Posts tonen met het label ipad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ipad. Alle posts tonen

donderdag 29 december 2022

Terugblik op 10 jaar onderwijswetenschappen blog: Wat zijn de meest populaire posts? (Deel 4)

   

Ongemerkt is er in 2022 een jubileum gepasseerd: het onderwijswetenschappen blog bestaat 10 jaar! Het einde van het jaar is een mooi moment om terug te blikken op 10 jaar blogposts over onderwijs, onderzoek en meer. Wat waren de 10 meest gelezen blogs in die 10 jaar tijd?

Vandaag kijken we naar nummer 4 en nummer 3:

Nummer 4: All work and no play? Taal- en rekenonderwijs in de kleuterklassen (7 januari 2019, 7240x gelezen)

In langlopende onderwijsdiscussies zijn er vaak twee kampen die met elkaar in de clinch liggen. Zo ook bij de vraag of het verstandig is om in het kleuteronderwijs aandacht te besteden aan het (beginnend) leren lezen, schrijven en rekenen. Deze discussie wordt vaak gereduceerd of je bij kamp "instructie" of kamp "spelen" hoort. In deze blog bespreken we een onderzoek dat laat zien dat aandacht besteden aan de ontwikkeling van lees-, schrijf- en rekenvaardigheid positieve effecten heeft en eigenlijk geen nadelige effecten laat zien.

Nummer 3: Help, mijn kind moet naar een Steve Jobsschool! (16 april 2013, 10221x gelezen)

Het is misschien wel weer wat op de achtergrond van ons collectieve geheugen geraakt, maar er was eens een opiniepeiler, die dacht de Deventer moordzaak op te kunnen lossen en toen zijn peilen op het onderwijs ging richten. Het resultaat: de Steve Jobsscholen. De Steve Jobsscholen verdwenen weer even snel als ze gekomen zijn, onder andere na stevige kritiek van de Onderwijsinspectie. In deze post analyseert Casper het concept achter de Steve Jobsscholen.

Check morgen ons blog voor de twee meest gelezen posts van ons onderwijswetenschappen blog!

maandag 1 juli 2019

Directe instructie: game, set and match


Reactie op Rob Martens, De mythe van directe instructie

De Open Universiteit geeft een eigen tijdschrift uit, getiteld Onderwijsinnovatie. Een recent opiniestuk daarin, geschreven door professor Rob Martens (wetenschappelijk directeur van stichting NIVOZ en hoogleraar bij het Welten-instituut van de Open Universiteit), leidde tot enige reuring. De titel van het stuk is De mythe van directe instructie. Aangezien ik wel houd van een beetje leven in de onderwijsbrouwerij en mythes bovendien echt mijn ding zijn, las ik het stuk van Martens met belangstelling. Helaas: ik vond het een nogal zwak betoog. Hieronder neem ik het stuk en de erin voorkomende argumenten met u door, en voorzie die van een weerwoord of van een instemmende opmerking.
Wie de titel leest denk misschien: ‘directe instructie’, wat is dat en zou het echt een mythe zijn? Wat houdt het überhaupt in als iets een mythe is? Gelukkig is het niet nodig om te weten wat directe instructie is om dit stuk te begrijpen, want het gaat er helemaal niet over. Het stuk gaat minder over de methode en meer over de personen die het gebruik van directe instructie binnen het onderwijs propageren, of in de woorden van Martens, de herauten van de directe instructie. Deze wat archaïsch overkomende term, die in het stuk maarliefst 15 keer gebruikt wordt, staat voor een ongewapende boodschapper. Martens lijkt de term pejoratief te willen gebruiken en er een agressieve verdediger (van directe instructie) mee aan te willen duiden, maar dat klopt dus niet helemaal. Het is onderdeel van de ietwat gemakzuchtige retoriek waarvan het stuk bol staat.

De herauten van directe instructie: ‘ze weten het zeker: het enige dat werkt in het onderwijs is directe instructie.’ Wie ‘ze’ zijn wordt niet verhelderd. Dat ‘ze’ dit weten of beweren is dan ook lastig te checken. Het is een stropopargument. Ik duid deze aan als stropop 1, omdat er nog meer volgen.
Martens toont om twee redenen sympathie met de herauten. Ten eerste bereiken zij met hun claims het publieke domein, en blijft het niet bij een discussie onder ‘studeerkamergeleerden’. Dat is mooi, maar ik had niet het idee dat discussies over (goed) onderwijs zich alleen binnen de Ivoren Toren afspeelden; het lijkt me in ieder geval niet voorbehouden aan discussies over het nut van directe instructie. Een tweede reden is dat de herauten heel uitgesproken in hun mening zijn: hun overtuiging is ‘absoluut’ en zij claimen een ‘onwrikbare waarheid’ te bezitten. Het zou kunnen, maar het was prettig geweest als Martens concreet had kunnen maken wat zijn bron voor die bewering is. Het is ook enigszins wel ironisch als je met een dergelijke stelligheid anderen van al te grote stelligheid beschuldigt. Maar: het voordeel van stellige beweringen is dat ze gemakkelijk te ontkrachten zijn.
Martens is minder sympathiek over de toon van de herauten. Die wordt namelijk bepaald door hyperbolen waar de media al te graag graag op inspringen. Het debat krijgt daardoor ‘barbaarse trekken’, met name op Twitter, het ‘afvoerputje van de sociale media’. Martens schiet met scherp, maar onduidelijk is op wie. Daarbij negeert hij gemakshalve de andere kant van het debat, van waaruit personen zich ook niet altijd even eloquent uiten. Ik duid dit punt aan als stropop 2, ook omdat Martens impliceert dat de herauten van de directe instructie tegen onderwijsvernieuwing zouden zijn, een toegevoegde claim die verder niet wordt onderbouwd.

Aangezien volgens Martens voorstanders van directe instructie zich vaak baseren op cognitive load theory (CLT) richt hij zijn pijlen daarop. Aangezien directe instructie een vrij brede methode omvat lijkt die keuze nogal specifiek. Dat maakt het Martens wel makkelijker om CLT te bekritiseren. De theorie houdt bijvoorbeeld geen rekening met motivatie van leerlingen. Martens zet de theorie neer alsof het om een voetbalclub met ‘aanhangers’ gaat. Die aanhangers maken hun tegenstanders graag zwart en ‘vergelijken hen met zombies’. Ook zetten zij voorstanders van onderwijsvernieuwingen als ontdekkend leren en iPadscholen (kent u ze nog?) weg als ‘charlatans’ en ‘kwakzalvers’. Daarmee is stropop 3 inmiddels flink opgetuigd. Martens herkent in al deze zwartmakerij een handige publicatiestrategie: negatieve publiciteit is tenslotte ook publiciteit. Waar het zojuist nog over Twitter ging, gaat het nu ineens over wetenschappelijke citatiescores. Het is nogal een sprong.
Martens noemt in zijn betoog een aantal zwakke punten van CLT. CLT ziet de mens als een soort computer (dat is het klassieke cognitivistische perspectief), en daarom doet ‘net als bij een computer’ motivatie er niet toe. Het is waar dat motivatie binnen CLT geen rol van betekenis speelt, maar dat wil niet zeggen dat motivatie er niet toe doet. Het is simpelweg geen onderdeel van deze theorie. Intelligentie is dat bijvoorbeeld ook niet. Motivatie kan in de toekomst best een onderdeel worden van de theorie (zoals dat ook voor intelligentie opgaat).
Een ander verwijt is dat CLT als theorie niet falsifieerbaar is. Dat is terechte kritiek, maar het voert te ver om de theorie daarmee ‘niet wetenschappelijk’ te noemen. Dat zeggen toont eerder een nogal beperkte visie op wetenschappelijkheid. CLT is wat dat betreft ook nog een theorie in wording, waarbij niets vastligt en aanpassingen te allen tijde mogelijk zijn. Dát is een kernmerk van wetenschap. Bij de door Martens gelauwerde alternatieve zelfdeterminatietheorie verzuimt hij overigens te vermelden of deze dan wél falsifieerbaar is (feitelijk niet).

