Posts tonen met het label studenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label studenten. Alle posts tonen

dinsdag 29 november 2022

Interesseontwikkeling van studenten: Brede programma's, brede interesses?

Collega Jonne Vulperhorst deelde de resultaten van de laatste studie van zijn proefschrift. In deze studie onderzochten hij en zijn collega's hoe de interesse van studenten zicht ontwikkelt en of deze ontwikkeling anders verloopt als studenten deelnemen aan een breed studieprogramma (bijvoorbeeld liberal arts and sciences), een professiegericht studieprogramma (bijvoorbeeld logopedie) of een disciplinair studieprogramma (bijvoorbeeld onderwijswetenschappen). De verwachting is dat brede programma's studenten de ruimte bieden om diversere interesses te ontwikkelen, terwijl in de andere programma's de interesses van studenten meer zullen convergeren. Ze onderzochten dit door op zeven momenten (drie voor de transitie naar het hoger onderwijs en vier na de transitie) te bevragen op hun interesses. De resultaten laten zien dat studenten vóór de transitie naar het HO niet verschillen in hun interessedivergentie.Na de transitie treden er wel verschillen op tussen studenten in de verschillende programma's. De interesses van studenten in brede programma's gingen inderdaad meer divergeren: studenten raken geïnteresseerd in meerdere disciplines. Studenten in professiegerichte en disciplinaire programma's gingen hun interesses meer verdiepen binnen één domein.


Het abstract

There is an ongoing debate in higher education about the value of broad programmes versus specialised programmes. Educational professionals argue that students use the space provided by broad programmes to develop interests in diverse domains, while the scope of specialised programmes allows students to converge in interests. The present study investigates whether students enrolled in broad and specialised programmes indeed differ in how their interests develop. To do so, we traced the interest development of 124 Dutch students from their final year in secondary education until the end of their first year in higher education. We used an experience sampling method to measure students’ momentary interests over a week and repeated this every three months. For each data collection week, we coded in how many different domains students were interested, and subsequently ran a multigroup, sequential, latent growth curve model. We found that students in broad programmes develop more divergent interests, while students in specialised programmes develop more convergent interests. This shows how students use the space provided by programmes to shape their interests. Our results can help higher education institutes in discussing whether a more diverse or focused curriculum is desirable from a societal and student perspective.

 J. P. Vulperhorst, J. E. Dams, R. M. van der Rijst & S. F. Akkerman (2022). How students use the space provided by broad and specialised programmes to develop their interests in higher education, Studies in Higher Education. DOI: 10.1080/03075079.2022.2150756

dinsdag 26 januari 2021

Een kijkje in het leven van Sietske

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat Sietske te Gronde. Dit is de vierde bijdrage in een regelmatig terugkerende serie.


Hoi allemaal! Ik ben Sietske te Gronde en ik ben eerstejaars student Onderwijswetenschappen. Ik ben 18 jaar en woon met twee huisgenoten in Bunnik.

Dit blok volg ik de vakken Ontwerpen van Leersituaties – inleidend en Education & ICT.  De vakken worden allebei (bijna) volledig online gegeven. Ondanks dat ik geen vergelijkingsmateriaal heb van fysieke vakken, vind ik de kwaliteit van de werkgroepen en kennisclips/hoorcolleges altijd erg hoog!

Het leukste van de studie vind ik de langlopende opdrachten. Vorig blok was er bij het vak Inleiding Onderwijswetenschappen een langlopende opdracht over seductive details, en ik vind het dan echt heel leuk om alle losse informatie uit artikelen samen te voegen tot een goed verslag! Op maandag en dinsdag kijk ik meestal de kennisclips en lees ik de literatuur. Op woensdag en donderdag heb ik werkgroepen en lees ik nog wat meer, en op vrijdag heb ik meestal wel wat tijd over.

Ik zou uren kunnen discussiëren en praten over mijn visie op het huidige onderwijs(systeem) in Nederland en andere landen (ik ben met name geïnteresseerd in het VO). In deze blog probeer ik het een beetje kort uit te leggen, maar als je me erover wil spreken hoor ik het graag!

Hierboven noem ik bewust ‘huidige’, omdat ik heel erg hoop dat er verandering in komt. Graag wil ik wel vooropstellen dat ik kwalitatief goed taal- en rekenonderwijs heel erg belangrijk vind. Waar ik achter ben gekomen, is dat mensen dat namelijk een ‘ding’ vinden als je zegt dat er onderwijsvernieuwing nodig is.

