vrijdag 1 juli 2022

Vanuit de Opleidingscommissie: een bericht van Floor en Sacha

 

Lieve lezer,

Afgelopen jaar zijn wij de twee studentleden van de OpleidingsCommissie van Onderwijswetenschappen geweest. Gedurende het jaar hebben wij ervoor gezorgd dat er net als vorig jaar (ongeveer) elke maand een blog online werd gezet. Hierin hebben verschillende studenten en docenten een kijkje gegeven in hun leven. Hierdoor zijn er veel verschillende perspectieven langsgekomen op onderwijswetenschappelijke kwesties.

Tijdens corona is het idee ontstaan om deze blog op te zetten. Op deze manier kon iedereen vanuit zijn/haar kamer alsnog meekrijgen waar anderen in deze tijd mee bezig waren. ALPO studenten, OWW studenten en docenten van beide opleidingen hebben hun visies op het onderwijs gedeeld, lees- en podcast tips gegeven en vragen van elkaar beantwoord.

Dit jaar hebben wij als OC nog een aantal blogs gepost en besloten om met deze blog de reeks af te sluiten. We hopen aankomend jaar elkaar veel op de universiteit tegen te komen en op die manier een kijkje in elkaars leven te blijven krijgen. Met deze blog sluiten we niet alleen de blogreeks af, maar ook ons jaar in de OC. We dragen met trots het stokje over aan Lynn en Ylana :)

Floor en Sacha

Waar we het afgelopen jaar bezig zijn geweest met de blogs, hebben we ook nog een heel aantal andere dingen gedaan vanuit onze functie als studentlid van de OC. Zo hebben we panelgesprekken gevoerd om alle vakken te evalueren (en ook bedacht hoe we deze anders kunnen vormgeven), vergaderingen gehad met docenten en ook de Instagram van @oww_uu bijgehouden. Hiervoor hebben we onder andere samen een dagje de stad doorgefietst om verschillende studieplekjes uit te lichten in Utrecht. Naast onze taken voor de OC, hebben we namelijk afgelopen jaar ook beide heel hard gestudeerd!

Naast studeren en taken voor de Inspraak hebben we beide ook nog heel veel leuke dingen gedaan: VOCUS commissies en activiteiten, dagtripjes naar steden, feestjes en genieten van de zon (zeker deze laatste weken!). Aankomend jaar zal Sacha nog rondlopen op de Uithof voor haar laatste studiejaar. Floor zal op avontuur gaan in Oslo, waar zij voor een half jaar naartoe gaat op exchange! Voor nu wensen wij iedereen een hele fijne vakantie toe :)

Liefs,
Floor en Sacha

dinsdag 22 maart 2022

Een kijkje in het leven van Marjoleine

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat docent Marjoleine Heijboer. Zij werd onlangs genomineerd voor de Docenttalentprijs van de universiteit, een titel die ze helaas net niet won. Dit is de zeventiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie. Onderstaande verscheen eerder op de website van studievereniging Vocus.

Dertig jaar geleden (au) startte ik met mijn studie Culturele Antropologie. Ik wilde reizen, andere culturen leren kennen en een leven in een ver buitenland opbouwen. Alhoewel ik de studie als enorm waardevol en interessant heb ervaren, begon mijn toekomstbeeld toch wel te veranderen. Reizen vond (en vind) ik nog steeds leuk, maar niet als baan. Lang verhaal kort, ik twijfelde even over promotieonderzoek (te eenzijdig), ik haalde mijn lesbevoegdheid als docent maatschappijleer (was het ook niet helemaal), werkte bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als hoor-en beslismedewerker (indrukwekkend en leerzaam) en kwam toen na 3 jaar terecht als opleidingsadviseur bij het Kennis-en Leercentrum van de IND. Daar viel alles op zijn plek. Mijn didactische kennis én vakinhoudelijke kennis als hoor- en beslismedewerker mocht ik daar inzetten om te zorgen dat nieuwe medewerkers van de IND goed opgeleid werden en eenmaal in dienst zich ook konden blijven ontwikkelen.