Volgens Martens laat onderzoek naar probleemgestuurd leren (PBL) zien dat ontdekkend leren wel degelijk effectief kan zijn. Journaliste Kaya Bouma (geen hij, Rob) had beter Rotterdam of Utrecht kunnen bellen dan concluderen dat dat niet het geval is (welke hoogleraar zij in Utrecht hierover had moeten bellen weet ik niet). Martens had in het artikel waarnaar hij verwijst (het in de onderwijskunde beroemde artikel van Kirschner, Sweller, en Clark uit 2006 waarin ‘minimal guidance’ tijdens leren wordt afgeserveerd) kunnen lezen dat PBL daarin wordt gezien als een vorm van ‘guided discovery’, een leervorm waartegen zij zich niet afzetten. In feite kan CLT prima omgaan met PBL, want een van bij-effecten van de theorie is het ‘expertise reversal effect’, dat zegt dat beginners anders leren dan experts. Directe instructie voor de beginners, PBL voor de experts, om het maar een beetje kort door de bocht uit te leggen.

Het is tijd voor de laatste stropop (nummer 4): de herauten van directe instructie dragen uit dat ‘motivatie niet zo belangrijk is.’  Voor oppervlakkig leren kan dat misschien zo zijn, maar voor ‘diepgaand’ leren niet, dat vereist intrinsieke motivatie. Die uitspraak sluit aan bij de zelfdeterminatietheorie (SDT) van Ryan en Deci. Zelfdeterminatietheorie biedt een humanistisch perspectief op motivatie die ontstaan is als reactie op een meer behavioristische benadering van motivatie die vooral op extrinsieke motivatie (belonen van gewenst gedrag) gericht is. Martens stelt dat de richtlijnen van SDT ‘bijna haaks’ staan op die van CLT. Dat deed hij ook al in zijn oratie uit 2007, maar daarin gaf hij ook aan dat motivatie en cognitieve belasting best met elkaar te combineren zijn. Dat doet hij hier niet. Terwijl hij anderen van cherry picking beschuldigt als het om (gebrek aan) aandacht voor SDT gaat zou je dat ook van zijn eigen benadering kunnen zeggen.

Martens bewaart zijn meest bevreemdende argument voor SDT voor het laatst. Hij stelt de vraag wie er aan de ‘winnende hand’ is, CLT of SDT, in lijn met zijn eerdere voorstelling van wetenschap als een (voetbal)wedstrijd, inclusief aanhangers, tegenstanders, winnaars en verliezers. Het staat volgens Martens op dit moment 2-0 voor SDT. Het wordt 1-0 door de falsifieerbaarheidseis waaraan CLT niet voldoet. Zoals ik hiervoor al zei: of SDT daaraan voldoet is maar zeer de vraag, een vraag die in dit stuk helaas niet gesteld wordt. Het wordt 2-0 omdat er meer wetenschappelijke artikelen over SDT dan CLT te vinden zijn in wetenschappelijke zoekmachines. Het is mij volstrekt onduidelijk waarom dit als argument ten faveure van SDT zou moeten gelden. Inderdaad, zoeken in de door Martens genoemde EBSCO-database levert voor ‘cognitive load theory’ 482 hits op, en ‘self determination theory’ 2843 hits (SDT wint!), maar wie zoekt op iets als ‘learning styles’ krijgt als resultaat 6068 hits. Winnen leerstijlen het daarmee van beide andere theorieën? Natuurlijk niet.
Martens zegt zich op ronde 3 te verheugen, maar volgens mij gaat hij al knock-out in de eerste ronde.


vrijdag 4 oktober 2013

Het lef om te falen

Achterop het nieuwste nummer van Surf Magazine (nummer 3 van 2013, verschenen eind september) staat een 'Trendwatching'-column van mijn hand. Hieronder heb ik de tekst van deze column nogmaals geplaatst.
Kent u de opening van de met Oscars overladen film Amadeus? De prachtige openingsmuziek is de vijfentwintigste symfonie van Mozart. Frappant is dat sommige musicologen vinden dat de achttienjarige Mozart wel lef toont, maar dat de symfonie een mislukt voorproefje is van de veel beroemdere veertigste. Mislukken met een meesterwerk! Daar komt een prachtige levenswijsheid uit voort: “Heb het lef om te falen.” Dat is waar het lopende debat over de start van de eerste 'Steve Jobsscholen' me aan doet denken. Initatiefnemer Maurice de Hond zal het zeker niet vervelend vinden om met Mozart te worden vergeleken, maar de grote vraag is of de scholen, waarop een mengelmoes van onderwijsvernieuwingen wordt losgelaten – met als centraal element tablets (geheel toevallig iPads) – een succes zullen worden. Mag je wel zo experimenteren met onderwijs? Misschien wel. Sterker: misschien kan onderwijs alleen werkelijk vernieuwen als iemand lef toont: het lef om te falen. Dat is wellicht wat critici van de aanpak van de Hond (en zijn paladijnen bij O4NT) soms niet willen zien: dat onderwijsvernieuwing een bepaalde koppigheid (vaak verward met 'visie') vereist. Een ongemakkelijke, misschien wel gevaarlijke koppigheid, maar wel een die past bij de ongemakkelijke, misschien wel gevaarlijke tijd waarin we leven.

Intussen gaat de discussie voornamelijk over het exclusieve gebruik van iPads en over de keuze om de onderwijsfilosofie te verbinden met de naam en dus de persoon Steve Jobs en zijn bedrijf Apple. Wie wil het lot van zijn kinderen in de handen van een groot Amerikaans bedrijf leggen? Sinds de ophef over PRISM zijn we er wellicht gevoeliger voor dan daarvoor, ondanks dat met name het hoger onderwijs er nooit moeite mee gehad heeft haar ziel aan de vroegere duivel Bill Gates te verkopen. De eerste Steve Jobsscholen zijn inmiddels van start gegaan. Wie de school in Breda binnenstapt wordt begroet door een grijnzende Steve Jobs aan de muur. “Big Brother is watching you” lijkt de ironische boodschap.
En toch: als onderwijskundige ben ik nieuwsgierig. Naar mijn idee zou het motto moeten zijn: vergeet de naam, focus op het werk op de scholen, doe onderzoek, en help de school waar nodig. Maurice de Hond is Mozart niet, maar we zijn het aan onze stand verplicht om het hem te gunnen om eventueel te falen, en dan wel op dezelfde magnifieke manier als Mozart dat deed.

dinsdag 16 april 2013

Help, mijn kind moet naar een Steve Jobsschool!

Het schoolgebouw van OBS de Driemaster
Uw kinderen gaan al enkele jaren met plezier naar de school in de buurt. klaar voor de toekomst'. De plannen leiden echter ook tot heftige reacties en aandacht van de media. Sommige ouders zijn zich rotgeschrokken en zeggen hun kind van school te halen. Toch zijn er ook nieuwe aanmeldingen. En u, wat gaat u doen? Wellicht heeft u kritische vragen over het schoolconcept van de Steve Jobsschool. De organisatie achter het concept, O4NT, heeft verschillende documenten op haar website gezet waarin alles uitgelegd wordt. Het is een goed idee die documenten te bekijken. Toch kan ik me indenken dat niet elke ouder gewend is om een schoolmodel door te nemen en kritisch te bekijken. Dat is jammer, want ik heb gemerkt dat kritische opmerkingen door O4NT (en ook door oprichter Maurice de Hond) steevast worden beantwoord met: "Lees ons schoolmodel, dan wordt alles duidelijk."
Het schoolgebouw was al jaren aan vervanging toe en inmiddels is de bouw van een nieuwe school begonnen. Er zijn regelmatig bijeenkomsten waarin een update over de bouw wordt gegeven. Tijdens een een van deze avonden kondigt het schoolbestuur aan het vanaf september 2013 helemaal anders aan te willen pakken: de nieuwe school zal verdergaan als 'Steve Jobsschool'. Uiteraard heeft dat consequenties, bijvoorbeeld voor het personeel waarvan een deel 'wordt vervangen'. Zo moet het ongeveer gegaan zijn in Sneek. De directeur is trots want de school is '
Omdat ik pretendeer iets van onderwijskunde te weten dacht ik dat het wellicht nuttig zou zijn als ik commentaar geef op het onderwijsmodel van de Steve Jobsscholen. Daarom heb ik het O4NT schoolmodel in detail doorgenomen. Ik spreek steeds abstract over 'O4NT' als de auteurs van het model, maar uiteraard horen daar gewone personen bij. Hieronder geef ik mijn commentaar op het model, en ik zal daarbij ingaan op zaken die me aanspreken, en zaken waarvan ik denk: dat zou ik niet doen. Aan het eind geef ik ook een oordeel over het schoolmodel en ik zal zeggen of u uw kinderen in september met een gerust hart naar de Steve Jobsschool kunt laten gaan.