Sietske
Waar ik van overtuigd ben, is dat heel veel mensen ‘geluk’ als ultiem levensdoel beschouwen. Als je gelukkig bent, maakt al het andere ineens een stuk minder uit. Natuurlijk vind ik het ook belangrijk dat leerlingen (algemene) kennis opdoen. Ik vraag me alleen af of dat op de manier moet waarop het nu (vaak) gaat – iedereen (binnen een klas) hetzelfde werkboek, dezelfde leerstof, dezelfde uitleg en zelfs hetzelfde tempo! Mijn verwachting is dat leeruitkomsten hoger zullen zijn wanneer leerlingen leren over wat zij interessant vinden.* Dat draagt denk ik ook bij aan persoonsontwikkeling en geluk. Het is mijn wens om bij te kunnen dragen aan een nieuw systeem.

Aangezien ik het bovenstaande zo belangrijk vind, probeer ik naast mijn studie al betrokken te zijn bij wat andere activiteiten om zo wat te kunnen betekenen. Ik zit sinds kort in de Raad van Advies van de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Deze taskforce wil onder andere graag een systeem waarin alle leerlingen zich op hun eigen niveau en tempo kunnen ontwikkelen.

Behalve mijn visie op het onderwijssysteem, vind ik onderwijsonderzoek ook heel erg interessant! Onderzoek in het algemeen, zou je ook wel kunnen zeggen. De ‘speeddates’ met de onderwijsonderzoekers bij Inleiding Onderwijswetenschappen vond ik erg boeiend! Als bijbaan transcribeer ik interviews. Na dit een tijdje te hebben gedaan, is het leuk om te merken dat de interviewer precies vraagt wat ik ook zou vragen. De interviews gaan altijd over het beleid in de zorg, maar het liefst zou ik natuurlijk interviews over onderwijs transcriberen (dus als iemand nog iets weet hoor ik het graag 😉).

Wat ik aan docenten wil meegeven is dat ze niet alleen merkbaar hun best doen om het online onderwijs te laten slagen, maar dat het daadwerkelijk ook echt goed lukt! Ik vind dat best een applaus waard!

In de vorige blog vroeg Mayke of er door het thuis studeren nu juist meer ruimte is voor dingen die ik leuk vind, die voorheen minder aandacht kregen. Dat is wel het geval! Na heel lang niks (althans, niks vrijwillig) gelezen te hebben, ben ik nu begonnen in het boek Studentendenken. Erg interessant als eerstejaars student, en eigenlijk voor iedereen wel denk ik. Ook luister ik meer podcasts, waarvan ik ‘Meesterwerk Hoogbegaafd’ zou willen aanraden! Verder heb ik nu ook wat meer tijd om oude Star Trek films te kijken (aanrader voor als je alle coronategenvallers even wil vergeten door letterlijk naar de toekomst te kijken).

Voor de volgende blogger heb ik ook weer een vraag: Ben je doordat er nu veel online onderwijs gegeven wordt anders gaan kijken naar de kansen en gebreken van afstandsonderwijs en ICT in het onderwijs?


*Een aanvulling: ik twijfel nogal eens aan de manier waarop ik dit, als eerstejaars student met relatief weinig kennis over wat bewezen ‘werkt’ in het onderwijs, kan zeggen. Toch sta ik achter mijn punt, ik denk namelijk ook dat dit breder bekeken moet worden dan de wetenschap en ook te maken heeft in wat voor maatschappij je wilt leven.

dinsdag 15 december 2020

Een kijkje in het leven van Caitlin

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat Caitlin de Boer. Dit is de tweede bijdrage in een regelmatig terugkerende serie.


Hoi! Ik ben Caitlín, een derdejaars (maar eigenlijk tweeëneenhalve jaars) student Onderwijswetenschappen. Ik ben 20 jaar en zit op kamers op het Utrecht Science Park (USP). Normaal gesproken is dat tijdens het studiejaar super gezellig, want alles en iedereen loopt rond op het USP, nu is het (helaas) wat rustiger hier.

