maandag 19 maart 2012

Privatisering deeltijd hoger onderwijs. Dreiging?

Privatisering deeltijd hoger onderwijs dreigt. Dat schept grote onzekerheid rond kwaliteitsafspraken en investeringen HBO. Onzalige timing. Zo twitterde Thom de Graaf, kersverse voorzitter van de HBO raad 27 februari jongstleden.
Voor zover echt sprake van een dreiging, geldt deze niet alleen voor het HBO: ook onze eigen Onderwijskunde opleiding staat onder zware druk.
Met een kleine staf onderzoekers en docenten verzorgen we kwalitatief hoogwaardig onderwijs. Dat zijn we aan onze stand verplicht, en dat lukt, zo getuigen de positieve studentevaluaties en onderwijsvisitaties. Maar er zit wel spanning in de lucht.  Deze maand kwam een notitie uit van de Faculteit Sociale Wetenschappen genaamd Profileren, Bezuinigen en Investeren. Daarin staat onder meer dat de faculteit streeft naar Masters die aansluiten bij de vraag van de arbeidsmarkt. Dat klinkt goed voor de Onderwijskunde. Echter op de volgende pagina staat dat een ondergrens van 48 studenten geldt voor een academische master. Een efficiĆ«ntie argument dus, dat kennelijk zwaarder weegt dan de maatschappelijke verantwoordelijkheid om academisch geschoolde professionals op te leiden waar Nederland behoefte aan heeft.
De vraag uit het werkveld is groot, ons bedrijfsleven heeft al lang door dat leren noodzakelijk is om als organisatie het verschil te maken of zelfs te kunnen overleven. Het tekort is er ook. Er is behoefte aan geschoolde onderwijskundigen om de steeds complexere leervraagstukken te kunnen behappen. Het gaat bij de gemiddelde opleidingsafdeling allang niet meer alleen om het inkopen van een cursus.
Ook in het rapport de Graaf ( ja dezelfde als de twitteraar), het Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen dat in februari 2011 uitkwam, werd al geconcludeerd dat de onderwijskundeopleidingen te maken hebben met teruglopende studentaantallen en structureel te weinig studenten trekken om te kunnen voldoen aan de vraag op de arbeidsmarkt.
Onderwijskunde is vanouds een opleiding met veel deeltijdinstroom. Dat heeft ook te maken met de inhoud van het interdisciplinaire domein van de onderwijskunde zelf. Pogingen om de VWO-instroom te verhogen zijn nooit echt heel succesvol geweest. De verhoging van de collegegelden doen ons wel vrezen voor de instroom van deeltijd studenten.
In het SER rapport dat deze maand uitkwam, staat dat de raad de terugloop van deelname aan hoger onderwijs van werkende zorgelijk vindt. Omdat de komende jaren de behoefte aan hoger opgeleiden blijft toenemen is de raad van oordeel dat ook de huidige beroepsbevolking zich moet opscholen. Deeltijdonderwijs vindt de Raad een vorm van onderwijs die daarvoor geschikt is omdat het zich goed laat combineren met werk.
Kortom: Er is in de Nederlandse bedrijven grote behoefte aan onderwijskundige expertise. We hebben in Utrecht, maar ook op andere universiteiten overigens, kwalitatief goede opleidingen. Echter de VWO-instroom is klein en de deeltijdinstroom vreest stagnatie. De Universiteit Utrecht kiest (net als Twente) voor groot (efficiƫntie). De politiek snapt inmiddels ook dat deeltijdopleidingen een functie hebben, maar de Universiteit kiest anders. Rooskleurig is het dus niet echt. Maar dreiging? Dat is mij te gortig, het ruikt ook naar uitdaging en kansen. We hebben de ALPO, we hebben keigoede docenten en een stevig netwerk van alumni en bedrijven om ons heen. De mogelijkheden van contractonderwijs zijn nog bij lange na niet benut. Ik ben voor een brainstormsessie. Waar ligt onze kracht en hoe benutten we die om het leren in Nederland te verbeteren. Want daar ligt pas een dreiging.
Waarom is de voorzitter van de HBO raad eigenlijk geen onderwijskundige?