Na 8 jaar als opleidingsadviseur te hebben gewerkt, was ik toe aan een nieuwe omgeving. En die nieuwe omgeving werd TriamFloat, hier heb ik 10 jaar met ontzettend veel plezier gewerkt. Er zat niet alleen veel afwisseling in de inhoud van de opdrachten, maar ook in de organisaties en doelgroepen waar ik mee te maken kreeg. Daarnaast was er ruimte om me met TriamFloat-collega’s te verdiepen in thema’s als het organiseren van leren, leercultuur en werkplekleren. En toch.. na 10 jaar begon het kriebelen. Ik wilde meer inhoud en minder projectmanagement, ik wilde graag met groepen bezig zijn en anderen enthousiast kunnen maken voor het mooie vak. Ook hier weer lang verhaal kort: ruim 2,5 jaar geleden startte ik als docent Onderwijswetenschappen.

Die 2,5 jaar is omgevlogen. Na een half jaar flink wennen, kwam corona om de hoek. Weer een enorme omschakeling. Wat hebben we hard gewerkt met alle collega’s om van het online onderwijs iets te maken. En ook al kan er online veel, ik miste het contact met de studenten (en collega’s) enorm. Wat een feest was het om afgelopen september weer met de werkgroepen in één ruimte te zijn, hoe makkelijk was het ineens om als groep weer met elkaar écht in gesprek te gaan. Naast het begeleiden van werkgroepen, coördineer ik verschillende vakken, maak ik lesmaterialen en toetsen, geef ik hoorcolleges of maak kennisclips en begeleid ik stagiaires. Ook werk ik mee aan een project om de Leren in Organisaties vakken nóg een slagje mooier te maken en lever ik een bijdrage aan de voorlichting voor nieuwe studenten.

Met weer les op de campus, kon het eigenlijk niet mooier. Maar er kwam nog een schepje bovenop. In oktober mailde Nick van Ham, Coördinator Onderwijs van VOCUS, mij. VOCUS wilde mij voordragen voor de Docenttalentprijs van de UU: wat een verrassing en fantastisch compliment! Ik werd geïnterviewd door Nick, collega’s en studenten schreven aanbevelingen en zelf mocht ik mijn visie op het onderwijs op papier zetten. Alle mooie woorden en inzet van iedereen maakten enorm veel indruk. Maar we bleken er nog niet te zijn. In januari werd ik door de jury samen met twee andere docenttalenten genomineerd. Nauwelijks bekomen van de schrik (jeetje, ik moet nu wel echt wat waarmaken) maar ook blijdschap, mochten we weer aan de slag. Wederom moesten er verschillende materialen (evaluaties, lesmaterialen, video-opnames) worden aangeleverd en verwerkt tot een presentatie die door Nick en zijn collega Vincent aan de jury zijn gegeven. En nu is het wachten op 10 maart, dan wordt tijdens de Onderwijsparade bekend wie de docenttalentprijs ontvangt. Voor alle inzet van VOCUS, collega’s en studenten, hoop ik dat we winnen. Voor mijzelf: verliezen kan niet meer!

 

woensdag 19 januari 2022

Impact van online en hybride onderwijs op gedrag van basisschoolleerlingen

Verschillende studies hebben aangetoond dat de schoolsluitingen door de coronacrisis een impact hebben gehad op de leerprestaties van Amerikaanse basisschoolleerlingen. Maar welke impact had de coronacrisis op het gedrag van basisschoolleerlingen? In een recent onderzoek bevroegen de onderzoekers Hanno, Fritz, en Jones de ouders van 348 leerlingen in de basisschoolleeftijd. Op 4 momenten in de eerste vijf maanden van 2021 vulden deze ouders een vragenlijst in over het gedrag van hun kinderen. Ouders gaven hun percepties van het gedrag van hun kind in het algemeen (veel beter dan gewoonlijk vs. veel slechter dan gewoonlijk), het aantal keren dat opvallend of onaangepast gedrag voorkwam in de voorbije periode (bv. agressief gedrag of teruggetrokken zijn) en hoe vaak het kind problemen had met het executief functioneren in de voorbije periode. Daarbij vroegen de onderzoekers ook of het kind op het moment van invullen onderwijs op school, online onderwijs of hybride onderwijs volgde.

De resultaten van het onderzoek laten zien dat vrijwel alle deelnemende kinderen overgangen in onderwijsvorm meemaakten (bv. van klassikaal naar online, zie Figuur 1). En dat in de perceptie van de deelnemende ouders het gedrag van hun kinderen in periodes van online onderwijs beduidend problematischer was dan tijdens klassikaal onderwijs (zie Figuur 2).