Naast de bachelor Onderwijswetenschappen doe ik de minor Taalontwikkeling. Daardoor krijg ik ook van andere studies mee hoe docenten omgaan met het online onderwijs. Bij mijn taalvak hebben ze vrij weinig veranderd ten opzichte van het afgelopen jaar, maar bij gebrek aan hoorcollege-opnames, worden hoorcolleges nu opgenomen in de vorm van kennisclips. Die kijk ik in mijn eigen tijd. Daarnaast is er iedere maandag een Q&A sessie en op donderdag is er nog een aanvullende werkgroep waarin kritische vragen behandeld worden. Van de bachelor volg ik op dit moment het vak Methoden in Onderwijswetenschappelijk Onderzoek (MiOO). MiOO heb ik vorig jaar fysiek gevolgd en ik kan (met een soort vage trots voor het docententeam) zeggen dat ik vind dat het online onderwijs bij dit vak minstens net zo goed is als het onderwijs van vorig jaar. De werkdruk bij MiOO is altijd hoog, maar dat vind ik misschien wel beter passen bij het online onderwijs, waarbij je het allemaal lekker zelf kan inplannen. Ik heb dus drie vaste onderwijsmomenten, van ieder één uur in de week: Op maandag MiOO en een Q&A-sessie, en op donderdag een werkgroep van het taalvak (ohja, en een vragenuur van MiOO op vrijdag, maar daar ben ik nog nooit geweest #oeps).

Caitlin de Boer
Naast mijn studie geef ik op dinsdag een uur bijles Engels en op vrijdag tweeënhalf uur hockey training bij Kampong (tijdens de wintercompetitie is dat nog maar één uur).

Het meeste plezier bij mijn studie haal ik uit het feit dat ik daadwerkelijk dingen weet en een bijdrage kan leveren in gesprekken over het onderwijs. Mijn vriend is bezig om een eigen bedrijf gericht op onderwijs op te zetten en ik vind het super fijn dat ik daar af en toe iets nuttigs aan kan bijdragen, dankzij datgeen wat ik geleerd heb. Daarnaast haal ik veel plezier uit het contact met andere studenten en docenten, dat is met online werkgroepen op een iets lager pitje, maar het is er nog steeds!

In de blog van Luce stelde ze de volgende vraag aan mij: “Hoe ontspan jij eigenlijk in deze tijden van lang achter de laptop zitten?” Het antwoord daarop is: Lekker sporten! Ik probeer twee of drie keer in de week te sporten, dan ben ik ook echt even helemaal weg van alle schermen. Ook heb ik de afgelopen paar weken de eerste drie boeken van Karen M. McManus gelezen (en komt de vierde mogelijk met Kerst), mocht je van thrillers en murder mysteries houden, zijn haar boeken zeker een aanrader!

Als laatste is mij gevraagd of ik nog iets mee wil geven aan docenten, hier moest ik even over nadenken. Ik heb namelijk het gevoel dat alle docenten ontzettend hun best doen, sowieso wel, maar zeker binnen het online onderwijs. Daarom is mijn tip ook: Doe jezelf niet tekort! ‘Tuurlijk is online onderwijs anders dan fysiek onderwijs, werkgroepen voelen misschien minder persoonlijk, het opnemen van hoorcolleges/kennisclips tegenover een scherm in plaats van een zaal zal ook nog lang onwennig zijn, maar dat neemt jullie kennis niet weg. Studenten komen naar een werkgroep (of kijken een kennisclip) om te leren van jou. Heb vertrouwen in je eigen kunnen, en dat het delen van je scherm in Teams dan niet helemaal vlekkeloos gaat, dat vergeven we je wel!

Mijn vraag voor de volgende blogger is: Hoe zorg jij dat je niet afgeleid raakt door allerlei internetsites of social media? (Aangezien ik uren door social media kan scrollen.)


dinsdag 4 februari 2020

researchED 2020; Wat zijn onze ervaringen?

Deze blogpost werd geschreven door:
Katie van Cauter (eerstejaars deeltijdstudent bachelor Onderwijswetenschappen), 

Eline Pothoven (tweedejaars student bachelor Onderwijswetenschappen)

Toen wij tijdens het hoorcollege van de cursus ‘Inleiding Onderwijswetenschappen’ de mogelijkheid kregen om naar researchED te gaan, aarzelden wij beiden geen moment. Ondanks dat we allebei nog nooit gehoord hadden van dit evenement, leek dit ons de ultieme mogelijkheid om een inkijk te krijgen in onderwijsonderzoek in de praktijk.

researchED is een evenement waarbij onderzoekers en docenten samenkomen en hun ideeën over onderwijs delen in de vorm van interactieve sessies. De kloof tussen onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk is nog erg groot en dit evenement vormt een mooi platform voor onderzoekers en docenten om een begin te maken met het dichten van dit gat. Het motto van researchED is dan ook “where research meets education”.

