Posts tonen met het label basisschool. Alle posts tonen
Posts tonen met het label basisschool. Alle posts tonen

donderdag 11 mei 2023

Begrijpend lezen over begrijpend lezen: PIRLS komt eraan!

Dit jaar zullen we twee keer te weten komen hoe het wereldwijde onderwijs er voor staat. In december publiceert de OESO (de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) met een jaar vertraging hun driejaarlijkse PISA-cijfers.  En komende dinsdag al worden de PIRLS-resultaten bekendgemaakt. In deze voorbeschouwing staan we stil bij de gelijkenissen en verschillen tussen beide internationale tests en bespreken we ook welke uitkomsten de interessantste zijn om naar uit te kijken.

PISA is wellicht de bekendste van alle internationale vergelijkingen. De OESO meet al sinds 2000 elke drie jaar verschillende domeinen bij vijftienjarigen. Denk dan aan rekenen, economie, wetenschap, begrijpend lezen, … PISA wil hierbij bewust los staan van de curricula van de verschillende landen en probeert zich vooral te richten op het probleemoplossend vermogen van de jongeren.

PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study) is ook een internationaal vergelijkend onderzoek. De focus van dit vijfjaarlijkse onderzoek ligt in dit geval specifiek op de leerlingenprestaties in begrijpend lezen bij leerlingen in groep 6 van de basisschool (in Vlaanderen is dat het vierde leerjaar). De coördinatie is in handen van de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA), een organisatie die bijvoorbeeld ook de TIMSS-vergelijkingen (die over prestaties op de exacte vakken gaat) afneemt.

Omdat ze eens in de zoveel jaar worden afgenomen, kun je met PISA en PIRLS heel mooi trends in de leerprestaties van je land of regio waarnemen. Ook kunnen we de leerprestaties van onze leerlingen vergelijken met de (r)evoluties in de rest van de wereld. Dit is soms de meer omstreden valkuil van dergelijke internationale vergelijkingen, omdat er ontzettend veel verschillende oorzaken kunnen zijn waarom een bepaalde regio of land vooruit dan wel achteruit gaat. Wat noch PIRLS, noch PISA namelijk kunnen tonen, is wat de oorzaak is van veranderingen. Ze kunnen hoogstens verbanden tonen met bepaalde kenmerken. Je kunt deze onderzoeken dan ook beschouwen als een soort thermometer die je wel vertelt dat je koorts hebt, maar niet welke ziektekiem je lichaamstemperatuur heeft doen laten oplopen.

Toch zijn beide onderzoeken wel meer dan zo’n eenvoudige thermometer. In de onderzoeken worden steeds andere elementen meegenomen, zoals bijvoorbeeld de sociaal-economische status van de leerlingen, hoe het leesonderwijs verloopt, enzovoorts. Hiermee kunnen we bijvoorbeeld zien of onderwijs al dan niet meer gelijke kansen geeft.

Dus wat kunnen we dinsdag verwachten? Nou, het is niet heel moeilijk om pessimistisch te zijn. Tussen PIRLS 2001 en 2006 was er een behoorlijke daling voor Nederland te zien. Daarna bleven de resultaten relatief stabiel. Wel daalde Nederland relatief gesproken ten opzichte van andere regio’s, omdat die regio’s zich de afgelopen jaren verbeterden. Historisch scoort Nederland nog wel goed door de kleine verschillen tussen de prestaties van zwakkere en sterkere lezers.



Maar toch is er reden voor ongerustheid… we weten namelijk uit PISA 2018 dat het aantal jongeren dat ‘functioneel analfabeet’ het onderwijs verlaat toeneemt. Onderzoek van de Stichting Lezen & Schrijven in 2019 liet ook zien dat analfabetisme een groeiend probleem is. Maar bovenal… er was een pandemie die sporen zal hebben nagelaten in de resultaten. PIRLS heeft in tegenstelling tot PISA de afname van het onderzoek niet uitgesteld, dus de leerlingen maakten de test middenin de corona-crisis. De mogelijke effecten hiervan op verschillende regio’s zijn moeilijk te voorspellen, maar waarschijnlijk eerder negatief dan positief. Eind vorig jaar bijvoorbeeld kwam de onderwijsinspectie nog met het bericht dat het ‘beroerd is gesteld met de leesvaardigheid van basisscholieren’. PIRLS zal hier ongetwijfeld een duidelijker beeld over schetsen.