Figuur 1: Onderwijsvorm per meetmoment.


Figuur 2: Verschillen in kindgedrag.

Hanno, E. C., Fritz, L. S., & Jones, S. M. (2022). School Learning Format and Children’s Behavioral Health During the COVID-19 Pandemic. JAMA Pediatrics. doi:10.1001/jamapediatrics.2021.5698

maandag 10 januari 2022

Een kijkje in het leven van Gerrit

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat docent Gerrit Verweij. Dit is de zestiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie.

Gerrit

Mijn week

Maandag 8.00u gaat mijn wekker. Ik ontbijt met cereals en stap om 8.30u op de scooter (ik heb een hekel aan fietsen). De 7 km van Bilthoven naar Utrecht leg ik in 12 minuten af. Maandag is een drukke dag, waarbij mijn 2 cursussen, Orthopedagogiek en Ontwerpen van Leersituaties, allebei aandacht vragen. Ik geniet van de afwisseling en de gesprekken met de studenten, de dag vliegt voorbij. In de avond voetbal ik lekker 1,5 uur in de zaal.

Dinsdag werk ik thuis, dan gaat de wekker meestal om 8.30u. Deze dag vult zich meestal met de acties vanuit de maandag, mijn mail, het nakijken van het één en ander en het lezen van literatuur voor het werkcollege van donderdag. Ik lunch samen met mijn vrouw Matthea, vaak maken we samen een wandeling (het bos is onze achtertuin). In de avond speel ik vaak bordspellen met vrienden, vanavond is War of the Ring aan de beurt (groot fan van Lord of the Rings).

Woensdag wederom thuis. Ik bereid de werkcolleges verder voor en stop meestal iets eerder op woensdag om naar de plaatselijke kringloop te gaan. Heerlijk op zoek naar schatten, love it. In de avond kijken we meestal wat TV of een serie, op dit moment volgen we het Perfecte Plaatje. Lekker bankhangen.

Donderdag weer naar de Uni. Het is uiteraard wat rustiger de laatste tijd, maar ik spreek toch wat collega’s, altijd gezellig. In de middag geef ik werkcollege van 13.15u-17.00u. Een flinke zit, maar we gebruiken de tijd nuttig. De studenten zijn bezig met het ontwikkelen van een lessenserie, die ze ook vanuit de literatuur onderbouwen. Er wordt hard gewerkt, gelachen en samen brengen we de producten weer een stuk verder. Donderdagavond is meestal de voetjes omhoog bij een goed boek of een leuke (kerst)film.

Vrijdag tm zondag is mijn weekend, heerlijk. Ik bezoek familie of vrienden, speel een spel, kijk een film, stofzuig het hele huis, altijd wat te doen! Zondagavond niet al te laat mn nest weer in, om de maandag weer fris en fruitig aan de slag te gaan. Love my job😊


Mijn visie op en droom voor het Onderwijs

Ik merk in deze tijd van meer online onderwijs weer extra hoe belangrijk echt contact is. Ik geloof sterk in de 3 basisbehoeften: autonomie, competentie en relatie. Waarbij ik zelf relatie de aller belangrijkste vind. Vind ik dat de 3 basisbehoeften op dit moment voor alle kinderen, tieners en volwassenen in het onderwijs uit de verf komen? Nee, lang niet altijd. Maar ik ken uit eigen ervaring wel de enorme gedrevenheid van de betrokkenen bij het onderwijs, de passie en de wil om het goed te doen. 

Mijn droom voor het onderwijs (ook de vraag van mijn voorgangster, leuke blog btw Lotte😊) is dat we meer uitgaan van wat een leerling wel kan, i.p.v. wat een leerling niet kan. Soms denk ik dat wij een iets te algemene en brede basis van iedereen vragen. Wat heeft een lerende anno 2021 nodig om zich autonoom, competent en geliefd te voelen? Bereiden we hen echt voor op een rol in de maatschappij later? Ik denk eerlijk gezegd dat ze dan meer baat hebben bij de zogenaamde 21st century skills dan het oplossen van verhaaltjes sommen en het ontleden van een zin. Er is een nieuwe manier van denken nodig voor de generatie die nu leert. Interessant om over na te denken en met de studenten onderwijswetenschappen en ALPO te bespreken.