De documenten

O4NT biedt op haar website verschillende documenten aan. Het interessantst is het schoolmodel, maar er is bijvoorbeeld ook een document voor scholen die zich willen aansluiten bij het concept met criteria waaraan zij moeten voldoen (bijvoorbeeld een goed functionerend draadloos netwerk). Er is zelfs een wat curieus document met 'beloften aan het kind'. Die beloften wijken overigens niet af van wat je op een normale school mag verwachten. O4NT verdient complimenten voor de stukken die ze publiceren. Het schoolmodel is in heldere taal geschreven en het bevat ook geen vreemde of obscure terminologie. Als er onderwijstermen gebruikt worden ('21st century skills') dan worden die uitgelegd, op een aantal uitzonderingen na ('serious gaming'). Ook wordt niet gestrooid met hippe Engelse termen, wat zeker mogelijk was geweest. En 'gameday' klinkt ook wel aantrekkelijker dan 'sport- en speldag' (wat de lading ook niet goed dekt).

Het schoolmodel

In het document staat het schoolmodel tweemaal beschreven, een keer in het kort en een keer uitgebreid. Heel veel verschillen de beschrijvingen niet van elkaar. In het document voor scholen zijn overigens her en der aanvullingen te vinden, met name over wat wel en niet verplicht is.
Bij het lezen springen twee zaken meteen in het oog: de naam 'Steve Jobs' en het gebruik van iPads. Dat heeft ertoe geleid dat het schoolconcept in de volksmond bekend staat als de 'iPadschool'. Dat is jammer, want het doet echt geen recht aan het O4NT-concept. Dat concept is veel breder dan 'alle leerlingen werken met iPads'. Sterker: ik zou durven stellen dat de iPad in zekere zin een ondergeschikte rol speelt in het schoolconcept. Hierover later meer. Over de keuze voor de iPad (uit logistieke en praktische overwegingen) en de naam Steve Jobs is al veel gezegd, daar ga ik hier niet op in. Het beestje moet een naam hebben.


Het schoolmodel van O4NT bestaat globaal uit vier verschillende punten, namelijk:
  1. Het onderscheid tussen een fysieke en een virtuele school
  2. De verschillende leerdoelen (kerndoelen en 21st century skills)
  3. Communities in en rond de school (de school als onderdeel van een groter geheel)
  4. De praktische organisatie van de school (wat uiteenvalt in acht aspecten)
De uitleg bij deze vier punten maakt duidelijk: hier is een club met ambitie aan het werk. O4NT wil veel, heel veel, en het moet allemaal tegelijk gebeuren. Daar zit wat mij betreft ook wel een knelpunt: de praktijk lijkt door tomeloze ambitie voorbij te worden gestreefd. Er wordt veel gevraagd van bestuurders, docenten, ouders en leerlingen. Ik bespreek kort de kenmerken van de vier punten zoals die in de documenten beschreven worden.

Het onderscheid tussen een fysieke en een virtuele school

U heeft wellicht in een klas met zo'n 25 anderen gezeten, een leerjaar heet dat. De Steve Jobsschool volgt een heel ander concept, namelijk SlimFit. Dat is een onderwijsinnovatie waarbij er geen klassen zijn, maar 'units'. Een unit bestaat uit 70 tot zo'n 100 leerlingen (of minder als de school kleiner is). Een unit heeft geen leerkracht, maar een team van begeleiders en coaches. Een Steve Jobsschool heeft dus geen leerkrachten in dienst. In de school zijn grote en kleine groepsruimtes, met zaken als openslaande deuren om een ruimte van klein groot te maken. De ruimtes zijn geen klassen, maar 'ateliers'. Er is een rekenatelier, een taalatelier, maar ook een laboratorium en een keuken (waar onder begeleiding door leerlingen gekookt wordt). In de ateliers wordt veel zelfstandig geleerd, maar er worden ook regelmatig wedstrijden gehouden. Er zijn ook ruimtes die de creativiteit ('out of the box'-denken) stimuleren, met grote schermen en beamers. Buiten is ruimte voor het verzorgen van planten en dieren: Jan Ligthart kijkt vanaf een wolk waarschijnlijk goedkeurend toe.
SlimFit bestaat al een tijdje. Het is op zichzelf een 'innovatief' onderwijsexperiment. Het klinkt leuk, maar we weten dus niet of het goed werkt. Ik vind het verstandig dat O4NT aansluit bij een lopende onderwijsinnovatie, maar je moet als ouder maar geloven dat het loslaten van het fysieke klaslokaal ook positief uitpakt.
De fysieke school is lang open elke dag, maar de virtuele school is altijd open. Dit is de digitale leeromgeving (de 'ELO') waartoe leerlingen, begeleiders en ouders toegang toe hebben. Verder vallen mij in het bijzonder nog twee zaken op:
  1. Het doel is om aanwezigheid in de school automatisch te registereren. Een elektronische prikklok, dus.
  2. In het onderwijs wordt 'serious gaming breed ingezet'. Meer krijgen we hierover niet te lezen helaas. In het model zie je wel regelmatig wedstrijdelementen terugkomen, iets wat een duidelijk verband heeft met 'gaming'.
De belangrijkste implicatie is dat een leerling niet altijd aanwezig hoeft te zijn op de fysieke school tijdens reguliere schooltijden. Onder praktische organisatie hierover meer.

De verschillende leerdoelen

Er bestaan wettelijk geformuleerde
leerdoelen. De onderwijsinspectie kijkt of scholen die doelen nastreven. De Steve Jobsschool hanteert die officiele leerdoelen, maar voegt er extra doelen aan toe. De nieuwe doelen passen bij O4NT (dat staat voor 'Onderwijs voor een Nieuwe Tijd'). In de onderwijswereld staan ze bekend als '21st century skills'. Dat zijn vaardigheden als samenwerken, leiderschap tonen en creatief zijn - vaardigheden waarvan O4NT stelt dat je die wel buiten, maar niet binnen reguliere scholen opdoet. De reden zit voor een groot deel in de toetsing. De citotoets meet geen 21st century skills, allerminst zelfs. O4NT is hier uitgesproken kritisch over en dit stuk is sterk geschreven. Minder sterk is hoe de school gaat bijhouden wat de vorderingen van leerlingen zijn. Dat gaat min of meer automatisch, door registratie van de uitgevoerde acties op de iPad. Er staat dat de ontwikkeling van het kind wordt bijgehouden 'via zijn output'. Hoe dit in de praktijk werkt (en of het wel zo gaat werken) is nog onbekend.
De school zet zich in voor brede talentontwikkeling, waarbij kinderen veel eigen verantwoordelijkheid en vertrouwen krijgen. Er is geen sprake van totale vrijheid. Het model benadrukt dat kinderen die meer sturing of structuur nodig hebben die ook krijgen van hun begeleider. Hierin onderscheidt het onderwijsmodel zich nadrukkelijk van bijvoorbeeld Iederwijs.

