleem niet zozeer bij de leerling of docent ligt, maar bij het hebben van andere achtergrondkennis of een ander voorstellingsvermogen. Mathilde vond het erg interessant om na te denken over wat deze problemen bij het begrijpen van taal voor consequenties voor het onderwijs kunnen hebben. Een mooie manier om haar voorliefde voor taal én onderwijs met elkaar te combineren!

'Onderwijs en identiteitsontwikkeling’ heeft op Mariska de meeste indruk gemaakt. Deze workshop werd gegeven door Monique Volman, Hoogleraar Onderwijskunde en onderzoeksleider bij het Institute of Child Development and Education (CDE) aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij vertelde dat leren verbonden is met identiteit. Kennis die niet verbonden wordt met wie leerlingen willen zijn, gaat namelijk verloren. Het is volgens haar daarom van belang om na te denken over de manier waarop vakinhoud verbonden kan worden aan identiteitsontwikkeling. Tijdens de workshop kwam ter sprake dat er tijdens de les vaak te weinig aandacht is voor actuele gebeurtenissen in de wereld. Juist de kennis over huidige omstandigheden en de meningen die de leerlingen daarover vormen, dragen bij aan de ontwikkeling van hun identiteit. Een van de aanwezige onderwijzers gaf aan dat je als leraar je leerlingen moet leren kennen: “Begin je de dag na de aanslag op Charlie Hebdo meteen met wiskundesommen, dan zul je nooit weten dat het islamitische meisje in jouw klas met haar hele familie voor de televisie heeft zitten huilen. Wanneer je leerlingen de ruimte geeft om zelf iets in te brengen, merk je dat er zeer waardevolle leerprocessen in gang worden gezet. Leraren hebben echter veel vakkennis nodig om in hun lessen aandacht te besteden aan actuele thema’s, omdat ze anders bijvoorbeeld bang zijn dat ze lastige vragen niet kunnen beantwoorden.” Mariska herkent het gemis aan aandacht voor wat er op dit moment gaande is in de wereld. Zij denkt dat het belangrijk is om leerlingen niet alleen vakinhoud aan te bieden, maar ze daarnaast na te laten denken over hun eigen ideeën en gevoelens daarbij. Dat zou naast identiteitsontwikkeling wellicht ook het ‘gewone’ leren kunnen ondersteunen. De informatie komt zo immers veel dichter bij de leerling zelf te staan.

Kortom: ResearchED heeft ons enorm veel indrukken opgeleverd. We hadden de rest van het weekend wel nodig om even bij te komen, maar het was de moeite waard! Naar ons idee is de conferentie een goed initiatief om ideeën uit te wisselen over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van onderwijskundig onderzoek. We denken dat het heel waardevol zou zijn, wanneer er meer studenten deel zouden nemen aan ResearchED. Daarnaast zou ook de aanwezigheid van leerlingen de conferentie verrijken. Er wordt voortdurend gesproken over de meningen en voorkeuren van leerlingen, maar ze zijn zelf niet aanwezig. Met name leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs zouden mee kunnen denken over de inrichting van hun eigen lessen. Wij hebben tijdens deze dag in ieder geval geprobeerd daar ook aan mee te werken. Hopelijk kunnen we onze bijdrage in de toekomst nog verder uitbreiden!