Mijn vraag aan de volgende blogger

Op welke momenten voel(de) je je autonoom, competent en geliefd en wat waren de sleutels voor deze momenten?

Bonusvraag: hoe vaak komen de woorden autonoom, competent en geliefd voor in mijn blog? 😉


Mijn ‘wijze’ woorden

Wees deze tijd extra lief voor elkaar. Bedenk steeds voor jezelf of je je autonoom, competent en geliefd voelt en doe je stinkende best om dit bij de mensen (jong en oud) om je heen te realiseren. Een super 2022 voor jullie allemaal!


maandag 13 december 2021

De impact van de eerste schoolsluiting op taal- en rekenprestaties

Wat was de impact van de eerste schoolsluiting op de taal- en rekenprestaties van leerlingen in groep 5-7? Deze vraag stond centraal in het onderzoek van de Werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht. Het onderzoek laat zien dat de leerachterstanden die leerlingen tijdens de eerste lockdown opliepen fors zijn: gemiddeld meer dan twee maanden voor zowel rekenen als begrijpend lezen. Het onderzoek richtte zich op scholen met een zeer diverse leerlingpopulatie. Het onderzoek vond ook grote verschillen tussen scholen: op scholen waar de populatie voor een groter deel bestond uit leerlingen die een risico lopen op leerachterstanden was de impact van de schoolsluitingen groter.

Het abstract:

School closures due to the COVID-19 pandemic raised concerns about increases in educational inequality. We examined the magnitude of the impact of the first school closure for vulnerable student groups in particular. This study was conducted among 886 Grade 3 - 5 students in the Netherlands in schools serving a high percentage of students from disadvantaged backgrounds. Piecewise growth analyses indicated that the school closures caused discontinuity in students’ achievement growth on national standardized tests and led to an average learning loss of 2.47 months in mathematics and 2.35 in reading comprehension, exceeding the duration of the school closure. Findings suggest that school closures contribute to educational inequality and indicate which students may particularly need additional support to overcome the adverse consequences of the lockdowns.


Schuurman, T. S., Henrichs, L. F., Schuurman, N. F., Polderdijk, S., & Hornstra, L. (2021). Learning Loss in Vulnerable Student Populations After the First Covid-19 School Closure in the Netherlands. Scandinavian Journal of Educational Researchhttps://doi.org/10.1080/00313831.2021.2006307 

woensdag 8 december 2021

Een afbeelding zegt meer dan 1000 woorden? Niet tijdens retrieval practice

Retrieval practice, met behulp van flashcards of oefensoftware is, is een effectieve manier van studeren. Zo is het bijvoorbeeld effectiever om vocabulaire te oefenen door te leren woorden herhaaldelijk te vertalen uit het geheugen dan door herhaaldelijk woordenlijsten te lezen. In een recent onderzoek onderzochten Utrechtse collega's Gesa van den Broek, Tamara van Gog, Liesbeth Kester en studenten Evelien Jansen en Mirja Pleijsant of het toevoegen afbeeldingen of plaatjes tijdens retrvieval practice het studeren effectiever maakt. De resultaten van hun onderzoek zijn onlangs verschenen in Journal of Educational Psychology en laten zien dat het toevoegen van afbeeldingen of plaatjes in veel gevallen de effectiviteit van retrieval practice verlaagt. In drie experimenten onderzochten ze de effectiviteit van drie condities: (1) een conditie waarbij zowel tijdens de response phase (leerling probeert de vertaling van een woord te geven) als de feedback phase (leerling krijgt het correct antwoord te zien) het plaatje te zien was, (2) een conditie waarbij geen plaatjes in beide fases te zien was en (3) een conditie waarbij alleen in de feedback phase een plaatje te zien was.