Communities in en rond de school

U vervoert wel eens kinderen naar de kinderboerderij? Reken erop dat u bij de Steve Jobsschool echt aan de bak moet. Als ouder wordt u een 'pedagogische en didactische partner' van de school (het plan spreekt wat ongelukkig over 'niet alleen leesouder of luizenmoeder'). Uw inzet is verplicht en daar worden schriftelijke afspraken over gemaakt. Daarnaast wordt een portfolio opgesteld waarin elke ouder zijn werk en hobby's kan neerzetten. Het idee is dat u benaderbaar bent door leerlingen als zij daarover iets willen weten voor een project waarmee zij bezig zijn. Dat laatste vind ik een goed idee dat navolging van andere scholen zou mogen krijgen, zolang ouders kunnen aangeven hoe vaak zij benaderd willen worden. Het is duidelijk: schoolbesturen die overwegen een Steve Jobsschool te worden doen er goed aan eerst met ouders in gesprek te gaan. Zonder hen een beslissing nemen is dom, want ouders zijn allerminst een neutrale partij in het eindresultaat.
Tenslotte betekent 'community' ook dat de school samenwerking zoekt met bedrijven en organisaties in de buurt, en dat eigenlijk iedereen een bijdrage kan leveren (dit aspect is nog niet echt uitgewerkt).

De praktische organisatie van de school

Een Steve Jobsschool heeft een aantal interessante nieuwe kenmerken. Die vormen samen de dagelijkse gang van zaken op school. Eruit springen:
  1. De school is elke (werk)dag open van half 8 's ochtends tot half 7 's avonds.
  2. De school werkt met periodes van 3 maanden (tweemaal 6 weken), er zijn geen vastgelegde schoolvakanties.
  3. Voor elk kind worden apart afspraken over aanwezigheid op school gemaakt (en zo nu en dan geevalueerd). Concreet kan dat betekenen dat het ene kind 150 dagen in een jaar naar school gaat en het andere meer dan 200. Dat ene kind doet dan meer op de virtuele school (en het maakt dan dus niet uit waar hij of zij zich bevindt).
  4. Er is elke maand een 'Steve Jobs Gameday'. Het lijkt op een combinatie van een sportdag, een tentoonstelling/presentatie van gemaakt werk en een weeksluiting. Er worden wedstrijden gehouden. Er is ook een jaarlijkse Gameday waarin alle Steve Jobs-scholen samenkomen. Dat zal een flinke manifestatie worden. Het document voor scholen zegt overigens dat deelname aan gamedays voor scholen niet verplicht is.
  5. Leerlingen werken in blokken van 6 weken aan projecten. Daarbij wordt de onderwijsmethode 'verhalend ontwerpen' gehanteerd ('storyline method'), een methode die in Nederland redelijk voet aan de grond heeft gekregen, maar die natuurlijk ook weer een specifieke aanpak vereist.
  6. Aan begeleiders en coaches wordt als eis gesteld dat zij zelf beschikken over 21st century skills. Het is logisch dat dat consequenties heeft voor het personeel dat al op school werkzaam is, zoals het geval in Sneek illustreert.

Conclusie

U ziet het, het is een flink plan, dat schoolmodel van O4NT. Het ziet er redelijk coherent uit, maar er zijn nog wel wat hobbels te nemen. Met name de uitwerking van verschillende methodes die nu tussen neus en lippen door genoemd worden heeft nog wat voeten in de aarde. Veel aandacht gaat op dit moment uit naar de technische aspecten, de hardware (en het draadloze netwerk) en de software (welke 'apps' zijn het meest geschikt voor onderwijs). Misschien is u opgevallen dat ik 1 ding expliciet nauwelijks heb genoemd in de beschrijving van het schoolmodel: de iPad! Al lezende viel me op dat iPads eigenlijk maar een bijrol in het verhaal spelen. Als je in het document het woord iPad consequent zou vervangen door 'laptop' (of notebook) verandert het verhaal niet. Er wordt in verschillende stukken soms gedweept met de unieke mogelijkheden die tablets bieden, daarover zal ik in een ander artikel rapporteren. In het schoolmodel van O4NT zie ik daarvan niets terug1. Sterker: er wordt vermeld dat in de school her en der ook desktopcomputers zullen staan 'voor specifieke toepassingen'. Zo heet wordt de soep niet gegeten, blijkbaar.

Kunt u uw kinderen naar de Steve Jobsschool laten gaan? Het hangt ervan af waartoe u zelf bereid bent. Uw eigen inspanning is namelijk onderdeel van het schoolmodel. Ik vermoed dat er zeker in het begin problemen zullen zijn. De plannen zijn zeer ambitieus, en gaan over veel meer dan alleen maar het opwaarderen van het gebruik van ICT in de klas. Er is namelijk geen klas, er is een open gemeenschap waarin leren plaatsvindt, fysiek of virtueel. Het uitgewerkte schoolmodel biedt veel aanknopingspunten, maar het is nog een open vraag of alle gestelde doelen in de praktijk te realiseren zijn.


1  O4NT geeft in de FAQ op haar website aan dat de keuze voor de iPad bewust is gemaakt, omdat 'De iPad op dit moment de tablet [is] die de meeste mogelijkheden biedt voor het intuitieve leren dat wij voor het (jonge) kind zo belangrijk vinden.'

Help, mijn kind moet naar een Steve Jobsschool!

OBS Driemaster in Sneek
Uw kinderen gaan al enkele jaren met plezier naar de school in de buurt. klaar voor de toekomst'. De plannen leiden echter ook tot heftige reacties en aandacht van de media. Sommige ouders zijn zich rotgeschrokken en zeggen hun kind van school te halen. Toch zijn er ook nieuwe aanmeldingen. En u, wat gaat u doen? Wellicht heeft u kritische vragen over het schoolconcept van de Steve Jobsschool. De organisatie achter het concept, O4NT, heeft verschillende documenten op haar website gezet waarin alles uitgelegd wordt. Het is een goed idee die documenten te bekijken. Toch kan ik me indenken dat niet elke ouder gewend is om een schoolmodel door te nemen en kritisch te bekijken. Dat is jammer, want ik heb gemerkt dat kritische opmerkingen door O4NT (en ook door oprichter Maurice de Hond) steevast worden beantwoord met: "Lees ons schoolmodel, dan wordt alles duidelijk."
Het schoolgebouw was al jaren aan vervanging toe en inmiddels is de bouw van een nieuwe school begonnen. Er zijn regelmatig bijeenkomsten waarin een update over de bouw wordt gegeven. Tijdens een een van deze avonden kondigt het schoolbestuur aan het vanaf september 2013 helemaal anders aan te willen pakken: de nieuwe school zal verdergaan als 'Steve Jobsschool'. Uiteraard heeft dat consequenties, bijvoorbeeld voor het personeel waarvan een deel 'wordt vervangen'. Zo moet het ongeveer gegaan zijn in Sneek. De directeur is trots want de school is '
Omdat ik pretendeer iets van onderwijskunde te weten dacht ik dat het wellicht nuttig zou zijn als ik commentaar geef op het onderwijsmodel van de Steve Jobsscholen. Daarom heb ik het O4NT schoolmodel in detail doorgenomen. Ik spreek steeds abstract over 'O4NT' als de auteurs van het model, maar uiteraard horen daar gewone personen bij. Hieronder geef ik mijn commentaar op het model, en ik zal daarbij ingaan op zaken die me aanspreken, en zaken waarvan ik denk: dat zou ik niet doen. Aan het eind geef ik ook een oordeel over het schoolmodel en ik zal zeggen of u uw kinderen in september met een gerust hart naar de Steve Jobsschool kunt laten gaan.