De afgelopen jaren is er behoorlijk wat aandacht geweest voor begrijpend lezen. Denk aan de roemruchte aflevering van Zondag met Lubach of het Leesoffensief. Verder is er toenemende aandacht voor de zogenaamde basisvaardigheden, waarvan lezen er één is. Zullen we hier dan al effect van merken? Mogelijk is het nog te vroeg. Effecten van beleid laten soms jaren op zich wachten. Maar deze kunnen net ook vandaag lijden onder de mogelijke effecten van de pandemie. Stel je even voor: Nederland deed het stilletjes aan wel beter mocht er geen corona geweest zijn. Dan zien we komende dinsdag wel een dalende lijn, maar die zou zonder het beleid misschien nog meer gedaald zijn!

Een ding is dus zeker: welke resultaten we dinsdag ook te horen krijgen, de kans is groot dat er daarna vooral gespeculeerd zal worden over het waarom ervan. Reden genoeg om uit te kijkennaar de resultaten van PIRLS!


Deze blog is geschreven door: Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en Arjan van Tilborg

Pedro, Casper en Arjan zijn alle drie onderwijsonderzoeker en geven als docent les bij de bacheloropleiding onderwijswetenschappen, de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs en de masteropleiding Educational Sciences van de Universiteit Utrecht

zaterdag 15 april 2023

Meta-analyse toont positieve effecten van Montessori onderwijs

In Nederland zijn er ruim 150 Montessori basisscholen. In Montessori onderwijs wordt veel gebruik gemaakt van concrete materialen. Het materiaal is zelfcorrigerend: kinderen kunnen er zelfstandig mee werken en fouten maken. Montessori onderwijs moedigt kinderen aan om zelfstandig te zijn en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leren. Dit wordt gestimuleerd door het creëren van een omgeving waarin kinderen vrij kunnen bewegen en zelf kunnen kiezen welke activiteiten ze willen doen. In verschillende studies zijn de effecten van Montessori onderwijs onderzocht. Een nieuwe meta-analyse van Demangeon, Claudel-Valentin, Aubry en Tazouti zet het beschikbare onderzoek op een rij. De meeste geïncludeerde studies betroffen studies waarin de effecten van Montessori onderwijs werden vergeleken met traditioneel onderwijs. De resultaten van deze meta-analyse laten zien dat Montessori onderwijs positieve effecten heeft op sociale vaardigheden (g = +0.22) en leerprestaties (g = 1.10). 



Het abstract

This meta-analysis examines the effects of Montessori Education (ME) on five dimensions of development and learning in preschool and school-age children. It includes data from 33 experimental or quasi-experimental studies comparing ME with other pedagogical approaches (268 effect sizes; n = 21,67). These studies were conducted in North-America, Asia and Europe, and published between 1991 and 2021. Effect size estimated using Hedges’ unbiased g, and a 3-level multilevel meta-analytic approach applied due to the dependency among the effect sizes obtained from the same study. Results showed that ME’s effects on development and learning are positive and vary from moderate to high, depending on the dimension considered: cognitive abilities (g = 0.17), social skills (g = 0.22), creativity (g = 0.25), motor skills (g = 0.27), and academic achievement (g = 1.10). Analyses of different moderators did not reveal differences by school level, type of publication and continent.