De auteurs vatten de uitkomsten van hun onderzoek als volgt samen:

Practicing retrieval of vocabulary items from memory (e.g., with flashcard software or practice tests) is an effective study strategy to remember vocabulary over time. Retrieval practice is often implemented in digital learning environments that increasingly include multimedia (i.e., combining textual and pictorial information). However, it is unknown how multimedia design affects the benefits of retrieval. Therefore, the present study tested the effect of adding images during retrieval practice on students' learning, affective-motivational outcomes, and judgments of learning. We experimentally manipulated the presence and timing of images during retrieval practice of foreign vocabulary in three classroom experiments with students in secondary education. Across experiments, students' vocabulary recall on a posttest (1 to 4 days after practice) was weaker after practice with images that helped them retrieve the answer, compared with practice without images (Experiments 2 and 3) and compared with practice with images that appeared after the retrieval attempt (Experiments 1 and 3). Images enhanced feelings of competence but not enjoyment of practice. The majority of students recognized the negative effects of images on their learning only when the images clearly revealed the answer (Experiment 1) but-incorrectly-considered images that provided partial hints about the answer to be helpful (Experiments 2 and 3). Moreover, students consistently overestimated how much they learned with images that helped them retrieve the answer. During retrieval practice of vocabulary words, informative images are thus potentially harmful and students have limited insight into these effects.

En de Impact Statement: 

Practicing retrieval of vocabulary words from memory (e.g., with flashcard software or practice tests) is an effective strategy to remember the words over time. This study tested how adding images during such retrieval practice influences students’ learning and motivation. In three classroom experiments, we found that retrieval practice is less effective when it includes images that provide hints about the answer, compared to no images. Students were unaware of this effect and overestimated how much they learned with images. Multimedia should thus be used cautiously in vocabulary learning software. To ensure that students can later recall vocabulary not only with the help of the images from practice but also without images, practice should not include images that provide hints about the to-be-retrieved answer. Images can, however, be presented as feedback that is shown after the learner has given a response. 

Van den Broek, G. S. E., van Gog, T., Jansen, E., Pleijsant, M., & Kester, L. (2021). Multimedia effects during retrieval practice: Images that reveal the answer reduce vocabulary learning. Journal of Educational Psychology, 113(8), 1587–1608. https://doi.org/10.1037/edu0000499

dinsdag 7 december 2021

Een kijkje in het leven van Lotte

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat student Lotte Flikkema. Dit is de vijftiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie.  


Meekijken met Lotte

Hallo daar, leuk dat je mijn blog over de ALPO leest. In deze blog wil ik je graag wat meer over mijn leven als derdejaars ALPO-student vertellen, en over de weg daar naartoe. Ik heb voor de ALPO gekozen omdat ik theorie pas iets waard vind als je er echt iets mee kan. Waarom alleen leren over kinderen wanneer je dat ook meteen kan toepassen in de klas? Deze opleiding maakt me (nog steeds) ambitieus, nieuwsgierig en gemotiveerd. Ik ben blij dat ik voor de ALPO heb gekozen.

Hoe ziet jouw week eruit?

In het derde jaar van de ALPO zit de week aardig volgepropt. De Hogeschool en Universiteit moeten samen 3 dagen delen, de overige twee dagen zijn stagedagen. De week van schrijven is in de tweede week van het tweede blok van jaar 3. Tentamens van blok 1 zijn net (succesvol!) afgerond en het is tijd voor de nieuwe vakken. Ik neem jullie graag van dag tot dag mee in mijn lessen.

Op maandag volg ik orthopedagogiek 2. Dit is een vervolg op orthopedagogiek 1 (goh) en een gemixte cursus van Universiteit en Hogeschool. Ortho1 had de nadruk op leerstoornissen zoals dyslexie of dyscalculie, en hoe de leerkracht daar praktisch mee om kan gaan. Ortho2 zoomt nu in op verschillende gedragsstoornissen. Denk hierbij aan ADHD, ASS, hoogbegaafdheid. Elke week staat een andere gedragsstoornis in de schijnwerpers met een hoorcollege en werkgroep. De hoorcolleges worden gegeven door experts in het gebied, die vooraf vragen ontvangen van de studenten en deze verwerken in het college. Na het hoorcollege is er een pauze van ongeveer 2 uur tot de bijbehorende werkgroep. Het is een onderdeel van de cursus dat elke week een groepje leerlingen een deel van de werkgroep verzorgt. Deze week zat ik dus samen met medestudenten gezellig te werken aan onze les. Tijdens de werkgroep leggen we de link tussen de theorie en de praktijk.

