Posts tonen met het label hoger onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hoger onderwijs. Alle posts tonen

donderdag 20 februari 2025

Wie voelt zich thuis op de universiteit en wie kan zichzelf zijn?

Als je al een tijd op een universiteit werkt of als je ouders gestudeerd hebben, dan lijkt het misschien een vanzelfsprekendheid dat je je thuis voelt op de universiteit. Maar dat geldt niet voor alle studenten. Een recent onderzoek van de Universiteit Utrecht, gepubliceerd in het British Educational Research Journal, gaat precies in op deze kwestie en onderzoekt het thuisgevoel (sense of belonging) en authenticiteit onder studenten.

De onderzoekers voerden een enquête uit waaraan 4473 bachelor- en masterstudenten deelnamen. Met behulp van structural equation modelling onderzochten ze hoe verschillende factoren, zoals geslacht, etniciteit, ondersteuningsbehoefte, deelname aan extracurriculaire activiteiten, opleidingsniveau van ouders, van invloed zijn op sense of beloning en authenticiteit van studenten.

Het onderzoek onthulde een aantal verrassende inzichten:

  • Mannelijke studenten gaven aan zich meer thuis te voelen.
  • Studenten met een functiebeperking ervoeren een aanzienlijk lagere sense of belonging en authenticiteit in vergelijking met hun medestudenten.
  • Extracurriculaire activiteiten speelden een cruciale rol in het versterken van sense of belonging en authenticiteit van studenten.
  • Studenten die in meerdere minderheidsgroepen vielen, worstelden vaak met zowel sense of belonging als authenticiteit.

Interessant genoeg voorspelden zowel een sterk gevoel erbij te horen als authenticiteit betere studieprestaties. Dit onderstreept het belang van het creëren van een inclusieve omgeving waarin elke student het gevoel heeft zichzelf te kunnen zijn en zich thuis te voelen op de universiteit.


Het abstract

Sense of belonging entails students' comfort level in the classroom and experienced faculty and peer support. A diminished sense of belonging can hamper academic performance. Therefore, it is important to know which student groups may experience weaker belonging and whether these disparities extend to students' authenticity, or perception they can be true to themselves. This survey research examines student differences in sense of belonging and authenticity by gender, sexual orientation, ethnicity, religion, disabilities, extracurricular involvement, parental education, prior education, study year and school. We also examined whether belonging and authenticity were related to students' self-reported academic performance. Our sample (N = 4473) consisted of Dutch undergraduate and graduate students. Data analysis employing structural equation modelling showed that male students felt more comfortable in the classroom and students with disabilities experienced less sense of belonging and authenticity than their peers. Extracurricular involvement enhanced students' belonging and authenticity. Being part of multiple minority groups impaired aspects of students' belonging and authenticity. Sense of belonging and the experienced room for authenticity positively and independently predicted academic performance. We conclude that fostering both belonging and authenticity is crucial for all students, but especially for minority students. We suggest educators foster students' sense of belonging and authenticity, which can enhance academic performance and promote educational equality and opportunities for all students. Stimulating extracurricular involvement or others forms of non-academic participation is promising to contribute to this goal.

vrijdag 3 mei 2024

Hoe kun je studenten ondersteunen bij de overgang naar het hoger onderwijs?

De overgang van het voorgezet onderwijs naar de universiteit is voor studenten een grote transitie. Bij deze transitie kunnen studenten ondersteuning goed gebruiken. Voor eerstegeneratiestudenten is deze transitie vaak nog uitdagender. Een recent onderzoek, gepubliceerd in het European Journal of Higher Education, biedt waardevolle inzichten in deze kritieke fase en hoe studenten het beste ondersteund kunnen worden bij deze transitie. Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam, gaat in op de effecten van een pre-academisch programma (PAP) op de studieprestaties in het eerste semester, het gevoel erbij te horen (sense of belonging) en de zelfeffectiviteit (self-efficacy) van studenten.