Zaterdagochtend 11 januari 09:00 uur druppelden de eerste docenten, onderzoekers, sprekers en een paar studenten de kerk ‘De Fontein’ te Nijkerk binnen. Toen wij daar gingen zitten dachten we, dit raakt nooit vol! Het tegendeel werd bewezen want om 09:30 uur zaten er ruim 700 belanghebbenden in de kerk: vol energie in afwachting wanneer het zou beginnen. In het welkomstwoord van deze dag, dat gegeven werd door Jan Tishauser, werd de kern van deze dag mooi samengevat. Alle aanwezigen werden opgeroepen om met elkaar in gesprek te gaan en om informatie en ervaring uit te wisselen. Daarnaast werd researchED in België op 28 maart in Mechelen aangekondigd, dus mocht je na het lezen van onze ervaringen ook een researchED willen meemaken, hoef je helemaal niet lang te wachten!



Hierna volgde de keynote van de dag, een presentatie over gelijke kansen in het onderwijs door Monique Volman en Linda van den Bergh. In deze presentatie werd uitgelegd dat de inrichting van het Nederlandse onderwijs soms kansenongelijkheid in de hand kan werken. Zo werden er verschillende onderzoeken aangehaald, bijvoorbeeld die van Jussim, Harber en Badad, waarin er duidelijk werd dat kinderen lage- of hoge verwachtingen direct oppikken in een conversatie met de docent. De boodschap van deze keynote was dan ook om je bewust te worden van de manier waarop je omgaat met leerlingen in je verbale, maar ook non-verbale, gedragingen. De keynote was ook bedoeld om het nieuwe boek ‘Werk maken van gelijke kansen’ te introduceren. In dit boek wordt nog veel verder ingegaan op de kansenongelijkheid binnen het onderwijs. Bijvoorbeeld met onderzoeken waaruit blijkt dat kinderen van middel- tot hoogopgeleide ouders veel verder komen in het vervolgonderwijs dan kinderen van laagopgeleide ouders. Wil je hier meer over lezen?

De rest van de dag was gevuld met interactieve sessies die gegeven werden door verschillende mensen uit het onderwijswerkveld. Deze sessies waren ingedeeld in verschillende categorieën; algemene didactiek, cognitieve psychologie, differentiëren, formatieve evaluatie en toetsing, gedrag en leerstoornissen, pedagogiek en filosofie, professionaliseren en onderzoek, taal en leesonderwijs en tot slot rekenen, wiskunde en ICT. Bij deze presentaties werden onderwerpen besproken waar docenten in de onderwijspraktijk mee te maken kunnen hebben. Deze onderwerpen werden dan belicht vanuit onderwijswetenschappelijk onderzoek. Bij veel van de presentaties kwamen ook besprekingen van theorie aan bod die aansloten bij de dingen die wij leren bij de bachelor Onderwijswetenschappen. Hieronder een kort overzicht van welke sessies wij hebben bijgewoond. Sommige sessies hebben we tegelijkertijd gevolgd, anderen juist afzonderlijk van elkaar om aan het einde van de dag een zo compleet mogelijk beeld te hebben van alle sprekers van researchED 2020.

Rondes

Onderwerp

Spreker(s)

Bijgewoond door

Ronde 2
Inleiding ‘Wijze lessen’: Cognitieve Psychologie en Goed Onderwijs
Paul Kirschner
Eline
Op naar succeservaringen voor ALLE leerlingen: Het inzetten van toetsing als leer- en oefenstrategie
Martin Ringenaldus & Dominique Sluijsmans
Katie
Ronde 3
Onderwijskwaliteit
Inge de Wolf
Katie & Eline
Ronde 4
Het Lerarencollectief: hoe verder?
Jan van de Ven & Thijs Roovers
Eline
Functioneel toetsen en het langetermijnleren
René Kneyber
Katie
Ronde 5
The dark side van evalueren
Pedro De Bruyckere
Eline
What teachers need to know about classroom culture and social norms
David Didau
Katie
Ronde 6
Dyslexie een stoornis! Waar is het bewijs?
Anna M.T. Bosman
Eline
Onderzoek gaat om houding, niet om resultaat
Jan Bransen
Katie
Ronde 7
De expert-leraar
Eva Naaijkens
Katie & Eline