Dinsdag begon met een SLB-les waarbij we onderling problemen op stage met elkaar deelden. Dit gaf me wel wat nieuwe inzichten. Vervolgens was er een les van mijn keuzevak. In het derde jaar is er de keus tussen Wereldoriëntatie en muziek. Dit gaat dan om verdiepende vakken. Ik heb voor wereldoriëntatie gekozen, waarmee we dit blok twee lessenseries gaan ontwerpen rond een educatie (denk aan gezonde voeding, waterverspilling, erfgoededucatie). Om de week volg ik op dinsdag ook een vak Inleiding Vernieuwingsonderwijs. Dit vak zoomt in op verschillende vormen onderwijs (bijv. montessori, dalton of vrije school) en is een opstapje naar het keuzevak vernieuwingsonderwijs in blok 3 en 4.

Woensdag en donderdag zijn mijn favoriete dagen van de week. Dan loop ik stage in groep 7/8 van een SBO-school. Ik heb zelf voor het SBO gekozen, omdat ik nieuwsgierig was naar de uitdaging. Deze twee dagen zijn zwaar; mentaal én fysiek. Maar ze zijn het zeker waard. In het SBO heb ik veel geleerd over hoe je met verschillende leerlingen om moet gaan. En hoe ontzettend verschillend ze zijn! Dit zijn allemaal dingen die ik meeneem naar mijn eigen klaslokaal in de toekomst. Zowel tijdens als na schooltijd voer ik veel taken uit voor de klas en school. Als derdejaars student wordt er redelijk veel van je verwacht.

Op vrijdag was het tijd voor het hogeschool onderdeel van ortho2. Hiermee focussen we op het maken van een groepsplan. In ortho1 hebben we een groepsoverzicht gemaakt, nu is het tijd voor de volgende stap. Dit is een hele praktische opdracht die me veel inzicht geeft in de leerlingen van mijn stageschool, en in het werk van een leerkracht. Aan het einde van de week gebruik ik de treinreis om me voor te bereiden voor de volgende week.

In totaal reis ik dus 3 dagen in de week (2 uur enkele reis…) op en neer naar Utrecht, en 2 dagen naar mijn stageschool. Dit kost me onwijs veel tijd. Gelukkig vind ik nog genoeg tijd om regelmatig te sporten, 3 dagen per week te werken en mijn vrienden te zien. In de trein lees en luister ik van alles. Over het onderwijs heb ik nog wel wat tips! Zie het laatste kopje.

Waar haal  het meeste plezier uit bij je studie?

Het meeste plezier haal ik denk ik uit de interessante discussies die je kan hebben over alles in onderwijsland. We hebben les van experts en zitten in een klaslokaal met allemaal toekomstige juffen en meesters met stuk voor stuk hun eigen mening. Dit levert interessante discussies op over de huidige stand van zaken. Moeten er dingen anders? En hoe kunnen we dat voor elkaar krijgen?

Daarnaast zijn woensdag en donderdag natuurlijk de momenten dat je met je neus op de feiten wordt gedrukt. Die 25 wiebelende kinderen zijn waar je het allemaal voor doet!

Wat is jouw visie op het huidige onderwijs in Nederland?

Om te beginnen beantwoord ik graag de vraag van mijn voorganger Merel: Als je een nieuwe stroming van onderwijs zou kunnen ontwerpen, hoe zou deze er dan uitzien en waarom? En in hoeverre wijkt deze af van de reeds bestaande onderwijsstromingen in Nederland? Een redelijk complexe vraag, maar er komt bij mij een heel simpel antwoord naar boven: geen. Ik zou geen nieuwe stroming willen ontwerpen binnen onderwijsland. Klinkt misschien saai, maar het is nu voor de leek (en de schoolzoekende ouder) al een aardig oerwoud wat voor stromingen er allemaal bestaan, en wat ze inhouden. Wat is het beste voor je kind? Ik ben van mening dat alle stromingen hun voordelen en nadelen hebben, en dat die ook nog eens verschillen per kind. Het toevoegen van een extra stroming zal hier niets aan verbeteren.