Het onderzoek vergeleek studenten die deelnamen aan een online PAP met degenen die dat niet deden. Het PAP was ontworpen om uitdagingen aan te pakken die verband hielden met de achtergrond van studenten, zoals eerstegeneratiestudenten in het hoger onderwijs. Het PAP had een focus op hoe sociale achtergrond van studenten hun ervaringen in het hoger onderwijs beïnvloedt. Het PAP was er daarnaast op gericht om studenten te laten ervaren hoe ze hun sociale netwerk kunnen gebruiken tijdens hun studie.

De resultaten zijn veelbelovend: Deelname aan PAP's had een positief effect op de studieprestaties van studenten en het gevoel erbij te horen. Er werd echter geen significant effect gevonden op zelf-effectiviteit. Interessant genoeg varieerden de voordelen van PAP niet naargelang de achtergrond van de studenten, wat suggereert dat PAP iedereen ondersteunt.

Deze bevindingen onderstrepen het belang van programma's voor pre-academische ondersteuning. Door een gevoel van erbij horen te stimuleren en academische prestaties te bevorderen, kunnen we de overgang van studenten naar het hoger onderwijs soepeler laten verlopen. 


Het abstract

The transition to higher education is a challenging period for many students and requires support. Because students’ backgrounds, such as being a first-generation in higher education student, shape experiences in higher education, it is important to consider these factors when organizing support. Using a quasi-experimental pre-test – post-test design, the current study examined the effects of an online pre-academic programme (PAP) specifically aimed to address background-related challenges, on early academic achievement, sense of belonging, academic self-efficacy, and mobilization of on-campus social capital. Multilevel regression analyses of achievement data (NPAP = 463; NControl = 948) and psychosocial data (NPAP = 115; NControl = 544) indicated a positive effect of PAP on achievement and sense of belonging, but not on self-efficacy. Mediation analyses showed that effects of PAP did not vary according to background factors. Path analysis further showed a positive association of PAP participation and mobilization of peer social capital, which partly mediated the effect on sense of belonging. No associations were found with mobilization of faculty social capital. The results suggest that PAP participation positively affects students’ transition to HE, in terms of early achievement, sense of belonging in HE, and mobilization of peer capital.

vrijdag 8 maart 2024

Ungrading: Een betere manier om studenten te beoordelen?

De meeste docenten in het hoger onderwijs hebben waarschijnlijk gemengde gevoelens over cijfers. Aan de ene kant zijn ze een handige en vertrouwde manier om de prestaties en vooruitgang van studenten te communiceren. Aan de andere kant zijn er ook zorgen dat ze mogelijk de intrinsieke motivatie en het welzijn van leerlingen ondermijnen. Waar ik zelf bijvoorbeeld allergisch voor ben, is de eindeloze discussies die cijfers op kunnen roepen. Bijvoorbeeld discussies tussen collega's of een scriptie een 7.3 of toch een 7.5 moet krijgen. Wat een verspilde energie is dat! Een cijfer is tenslotte maar een cijfer: Als de energie die docenten in zulke onderlinge discussies stoppen nu eens gebruikt zou worden voor het leerproces van studenten door bijvoorbeeld met studenten te spreken over hun vorderingen? Ik denk dat dat heel wat leerzamer zou zijn dan een studenten informeren dat hun scriptie beoordeeld is met een 7.4.

Zijn er misschien andere manieren om studenten te beoordelen? Manieren die mogelijk meer recht doen aan de autonomie en intrinsieke motivatie van studenten? Tim Gorichanaz, een docent aan Drexel University, onderzocht een methode die "ungrading" genoemd wordt in zijn recente studie die werd gepubliceerd in Active Learning in Higher Education. In zijn cursus worden studenten uitgenodigd om hun eigen doelen te stellen, over hun leerproces na te denken en hun eigen cijfers voor te stellen aan de docent. Hij interviewde acht studenten die ungrading voor de eerste keer meemaakten en vond vier thema's die hun ervaring kenmerkten: de-gamificatie, tijd om na te denken en te reflecteren, rijke communicatie en leergemeenschap.