De documenten

O4NT biedt op haar website verschillende documenten aan. Het interessantst is het schoolmodel, maar er is bijvoorbeeld ook een document voor scholen die zich willen aansluiten bij het concept met criteria waaraan zij moeten voldoen (bijvoorbeeld een goed functionerend draadloos netwerk). Er is zelfs een wat curieus document met 'beloften aan het kind'. Die beloften wijken overigens niet af van wat je op een normale school mag verwachten. O4NT verdient complimenten voor de stukken die ze publiceren. Het schoolmodel is in heldere taal geschreven en het bevat ook geen vreemde of obscure terminologie. Als er onderwijstermen gebruikt worden ('21st century skills') dan worden die uitgelegd, op een aantal uitzonderingen na ('serious gaming'). Ook wordt niet gestrooid met hippe Engelse termen, wat zeker mogelijk was geweest. En 'gameday' klinkt ook wel aantrekkelijker dan 'sport- en speldag' (wat de lading ook niet goed dekt).

Het schoolmodel

In het document staat het schoolmodel tweemaal beschreven, een keer in het kort en een keer uitgebreid. Heel veel verschillen de beschrijvingen niet van elkaar. In het document voor scholen zijn overigens her en der aanvullingen te vinden, met name over wat wel en niet verplicht is.
Bij het lezen springen twee zaken meteen in het oog: de naam 'Steve Jobs' en het gebruik van iPads. Dat heeft ertoe geleid dat het schoolconcept in de volksmond bekend staat als de 'iPadschool'. Dat is jammer, want het doet echt geen recht aan het O4NT-concept. Dat concept is veel breder dan 'alle leerlingen werken met iPads'. Sterker: ik zou durven stellen dat de iPad in zekere zin een ondergeschikte rol speelt in het schoolconcept. Hierover later meer. Over de keuze voor de iPad (uit logistieke en praktische overwegingen) en de naam Steve Jobs is al veel gezegd, daar ga ik hier niet op in. Het beestje moet een naam hebben.


Het schoolmodel van O4NT bestaat globaal uit vier verschillende punten, namelijk:
  1. Het onderscheid tussen een fysieke en een virtuele school
  2. De verschillende leerdoelen (kerndoelen en 21st century skills)
  3. Communities in en rond de school (de school als onderdeel van een groter geheel)
  4. De praktische organisatie van de school (wat uiteenvalt in acht aspecten)
De uitleg bij deze vier punten maakt duidelijk: hier is een club met ambitie aan het werk. O4NT wil veel, heel veel, en het moet allemaal tegelijk gebeuren. Daar zit wat mij betreft ook wel een knelpunt: de praktijk lijkt door tomeloze ambitie voorbij te worden gestreefd. Er wordt veel gevraagd van bestuurders, docenten, ouders en leerlingen. Ik bespreek kort de kenmerken van de vier punten zoals die in de documenten beschreven worden.

Het onderscheid tussen een fysieke en een virtuele school

U heeft wellicht in een klas met zo'n 25 anderen gezeten, een leerjaar heet dat. De Steve Jobsschool volgt een heel ander concept, namelijk SlimFit. Dat is een onderwijsinnovatie waarbij er geen klassen zijn, maar 'units'. Een unit bestaat uit 70 tot zo'n 100 leerlingen (of minder als de school kleiner is). Een unit heeft geen leerkracht, maar een team van begeleiders en coaches. Een Steve Jobsschool heeft dus geen leerkrachten in dienst. In de school zijn grote en kleine groepsruimtes, met zaken als openslaande deuren om een ruimte van klein groot te maken. De ruimtes zijn geen klassen, maar 'ateliers'. Er is een rekenatelier, een taalatelier, maar ook een laboratorium en een keuken (waar onder begeleiding door leerlingen gekookt wordt). In de ateliers wordt veel zelfstandig geleerd, maar er worden ook regelmatig wedstrijden gehouden. Er zijn ook ruimtes die de creativiteit ('out of the box'-denken) stimuleren, met grote schermen en beamers. Buiten is ruimte voor het verzorgen van planten en dieren: Jan Ligthart kijkt vanaf een wolk waarschijnlijk goedkeurend toe.
SlimFit bestaat al een tijdje. Het is op zichzelf een 'innovatief' onderwijsexperiment. Het klinkt leuk, maar we weten dus niet of het goed werkt. Ik vind het verstandig dat O4NT aansluit bij een lopende onderwijsinnovatie, maar je moet als ouder maar geloven dat het loslaten van het fysieke klaslokaal ook positief uitpakt.
De fysieke school is lang open elke dag, maar de virtuele school is altijd open. Dit is de digitale leeromgeving (de 'ELO') waartoe leerlingen, begeleiders en ouders toegang toe hebben. Verder vallen mij in het bijzonder nog twee zaken op:
  1. Het doel is om aanwezigheid in de school automatisch te registereren. Een elektronische prikklok, dus.
  2. In het onderwijs wordt 'serious gaming breed ingezet'. Meer krijgen we hierover niet te lezen helaas. In het model zie je wel regelmatig wedstrijdelementen terugkomen, iets wat een duidelijk verband heeft met 'gaming'.
De belangrijkste implicatie is dat een leerling niet altijd aanwezig hoeft te zijn op de fysieke school tijdens reguliere schooltijden. Onder praktische organisatie hierover meer.

De verschillende leerdoelen

Er bestaan wettelijk geformuleerde
leerdoelen. De onderwijsinspectie kijkt of scholen die doelen nastreven. De Steve Jobsschool hanteert die officiele leerdoelen, maar voegt er extra doelen aan toe. De nieuwe doelen passen bij O4NT (dat staat voor 'Onderwijs voor een Nieuwe Tijd'). In de onderwijswereld staan ze bekend als '21st century skills'. Dat zijn vaardigheden als samenwerken, leiderschap tonen en creatief zijn - vaardigheden waarvan O4NT stelt dat je die wel buiten, maar niet binnen reguliere scholen opdoet. De reden zit voor een groot deel in de toetsing. De citotoets meet geen 21st century skills, allerminst zelfs. O4NT is hier uitgesproken kritisch over en dit stuk is sterk geschreven. Minder sterk is hoe de school gaat bijhouden wat de vorderingen van leerlingen zijn. Dat gaat min of meer automatisch, door registratie van de uitgevoerde acties op de iPad. Er staat dat de ontwikkeling van het kind wordt bijgehouden 'via zijn output'. Hoe dit in de praktijk werkt (en of het wel zo gaat werken) is nog onbekend.
De school zet zich in voor brede talentontwikkeling, waarbij kinderen veel eigen verantwoordelijkheid en vertrouwen krijgen. Er is geen sprake van totale vrijheid. Het model benadrukt dat kinderen die meer sturing of structuur nodig hebben die ook krijgen van hun begeleider. Hierin onderscheidt het onderwijsmodel zich nadrukkelijk van bijvoorbeeld Iederwijs.

Communities in en rond de school

U vervoert wel eens kinderen naar de kinderboerderij? Reken erop dat u bij de Steve Jobsschool echt aan de bak moet. Als ouder wordt u een 'pedagogische en didactische partner' van de school (het plan spreekt wat ongelukkig over 'niet alleen leesouder of luizenmoeder'). Uw inzet is verplicht en daar worden schriftelijke afspraken over gemaakt. Daarnaast wordt een portfolio opgesteld waarin elke ouder zijn werk en hobby's kan neerzetten. Het idee is dat u benaderbaar bent door leerlingen als zij daarover iets willen weten voor een project waarmee zij bezig zijn. Dat laatste vind ik een goed idee dat navolging van andere scholen zou mogen krijgen, zolang ouders kunnen aangeven hoe vaak zij benaderd willen worden. Het is duidelijk: schoolbesturen die overwegen een Steve Jobsschool te worden doen er goed aan eerst met ouders in gesprek te gaan. Zonder hen een beslissing nemen is dom, want ouders zijn allerminst een neutrale partij in het eindresultaat.
Tenslotte betekent 'community' ook dat de school samenwerking zoekt met bedrijven en organisaties in de buurt, en dat eigenlijk iedereen een bijdrage kan leveren (dit aspect is nog niet echt uitgewerkt).