dinsdag 10 januari 2023

Effectieve interventie om schoolbetrokkenheid te vergroten

Hoe zorg je dat leerlingen betrokken blijven bij het onderwijs? Deze vraag stond centraal in een nieuwe studie van Roger Azevedo en collega’s. Ze ontwikkelenden de story tool, een interventie waarbij leerlingen aan de hand van een verhaal strategieën leren om hun betrokkenheid te monitoren en leren concrete plannen te maken die betrokkenheid ondersteunen. Roger Azevedo is onder andere bekend van zijn werk op het gebied van zelfregulatie. De interventie bestond uit 10 wekelijkse lessen van 1 uur. Het is dus niet verrassend dat in deze interventie gebruik wordt gemaakt van gekende zelfregulatiestrategieën. Het effect van de interventie op schoolbetrokkenheid is onderzocht met behulp van een randomized controlled trial op 12 basisscholen in Portugal. De deelnemende leerlinge. Waren gemiddeld 10 jaar oud. De resultaten zijn veelbelovend en laten zien dat door de interventie de betrokkenheid van leerlingen wordt vergroot.


Het abstract

Prior research has reported signs of low engagement in the early stages of schooling. The present study assessed the effectiveness of a school-based intervention that promotes cognitive, emotional, and behavioral engagement in elementary school children through a story tool. The study followed a cluster-randomized design with 259 fourth graders nested in 12 classes; the classes, not the individuals, were randomly assigned to an intervention or control group. Both groups were assessed in four waves in two measures for each engagement dimension. Data were analyzed with a multilevel approach. Findings show that the intervention enhanced students’ cognitive, emotional, and behavioral engagement. Still, there is a delay before the intervention program exhibits a beneficial effect.

Moreover, gender discrepancies were found. Before the intervention, girls showed higher cognitive and emotional engagement, but boys exhibited higher emotional engagement after the intervention. In addition, current results indicate that the program benefited the boys more than the girls. Finally, there was no evidence that the engagement outcomes differed depending on the parent’s educational level. Findings provide valuable information for future research and educational practice.

vrijdag 18 november 2022

Fonemisch bewustzijn stimuleren

Fonemisch bewustzijn houdt in dat kinderen onder andere inzien dat woorden bestaan uit afzonderlijke klanken. Fonemisch bewustzijn is een belangrijk onderdeel van het leren lezen. Hoe kun je als leerkracht bijdragen aan de ontwikkeling van fonemisch bewustzijn bij jonge kinderen. Deze vraag staat centraal in dit artikel in JSW.



woensdag 19 januari 2022

Impact van online en hybride onderwijs op gedrag van basisschoolleerlingen

Verschillende studies hebben aangetoond dat de schoolsluitingen door de coronacrisis een impact hebben gehad op de leerprestaties van Amerikaanse basisschoolleerlingen. Maar welke impact had de coronacrisis op het gedrag van basisschoolleerlingen? In een recent onderzoek bevroegen de onderzoekers Hanno, Fritz, en Jones de ouders van 348 leerlingen in de basisschoolleeftijd. Op 4 momenten in de eerste vijf maanden van 2021 vulden deze ouders een vragenlijst in over het gedrag van hun kinderen. Ouders gaven hun percepties van het gedrag van hun kind in het algemeen (veel beter dan gewoonlijk vs. veel slechter dan gewoonlijk), het aantal keren dat opvallend of onaangepast gedrag voorkwam in de voorbije periode (bv. agressief gedrag of teruggetrokken zijn) en hoe vaak het kind problemen had met het executief functioneren in de voorbije periode. Daarbij vroegen de onderzoekers ook of het kind op het moment van invullen onderwijs op school, online onderwijs of hybride onderwijs volgde.

De resultaten van het onderzoek laten zien dat vrijwel alle deelnemende kinderen overgangen in onderwijsvorm meemaakten (bv. van klassikaal naar online, zie Figuur 1). En dat in de perceptie van de deelnemende ouders het gedrag van hun kinderen in periodes van online onderwijs beduidend problematischer was dan tijdens klassikaal onderwijs (zie Figuur 2).

Figuur 1: Onderwijsvorm per meetmoment.


Figuur 2: Verschillen in kindgedrag.

Hanno, E. C., Fritz, L. S., & Jones, S. M. (2022). School Learning Format and Children’s Behavioral Health During the COVID-19 Pandemic. JAMA Pediatrics. doi:10.1001/jamapediatrics.2021.5698