De studenten gaven aan dat ze zich in zijn cursus meer konden richten op de inhoud en minder op de punten, meer creatieve risico's konden nemen, hun leerproces konden verdiepen door te reflecteren, meer feedback kregen van de docent en zich meer verbonden voelden met hun klasgenoten. Voor deze studenten werkte ungrading erg goed.

Natuurlijk is ungrading geen wondermiddel. Het brengt ook een aantal uitdagingen met zich mee: voor studenten kan het onzekerheid meebrengen over wat er van hen verwacht wordt en voor docenten kan het complex zijn om ungrading op een goede manier vorm te geven in hun cursus. Maar Gorichanaz beargumenteert dat ungrading een veelbelovend alternatief is voor traditionele quotering dat aansluit bij de doelen van intellectuele karaktervorming. Daarbij zitten er enkele methodologische haken en ogen aan de studie van Gorichanaz: de auteur was ook zijn eigen object van studie en dat kan onbedoeld een bias hebben geïntroduceerd in zijn interpretaties. En uiteraard is deze studie klein van opzet en zou het mooi zijn als er studies zouden komen die bijvoorbeeld de langetermijneffecten van ungrading zouden bekijken. 


Het abstract

This paper presents an interpretative phenomenological analysis study of students’ experiences with ungrading in the form of reflection-based self-evaluation in a college course. In the landscape of student evaluation, ungrading strategies respond to the limitations of traditional grading systems, particularly with respect to cultivating in-demand skills and capacities, such as adaptability, creative thinking, and self-management. Through in-depth interviews with eight students, this study reports on four experiential themes that characterize the switch to ungrading: de-gamification, or unsettling the “gamified” nature of evaluation in the traditional grading system; time to think and reflect, creating space for review and the deepening of learning; rich communication, or continual feedback between teacher and student; and learning community, in which students felt like they were part of a team effort rather than siloed individuals. Considerations for further research, as well as implementation of ungrading in other courses, are discussed.

maandag 5 december 2022

Bevorderen van interculturele competenties bij studenten in het hoger onderwijs

De afgelopen jaren is er in het hoger onderwijs in Nederland veel aandacht besteed aan internationalisering. Dit is onder meer terug te zien in de stijging van het aantal internationale studenten aan Nederlandse universiteiten. Ondanks de toenemende diversiteit onder de studentenpopulatie is er echter nog steeds sprake van beperkte interculturele interactie tussen studenten op universiteiten. Dit kan leiden tot een beperkte ontwikkeling van interculturele competenties onder studenten. In de discussies over internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs is het bevorderen van interculturele competenties onder studenten dan ook een belangrijk onderwerp. Er is veel aandacht voor het belang van interculturele vaardigheden in het hedendaagse werkveld, en daarom is het van groot belang dat studenten in het hoger onderwijs deze vaardigheden ontwikkelen. Een recente studie in Pedagogische Studiën laat zien hoe interculturele competenties van studenten kunnen worden bevorderd door middel van een practicummodule gericht op interculturele interacties tussen studenten. 

De practicummodule genaamd "Intercultural Sensitivity & Competences", bestond uit verschillende activiteiten die gericht waren op het bevorderen van betekenisvolle interculturele interacties tussen studenten. De module omvatte onder meer het uitvoeren van interviews met studenten van verschillende culturele achtergronden, het discussiëren van culturele verschillen en het uitvoeren van rollenspellen gericht op het vergroten van de interculturele sensitiviteit en competenties van de studenten.  

De resultaten van het onderzoek lieten zien dat de practicummodule de ontwikkeling van interculturele competenties bij de studenten stimuleerde. Daarnaast leken met name studenten die bij aanvang een minder open houding hadden ten aanzien van culturele verschillen of minder kennis hadden van gedrag en gewoontes in verschillende culturen, te profiteren van de module. Het onderzoek geeft inzicht in hoe interculturele competenties van studenten in het hoger onderwijs kunnen worden bevorderd door middel van een practicummodule gericht op interculturele interacties tussen studenten.