De praktische organisatie van de school

Een Steve Jobsschool heeft een aantal interessante nieuwe kenmerken. Die vormen samen de dagelijkse gang van zaken op school. Eruit springen:
  1. De school is elke (werk)dag open van half 8 's ochtends tot half 7 's avonds.
  2. De school werkt met periodes van 3 maanden (tweemaal 6 weken), er zijn geen vastgelegde schoolvakanties.
  3. Voor elk kind worden apart afspraken over aanwezigheid op school gemaakt (en zo nu en dan geevalueerd). Concreet kan dat betekenen dat het ene kind 150 dagen in een jaar naar school gaat en het andere meer dan 200. Dat ene kind doet dan meer op de virtuele school (en het maakt dan dus niet uit waar hij of zij zich bevindt).
  4. Er is elke maand een 'Steve Jobs Gameday'. Het lijkt op een combinatie van een sportdag, een tentoonstelling/presentatie van gemaakt werk en een weeksluiting. Er worden wedstrijden gehouden. Er is ook een jaarlijkse Gameday waarin alle Steve Jobs-scholen samenkomen. Dat zal een flinke manifestatie worden. Het document voor scholen zegt overigens dat deelname aan gamedays voor scholen niet verplicht is.
  5. Leerlingen werken in blokken van 6 weken aan projecten. Daarbij wordt de onderwijsmethode 'verhalend ontwerpen' gehanteerd ('storyline method'), een methode die in Nederland redelijk voet aan de grond heeft gekregen, maar die natuurlijk ook weer een specifieke aanpak vereist.
  6. Aan begeleiders en coaches wordt als eis gesteld dat zij zelf beschikken over 21st century skills. Het is logisch dat dat consequenties heeft voor het personeel dat al op school werkzaam is, zoals het geval in Sneek illustreert.

Conclusie

U ziet het, het is een flink plan, dat schoolmodel van O4NT. Het ziet er redelijk coherent uit, maar er zijn nog wel wat hobbels te nemen. Met name de uitwerking van verschillende methodes die nu tussen neus en lippen door genoemd worden heeft nog wat voeten in de aarde. Veel aandacht gaat op dit moment uit naar de technische aspecten, de hardware (en het draadloze netwerk) en de software (welke 'apps' zijn het meest geschikt voor onderwijs). Misschien is u opgevallen dat ik 1 ding expliciet nauwelijks heb genoemd in de beschrijving van het schoolmodel: de iPad! Al lezende viel me op dat iPads eigenlijk maar een bijrol in het verhaal spelen. Als je in het document het woord iPad consequent zou vervangen door 'laptop' (of notebook) verandert het verhaal niet. Er wordt in verschillende stukken soms gedweept met de unieke mogelijkheden die tablets bieden, daarover zal ik in een ander artikel rapporteren. In het schoolmodel van O4NT zie ik daarvan niets terug1. Sterker: er wordt vermeld dat in de school her en der ook desktopcomputers zullen staan 'voor specifieke toepassingen'. Zo heet wordt de soep niet gegeten, blijkbaar.

Kunt u uw kinderen naar de Steve Jobsschool laten gaan? Het hangt ervan af waartoe u zelf bereid bent. Uw eigen inspanning is namelijk onderdeel van het schoolmodel. Ik vermoed dat er zeker in het begin problemen zullen zijn. De plannen zijn zeer ambitieus, en gaan over veel meer dan alleen maar het opwaarderen van het gebruik van ICT in de klas. Er is namelijk geen klas, er is een open gemeenschap waarin leren plaatsvindt, fysiek of virtueel. Het uitgewerkte schoolmodel biedt veel aanknopingspunten, maar het is nog een open vraag of alle gestelde doelen in de praktijk te realiseren zijn.


1  O4NT geeft in de FAQ op haar website aan dat de keuze voor de iPad bewust is gemaakt, omdat 'De iPad op dit moment de tablet [is] die de meeste mogelijkheden biedt voor het intuitieve leren dat wij voor het (jonge) kind zo belangrijk vinden.'

zondag 7 april 2013

Steve Jobs in de startblokken: De Tabletschool gaat van start!

Zondag 7 april was er in het half 8 journaal van RTL aandacht voor de Steve JobScholen die na de zomervakantie gaan starten in diverse Nederlandse steden. Ik werd gevraagd om vanuit mijn achtergrond als Onderwijskundige iets te zeggen over dit initiatief. Hoewel ik van mening ben dat er voor ICT een belangrijke rol is weggelegd in het onderwijs ben ik kritisch over de plannen van O4NT (Onderwijs voor een Nieuwe Tijd) voor de Steve JobsScholen. In de Steve JobsScholen zal de iPad als leermiddel een zeer belangrijke rol gaan spelen. Ik baseer me hierbij overigens op de informatie uit het schoolmodel dat op de website van O4NT gepresenteerd wordt. Ik kan me voorstellen dat in het oprichten van de nieuwe scholen het schoolmodel verder wordt aangescherpt.



Mijn argumenten daarvoor zijn de volgende:

1. Er lijkt sprake te zijn van een opportunistische keuze voor de iPad en niet zo zeer een onderwijskundige keuze. In het schoolmodel wordt de keuze voor de iPad onderbouwd met de argumenten dat het "handiger en goedkoper [is] om één merk apparaat te kiezen dan verschillende merken apparaten". Daarnaast worden de eenvoudige bedieningswijze van de iPad en de beschikbaarheid van goede educatieve apps genoemd als redenen (over dat laatste straks meer).
Wanneer er sprake zou zijn van een onderwijskundige keuze voor de iPad dan zou er vanuit een bepaalde onderwijskundige visie over hoe het leerproces van leerlingen het beste ondersteund kan worden, zijn gekozen voor de iPad. Dit vind ik niet duidelijk blijken uit de plannen die in het schoolmodel gepresenteerd worden. Wat is nu precies de visie van O4NT over het leerproces? En welke rol moet ICT daarin spelen?

In het schoolmodel worden wel mogelijke toepassingen van de iPad genoemd: "presentatiesoftware, foto- en videoapps, zoekfuncties en naslagwerken, programmeertools om bijvoorbeeld zelf educatieve applicaties te maken". Uiteraard zijn dit toepassingen die hun plek zouden kunnen hebben in een school. Maar hoe past dit in de visie van de school en hoe draagt dit bij aan de doelen die de school zichzelf stelt?

2. Door de exclusieve keuze voor de iPad als leermiddel maken de scholen zich kwetsbaar in het realiseren van de eigen onderwijsdoelen. In het schoolmodel wordt gesteld dat er voldoende goede educatieve apps zijn waarvan gebruik gemaakt kan worden om de door de school gestelde onderwijsdoelen te halen. Ik heb daar zeer grote twijfels bij. Er zijn inderdaad zeer veel educatieve apps beschikbaar voor de iPad, maar de de kwaliteit van die apps laat vaak te wensen over. De visuele aantrekkelijkheid van de apps zit vaak wel goed, maar wanneer je wat dieper kijkt hoe de verschillende educatieve apps het leerproces van kinderen proberen te ondersteunen, dan schort daar vaak wel wat aan. Iets wat bijvoorbeeld vaak opvalt, is de manier waarop in deze apps feedback wordt gegeven aan de leerlingen. Uit onderzoek weten wet dat feedback van cruciaal belang is voor het leerproces van kinderen: ze moeten weten of ze iets goed of fout hebben gedaan en als er iets fout is gegaan, dan moeten ze informatie krijgen over wat ze dan precies fout hebben gedaan en hoe ze dat in de toekomst kunnen voorkomen. Apps geven vaak wel aan dat er een fout is gemaakt, maar meestal ontbreekt dan de cruciale volgende stap: wat er is er dan fout gegaan en hoe kan de leerling daarvan leren en dit voorkomen?