Dit brengt mij op het volgende punt. Was het niet de bedoeling dat het basisonderwijs voor iedereen hetzelfde is? In mijn verschillende stages, maar ook uit verhalen van andere studenten, hoor ik zo veel verschillende scholen. Blijkbaar maakt het uit of jouw school in Wassenaar of Rotterdam Zuid staat. Kansenongelijkheid is een term die steeds meer in de schijnwerpers komt te staan bij onderwijskundigen maar ook het grote publiek. In mijn mening wordt het onderwijs alleen maar beter als we wat meer gaan omkijken naar die leerlingen die net niet in de goede wijk zijn geboren. Dit is een zaak die op macro-niveau aandacht vraagt. Voor de klas vind je enkel leerkrachten die het beste willen voor elke leerling. Maar hoe wordt het geld verdeeld? En dus ook die fantastische leerkrachten? Dat is een zaak voor Den Haag.

Als ik denk aan het huidige onderwijs in Nederland dan denk ik ook aan de digitalisering van de afgelopen tijd. Leerlingen werken steeds vaker op devices en minder vaak in een schrift. Op de opleiding is hier vaak een discussie over, wat is nu beter? Zowel online als offline onderwijs heeft voordelen en nadelen. Hierbij denk ik dat het voor elk kind zal verschillen wat fijner werkt. We kunnen er in ieder geval niet om heen dat het volgen van de leerlingen in een digitaal leerlingvolgsysteem wel ontzettend handig is!

Wat is je droom voor het onderwijs?

Mijn droom voor het onderwijs hangt sterk samen met het probleem van kansenongelijkheid. Hoe mooi zou het zijn als alle leerlingen gelijke kansen zouden hebben? Het voelt als een onredelijke droom, maar er zijn al veel organisaties die zich inzetten voor kinderen in kansarme situaties. Hier word ik alleen maar blij van.

Heb je nog een vraag voor de volgende blogger?

Voor de volgende blogger wil ik eigenlijk mijn droom meegeven. Wat zou jij als een verandering voorstellen aan het huidige onderwijs in Nederland om kansenongelijkheid te verminderen? Het is een kwestie die niet in één keer op te lossen is, maar een beetje dromen kan nooit kwaad.

Heb je nog leuke luister of leestips?

In de trein verslind ik graag boeken. En wat is nou leuker dan over de grappige, schokkende en interessante ervaringen van leerkrachten lezen? Er zijn talloze boeken te vinden waarin leerkrachten bijzondere verhalen beschrijven. Over kansenongelijkheid in het onderwijs is ook veel materiaal te vinden. Het kan nooit kwaad om je er over in te lezen voor je zelf voor de klas staat.

Mijn favorieten over de onderwijspraktijk:

·        Jongens ik wil nu toch echt beginnen – Johan Goossens

·        De gelukkige leraar – Maike Douglas-Westland

·        Juf er is een kind kwijt – Dorine Hermans


maandag 15 november 2021

Een kijkje in het leven van Corine

 In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat docent Corine Gielen. Dit is de veertiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie. 

Hoi allemaal! Deze keer ben ik gevraagd om de blog te schrijven, maar laat ik mijzelf eerst even voorstellen. Ik ben Corine Gielen, docent aan de afdeling Educatie (OWW en ALPO) en praat met een zachte G. Van origine kom ik uit Leuth, een minidorpje onder de rook van Nijmegen. Tegenwoordig woon ik samen met mijn Duitse vriend en goudvissen in Bennekom (bij Ede en Wageningen). Dus ja, ik spreek ook een aardig woordje Deutsch. In mijn vrije tijd vind ik het heerlijk om Formule 1 te kijken, ben groot fan, van vrije training tot en met de wedstrijd, alles probeer ik te kijken. Echter draait mijn leven niet alleen maar om racen, ik houd ook van korfballen, een flink stuk wandelen en bordspelletjes.

Toen ik hier kwam werken was de afdeling voor mij niet nieuw, ik heb namelijk van 2015 tot en met 2019 de ALPO gestudeerd. Aansluitend heb ik de Master Educational Sciences gedaan aan de UU. Dit heb ik gecombineerd met een dag werken als basisschooldocent op OBS Vleuterweide. Toen ik klaar was met mijn Master waren ze bij OWW en ALPO ze op zoek naar een nieuwe docent en de rest is geschiedenis. Dat betekent dat mijn docenten van toen tegenwoordig mijn collega’s zijn. 