Het abstract

Door globalisering is onze samenleving en daarmee o.a. de studentpopulatie in het hoger onderwijs, meer en meer cultureel divers geworden. Een meer diverse studentpopulatie betekent echter niet dat er meer interculturele student-interactie plaatsvindt (Glass et al., 2013). Terwijl dergelijke interactie studenten zou kunnen helpen bij de ontwikkeling van hun interculturele sensitiviteit en competenties. In het huidige onderzoek werd de ontwikkeling van interculturele competenties onderzocht, via het volgen van een practicummodule Intercultural Sensitivity & Competences met daarin nadruk op interculturele interacties tussen studenten. Daarbij bestudeerden we exploratief of multiculturele kenmerken van studenten, zoals de multiculturele persoonlijkheid, invloed hebben op de ontwikkeling van deze competenties. Met behulp van een quasi-experimenteel pretest / posttest design, bestudeerden we een groep van 70 studenten Sociale en Gedragswetenschappen van een grootstedelijke Nederlandse universiteit. De resultaten lieten zien dat het bevorderen van betekenisvolle interculturele interacties tussen studenten – via de practicummodule – de ontwikkeling van interculturele competenties stimuleert. Daarnaast leken met name studenten die bij aanvang een minder open houding hadden ten aanzien van culturele verschillen of minder kennis hadden van gedrag en gewoontes in verschillende culturen, te profiteren van het practicum. Dit onderzoek geeft inzicht in hoe interculturele competenties van studenten in het hoger onderwijs bevorderd kunnen worden.

dinsdag 29 november 2022

Interesseontwikkeling van studenten: Brede programma's, brede interesses?

Collega Jonne Vulperhorst deelde de resultaten van de laatste studie van zijn proefschrift. In deze studie onderzochten hij en zijn collega's hoe de interesse van studenten zicht ontwikkelt en of deze ontwikkeling anders verloopt als studenten deelnemen aan een breed studieprogramma (bijvoorbeeld liberal arts and sciences), een professiegericht studieprogramma (bijvoorbeeld logopedie) of een disciplinair studieprogramma (bijvoorbeeld onderwijswetenschappen). De verwachting is dat brede programma's studenten de ruimte bieden om diversere interesses te ontwikkelen, terwijl in de andere programma's de interesses van studenten meer zullen convergeren. Ze onderzochten dit door op zeven momenten (drie voor de transitie naar het hoger onderwijs en vier na de transitie) te bevragen op hun interesses. De resultaten laten zien dat studenten vóór de transitie naar het HO niet verschillen in hun interessedivergentie.Na de transitie treden er wel verschillen op tussen studenten in de verschillende programma's. De interesses van studenten in brede programma's gingen inderdaad meer divergeren: studenten raken geïnteresseerd in meerdere disciplines. Studenten in professiegerichte en disciplinaire programma's gingen hun interesses meer verdiepen binnen één domein.


Het abstract

There is an ongoing debate in higher education about the value of broad programmes versus specialised programmes. Educational professionals argue that students use the space provided by broad programmes to develop interests in diverse domains, while the scope of specialised programmes allows students to converge in interests. The present study investigates whether students enrolled in broad and specialised programmes indeed differ in how their interests develop. To do so, we traced the interest development of 124 Dutch students from their final year in secondary education until the end of their first year in higher education. We used an experience sampling method to measure students’ momentary interests over a week and repeated this every three months. For each data collection week, we coded in how many different domains students were interested, and subsequently ran a multigroup, sequential, latent growth curve model. We found that students in broad programmes develop more divergent interests, while students in specialised programmes develop more convergent interests. This shows how students use the space provided by programmes to shape their interests. Our results can help higher education institutes in discussing whether a more diverse or focused curriculum is desirable from a societal and student perspective.

 J. P. Vulperhorst, J. E. Dams, R. M. van der Rijst & S. F. Akkerman (2022). How students use the space provided by broad and specialised programmes to develop their interests in higher education, Studies in Higher Education. DOI: 10.1080/03075079.2022.2150756