De kwaliteit van apps is dus een issue. Daarnaast lijkt het me, door het gefragmenteerde aanbod van apps, een zeer ingewikkeld klus om een heel curriculum te baseren op apps voor de iPad. Googlet u maar eens op de "kerndoelen primair onderwijs" en probeert u eens te bedenken hoe u al deze 58 doelen probeert te realiseren door voornamelijk gebruik te maken van de iPad en de beschikbare apps. Het lijkt mij een zeer ingewikkelde, zo niet onmogelijke klus.

Maar, eerlijk is eerlijk: De oprichters van de Steve JobsScholen denken niet alleen in termen van technologie en iPads om aan de doelen van het onderwijs te werken. Er zullen in de Steve JobsScholen diverse ruimtes ingericht worden als bijvoorbeeld een reken- en taalatelier. In deze ruimtes kunnen kinderen ook met andere middelen rekenen en taal leren.

3. In de Steve JobsScholen wordt het uiterste, zo niet teveel gevraagd van leerkrachten. In de Steve JobsScholen speelt de iPad dus een grote rol. Daarnaast gaat de school uit van de interesse van het kind. De gedachte is dat kinderen spelenderwijs en vanuit eigen interesse leren. Uiteraard is het goed om aan te sluiten bij de interesse van het kind, maar de voorstellen die in het schoolmodel gedaan worden, doen mij vermoeden dat dit uitgangspunt wellicht te ver doorschiet. In het schoolmodel is de leerkracht een coach en heeft dus een coachende rol. Hij/zij "begeleidt en stimuleert de leerling, wijst op hiaten en helpt de leerling deze te overwinnen". Hiermee wordt het uiterste gevraagd van de competenties van de leerkrachten. Het is mogelijk, maar het lijkt me zaak dat leerkrachten in deze rol goed ondersteund en opgeleid worden.

Ik ben dus kritisch op het initiatief van O4NT. Desondanks zie ik ook positieve aspecten in hun plannen. Hun durf om buiten de gebaande paden te gaan en buiten de traditionele kaders te gaan, juich ik toe. Ik wens hen veel succes en wijsheid toe in de verdere ontwikkeling van hun schoolconcept.



vrijdag 13 april 2012

Zeven argumenten voor een Steve-Jobsschool

Maurice de Hond presenteert 'Onderwijs voor een nieuwe tijd'
Enkele weken geleden kwam een clubje personen rond Maurice de Hond onverwacht met het bericht dat zij een nieuw schooltype wilden stichten: de 'ipadschool', die ook wel, in de geest van de afgelopen jaar overleden CEO van Apple, de Steve-Jobsschool werd genoemd. Het motto van de school is: "Onderwijs voor een nieuwe tijd" (afgekort O4NT). Het bericht en het bijbehorende manifest deden her en der wat stof opwaaien en veroorzaakten aardig wat rumoer: in de media, maar ook in de onderwijskundige wereld. De door de Hond cum suis gebruikte terminologie leidde er zelfs toe dat werd gedacht aan een 1-aprilgrap. Dat heeft voor een deel te maken met de persoon Maurice de Hond zelf. We kennen hem als opiniepeiler, maar ook als de man achter verschillende, niet altijd even succesvolle, internet startups (Newconomy) en als actieve partij in de geruchtmakende Deventer moordzaak. Je zou de Hond kunnen typeren als een koppige doorzetter, die graag voor de muziek uitloopt en die gezegend is met een groot en niet onomstreden zakelijk instinct; het zijn in ieder geval eigenschappen die behoorlijk verwijderd zijn van de wereld van de wetenschap. Dat verklaart voor een deel de grotendeels afwijzende reacties uit het 'veld': hoe waagt de Hond het zich met onderwijs te bemoeien?

Tablets: ook geschikt voor baby's?
Nu het stof is neergedaald en het plan allerminst een grap blijkt te zijn is het verstandig om terug te zien en vooruit te kijken. Wat is de oorzaak van alle ophef, en hoe kunnen wij vanuit onderwijskunde een steentje bijdragen aan het ontwikkelen van een nieuw onderwijsconcept? Deze en andere vragen zullen nog vaak langskomen in de verschillende (sociale) media. Ik zal hier focussen op het geven van argumenten voor het concept iPadschool. Dat heeft twee redenen. Ten eerste ben ik nauwelijks goede pro-argumenten tegengekomen. Dat heeft onder andere te maken met mijn skepsis over het bijzondere aan '21st century skills'. Er zijn uitstekende argumenten te geven om computers volledig van de school vandaan te laten. Nota bene in Silicon Valley zelf, het hart van de innovatieve computerindustrie, zijn scholen te vinden waar technologie is afgezworen. De rol van techniek en media in onderwijs is dus een echte onderwijskundige discussie (die dateert van begin jaren 80!) waar we nog lang niet uit zijn. Ten tweede daagde Amber Walraven mij uit om vijf pro-argumenten te geven. Mijn opdracht aan haar was om over de iPadschool te bloggen zonder het woord 'leraar' te gebruiken, en voor wat hoort wat. Hieronder zal ik vijf argumenten voor het concept 'ipadschool' geven en deze kort toelichten. Uiteraard is discussie over de inhoudelijke kwaliteit van de argumenten mogelijk. Alleen dan is het mogelijk om tot een goede afweging te komen bij de verdere uitwerking van het onderwijsconcept.

1. Integratie
Of er nu sprake is van 'een nieuwe generatie' of niet (dat is tenslotte elke 25 jaar het geval): computers zijn een grote rol gaan spelen in het dagelijks leven, en kinderen van nu kennen niet anders. Juichverhalen over de vaardigheden van de 'digitale generatie' zijn meestal sterk overdreven. Integendeel: met de mediawijsheid of 'informatievaardigheden' is het soms droevig gesteld. Een steviger integratie van computers in het onderwijs is een manier om in alle vakgebieden de voordelen van media te benutten en om daarbij actief informatievaardigheden te oefenen. Wat is er mis mee om dit gegeven als didactisch uitgangspunt te nemen?

2. Het gebeurt al
Spelend leren, leren, of spelen?
De iPadschool is gepresenteerd als een volledig nieuwe onderwijsaanpak. Dat is overdreven: op verschillende plaatsen in het land (om maar te zwijgen over initiatieven overal in de wereld) wordt volop geëxperimenteerd met de inzet van tablets in het onderwijs. Kennisnet is hier actief bij betrokken. Het IMA College wil over enige tijd starten met onderwijs 'met focus op iTec'. Ook een school als UniC in Utrecht is onder de noemer 'eigentijds onderwijs' opgezet vanuit de visie om onderwijs te moderniseren. Technologie speelt daar een belangrijke rol in, samen met innovatieve onderwijsvormen als 'flipping the classroom'.  O4NT kan veel leren van de ervaringen bij scholen als UniC. In ieder geval kun je niet zeggen dat de ipadschool 'visieloos' wordt opgezet, want die visie bestaat allang. Maurice de Hond heeft (wellicht onbedoeld) dit beeld zelf vertroebeld door de specifieke geschiktheid van Apple's iPad te benadrukken (en ook door specifiek Steve Jobs als Apple's innovator te benoemen). De discussie verschuift daardoor makkelijk van 'de tablet als uitgangspunt in het onderwijs' naar 'Apple als sponsor van het Nederlandse onderwijs', en daar is niemand bij gebaat.

3. Ouders
Schooltijden zijn vaak nog gebaseerd op andere tijden. Er wordt op grote schaal al geëxperimenteerd met een verandering in het traditionele 'tussen de middag thuis'-model. Een logische volgende stap is om de flexibiliteit verder te vergroten, een gegeven dat de ipadschool als uitgangspunt neemt. Als ouders vrijer zijn in de breng- en haaltijden, dan zou hun betrokkenheid bij de school ook groter kunnen worden. En grotere betrokkenheid van ouders bij de school is juist een speerpunt in het huidige onderwijsbeleid, ook al is niet iedereen daarvan gecharmeerd.