Op de UU werk ik vier dagen per week als docent en ik geef zowel in de Bachelors (ALPO en OWW) als in de Master Educational Sciences les. De afgelopen periode heb ik Inleiding Onderwijswetenschappen gegeven en Learning in Organizations in de Master. Dat betekende dat ik ongeveer acht uur per week aan het lesgeven was. In de overige tijd bereid ik mijn werkgroepen voor en heb ik vergaderingen, bijvoorbeeld over diploma-uitreikingen of open dagen. Het meeste plezier in mijn baan haal ik uit het lesgeven zelf. Daadwerkelijk voor de groep staan en studenten begeleiden bij hun opdrachten en het eigen maken van de literatuur. Ik geniet er van als studenten zichzelf ontwikkelen en groeien tijdens een cursus. Maar net zoveel plezier haal ik uit de informele gesprekjes met studenten. Dan gaat het bijvoorbeeld over werkdruk, weekendplannen van zowel mij als studenten of andere zaken die studenten bezig houden. Ik ben er namelijk van overtuigd dat je mede door dit soort informele gesprekken werkt aan de relatie met studenten, wat vervolgens bijdraagt aan een positief werkgroepklimaat. 

Over die strakke tijdsplanning gesproken, Nadie (de vorige blogschrijfster), vroeg mij hoe ik aan kijk tegen de strakke tijdsplanning van studenten. Is er daadwerkelijk een tekort of is dat iets wat studenten zichzelf opleggen. Ik denk dat de werkdruk hoog is, maar te doen met een goede planning en door jezelf daar vervolgens ook aan te houden. Zelf heb ik tijdens de ALPO ook hoge werkdruk ervaren, maar dat komt mede door het feit dat de ALPO een dubbele opleiding is en je van tevoren weet dat het zwaarder is dan een reguliere bacheloropleiding. Bovendien vond ik het ook erg leuk om ernaast te werken, lid te zijn van de studentenkorfbalvereniging en van VOCUS. Wanneer je naast je opleiding meerdere ballen hoog moet houden, dan wordt de werkdruk automatisch hoger. Je hebt tenslotte maar 24 uur per dag, waarin je ook je slaap niet moet vergeten 😉. Al met al denk ik dat de werkdruk hoog is, je doet ook niet voor niets een wetenschappelijke opleiding, maar dat dit vergroot of verkleind kan worden door de persoonlijke situatie. Weeg goed af waar jij prioriteit aan geeft en haal er dan ook alles uit, maar vergeet ook niet om te ontspannen. Persoonlijk vind ik het niet wenselijk als je alleen maar in de boeken zit en geen ontspanning naast je studie hebt.

Ik tijdens een consultatie met
een groepje van mijn LIO Master studenten.
Deze blog wil ik afsluiten met mijn droom voor het onderwijs en de maatschappij. Op dit moment wordt er veel druk gelegd op leerlingen door de omgeving (ouders, medeleerlingen) om zo goed mogelijk te presteren op school. Er wordt massaal geïnvesteerd in bijles, zelfs al bij de kleuters, om je kind op de havo of het VWO te krijgen. Termen als hoogopgeleid en laagopgeleid zijn nog steeds aan de orde van de dag. Een kwalijke zaak vind ik dat, omdat iemand die heel handig is met zijn handen en mijn auto kan repareren als die stuk is, als laag wordt bestempeld door de maatschappij. Terwijl deze automonteur ervoor zorgt dat ik met mijn universitaire titel toch naar mijn werk kan rijden. En deze persoon zou je dan bestempelen als laag? Waarom is hij of zij minder dan ik? Praktisch en theoretisch opgeleid vind ik al een stuk wenselijker, omdat deze termen ook daadwerkelijk het verschil verduidelijken. Mijn wens is dat er in het onderwijs meer gekeken wordt naar de leerling als geheel en niet alleen naar de cognitieve capaciteiten van een leerling, de kansen(ongelijk)heid afneemt en leerlingen/ouders trots kunnen zijn op bijvoorbeeld een vmbo-advies als dat beter bij het kind past.

Mijn vraag aan de volgende blogger is: Welke docent was/is jouw favoriet en waarom? Wat voor gedrag liet/laat hij/zij zien waardoor jij je fijn voelt/voelde in de les? Dit kan een basisschooldocent, maar ook een hoger onderwijsdocent zijn.