4. Falen is toegestaan
Maria Montessori (1870-1952)
Waar komen onderwijsinnovaties vandaan? Overal, zou je kunnen zeggen. Maria Montessori had medicijnen gestudeerd, bijvoorbeeld. In ieder geval komen ideeën over hoe goed onderwijs in elkaar moet zitten niet louter uit het onderwijs zelf. In de geschiedenis hebben met name filosofen en geestelijken hun stempel gedrukt op innovaties. Daarnaast zijn er nog losse uitvindingen geweest zoals het schoolbord (halverwege de negentiende eeuw) die het onderwijs getransformeerd hebben. Het controversiële Iederwijs onderwijsconcept was een innovatie die de leerlingvrijheid (te) ver doorvoerde.
Het aardige is dat succesvolle aspecten van onderwijsinnovaties langzaam maar zeker en met enige regelmaat doorsijpelen naar het reguliere onderwijs. Om maar een voorbeeld te noemen: de nadruk die in het Daltononderwijs wordt gelegd op samenwerking tussen leerlingen is binnen het reguliere onderwijs inmiddels volledig geaccepteerd. Conclusie: ook als het onderwijsconcept uiteindelijk zou falen wil dat niet zeggen dat succesvolle aspecten ervan (zoals de punten die ik hierboven noem) niet hun weg weten te vinden naar het reguliere onderwijs.

5. Geen gebrek aan visie
Het onderwijsconcept van O4NT wordt door sommigen 'gebrek aan visie' verweten. Ik zou het liever omdraaien: het concept barst bijna uit haar voegen van de verschillende visies. Met name als het om de inrichting van het dagelijks onderwijs gaat (geen aparte klaslokalen, focus op technologie) is de richting helder. Op zichzelf is het allemaal minder innovatief dan het lijkt (in Zweden wordt al geëxperimenteerd met klaslokaalloze scholen bijvoorbeeld), maar de combinatie van verschillende innovaties zou een heel interessante synthese kunnen vormen (hierin wijk ik niet af van de mening van de onderwijskundige Marieke van Osch). De uitwerking van al die visies laat nog te wensen over. De vraag is of dat ook vereist is. Maurice de Hond heeft ook hier duidelijk een achtergrond als zakelijk ondernemer. Hij gooit een steen in de vijver, gaat op zoek naar belangstellenden, en daarna volgt pas de praktische uitwerking (welke 'apps' zijn geschikt?). Verschillende scholen uit het hele land tonen inmiddels belangstelling, dus ik voorzie dat de school er ook echt komt, al is het maar als pilot binnen een enkele groep.

Ik wil tenslotte nog twee argumenten toevoegen, als korte speculaties.

6. De aaibaarheidsfactor
Een specifieke 'tool' centraal stellen in een onderwijsconcept, daar zit altijd een zwakte in. Maar toch, tablets hebben een voordeel die andere technologie ontbeert: de aaibaarheidsfactor. De Hond geeft specifiek hoog op van de iPad, en baseert zijn oordeel voornamelijk op anecdotisch bewijs (zijn dochter). Het zou het O4NT-team sieren als het zich minder zouden vastleggen op een specifiek tablet, alleen al omdat Apple met haar combinatie hardware/software een monopolist is. Het verstoort ook de discussie, die minder over de te kiezen hardware zou moeten gaan maar meer over wat er met de tablets in en rond de klas daadwerkelijk gedaan gaat worden.

7. De mannen keren terug
Tenslotte nog een speculatief argument. Op de basisschool zijn bijna geen mannen meer te vinden voor de klas. Of dat een echt probleem is is niet duidelijk, maar enigszins zorgelijk is het wel. Als technologie een veel grotere rol gaat spelen in het basisonderwijs, dan zullen ook pabo's hun onderwijs hierop moeten aanpassen. Zouden jongens daardoor misschien meer tot het onderwijzersvak worden aangetrokken?

Ik hoop hier een aantal redelijke argumenten voor de 'Steve Jobsschool' te hebben gegeven. Er wordt volop gediscussieerd, en gelukkig is gebleken dat de club van Maurice de Hond open staat voor adviezen uit 'het veld'. Het is aan de onderwijskundigen om het debat aan te gaan en in samenwerking te komen tot een zo sterk mogelijke uitwerking van onderwijs 'voor een nieuwe tijd'.


Een iPad is geen roze pil tegen leerproblemen

Op vrijdag 13 april verscheen een ingezonden stuk van Jeroen Janssen in Trouw (Podium, p. 17). Hieronder is de volledige weergegeven.
 
Het was bijna niet te missen. In diverse media en bij De Wereld Draait Door kwamen Maurice de Hond en Lodewijk Asscher aan het woord over een nieuw op te richten school. Deze school moet in 2013 van start gaan en zal de Steve Jobs School gaan heten. Zoals de naam doet vermoeden, zal technologie een belangrijke rol gaan spelen op deze school. Alle leerlingen krijgen daarom de beschikking over een iPad. De manier waarop De Hond en collega’s hun voor het voetlicht brachten, doet vermoeden dat het hier helaas gaat om een simplistische visie op onderwijs en technologie.

Het zal niet als een verrassing komen dat het initiatief nogal wat stof deed opwaaien. Een deel van de kritiek op de iPadschool ligt voor de hand: Waarom de iPad? Het gaat niet om de technologie, maar om de didactiek! Investeer liever in leerkrachten dan in technologie! Enzovoorts. Grotendeels terechte opmerkingen.

Ik zie echter een fundamenteler probleem bij de manier waarop De Hond en collega’s te werk gaan. Ik ben ervan overtuigd dat technologie, mits goed ingezet door een leerkracht, een meerwaarde kan hebben voor het onderwijs. Technologie is echter geen vrolijke, roze pil, die je inneemt en die al je problemen als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Maar dat is wel wat de oprichters van de iPadschool suggereren: geef elk kind een iPad, zet er wat leuke en educatieve apps op en ziedaar: gemotiveerde leerlingen die als vanzelf leren! Dat is een gevaarlijk simplistische opvatting van onderwijs. Voor onderwijsprestaties moet hard gewerkt worden. Door leerlingen én leerkrachten.

Een simplistische visie op onderwijs bracht ons de afgelopen jaren al veel vernieuwingen die allemaal het onderwijs zouden verbeteren: smartboards, meervoudige intelligenties, laptopklassen, hart-brein leren, et cetera. Deze vernieuwingen werden uitgedragen door zelfverklaarde onderwijsgoeroes en trekken de aandacht van het onderwijsveld.

Is het erg dat De Hond en collega’s een simplistisch idee uitdragen? Ja! Simplistische ideeën zijn vaak zeer aantrekkelijk. Wie wil er niet geloven in het idee dat kinderen met iPads beter gaan leren? De werkelijkheid zit echter complexer in elkaar. Het verspreiden van simplistische ideeën over onderwijs doet geen recht aan de kwaliteiten van leerkrachten en misleidt ouders, schoolleiders en politici. Ook in het onderwijs kan elke euro maar één keer uitgegeven worden en kan elk lesuur maar één keer gegeven worden. Wanneer tijd en geld gestoken wordt in vernieuwingen die zo simplistisch zijn dat ze wel moeten falen, gaat dat ten koste van aandacht voor zaken waarvan we weten dat ze wél bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs.

In 2013 gaat de Steve Jobs School van start. Nog tijd genoeg dus om te werken aan een minder simplistisch idee over het gebruik van technologie in het onderwijs. Ik hoop dat het ze lukt!


Jeroen Janssen
Universitair Docent Onderwijskunde
Universiteit Utrecht