Eigenlijk waren alle sessies ontzettend leuk en interessant om bij te wonen. Het sprak ons allebei erg aan dat iedere spreker echt stond voor een bepaalde visie en daar met overtuiging over ging vertellen. Wat mij (Eline) erg opviel was dat alle sprekers ook heel graag de dialoog aan wilden gaan over de onderwerpen en juist de ervaringen in de klas wilden achterhalen. Dit zorgde voor een hele fijne sfeer op de dag zelf vond ik. De sessies die ik heb bijgewoond waren allemaal erg verschillend, maar dat maakte de dag juist zo leuk!

De eerste sessie die ik (Eline) bijwoonde was die van Paul Kirschner. Hij is Emeritus hoogleraar Onderwijspsychologie aan de Open Universiteit in Nederland, eredoctor aan Oulu University in Finland en Gastprofessor aan de Thomas More Hogeschool in België. Ik was van tevoren heel enthousiast dat hij zou spreken op researchED omdat wij in de opleiding een aantal artikelen en sommige boeken van hem lezen. In deze sessie herkende ik dan ook het meeste terug van de inhoud van de bachelor Onderwijswetenschappen. Eigenlijk was zijn sessie een grappige en verhelderende samenvatting van het vak ‘Educational Psychology’. Hij had het onder andere over de cognitive load theory, het werkgeheugen (en de beperkte capaciteit ervan) en assimilatie en accommodatie van Piaget. Hij vertelde dit alles aan de hand van voorbeelden. Zo liet hij bijvoorbeeld een eerdere slide opnieuw zien als hij hiernaar refereerde, om op deze manier onze cognitieve belasting te verminderen. Wat ik heel grappig vond is dat hij zijn verhaal gelijk koppelde aan hoe hij zijn PowerPoint had vormgegeven zodat wij het zouden onthouden. Zo had hij bijvoorbeeld meerdere schematische weergaven van de werking van het werkgeheugen om zo de informatie te herhalen, maar ondertussen ook de bestaande schema’s in je werkgeheugen uit te breiden met nieuwe informatie (de andere manier van aanbieden). Door deze koppeling merkte ik gelijk dat het effect had op de manier waarop ik de presentatie verwerkte. Echt super fascinerend én misschien een leuke toevoeging voor de hoorcolleges van EP! Als afsluiter een grappige uitspraak die Paul Kirschner deed tijdens zijn sessie “Dit is geen ‘rocketscience’, onze hersenen werken heel simpel!”.

De sessie van Pedro De Bruyckere, pedagoog en postdoctoraal onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent en aan de Universiteit van Leiden, in ronde 5 was echt geweldig! Ik (Eline) had nog niet eerder iets bijgewoond van Pedro maar wow, wat een energieke, humoristische welbespraakte man! Hij had zijn sessie, met als titel “the dark side van evalueren”, opgedeeld in drie delen; tales of the unexpected, dark mirror & the twilight zone. Als een horrorfilm ging hij door zijn sessie heen, met schrikmomenten en een dramatisch einde. Tegelijkertijd probeerde hij ook een duidelijke boodschap over te brengen, namelijk dat alles wat we doen consequenties heeft en dat bijvoorbeeld transparantie in het onderwijs komt met een bepaalde prijs. De huidige situatie is dat we hiervan wegkijken, maar we moeten juist hierover de conversatie aangaan. THE END.

De sessie die mij (Eline) het meest is bijgebleven is degene van Anna M.T. Bosman in ronde 6. Ik werd erg getriggerd door haar manier van vertellen. Met vele argumenten toonde ze aan dat de manier waarop we vandaag de dag dyslexie diagnosticeren niet de manier is waarop het zou moeten. Ze presenteerde drie stellingen van Stichting Dyslexie Nederland (SDN) die ze in haar presentatie ontkrachtte. Eén daarvan vind ik het delen waard, namelijk dat er sprake moet zijn van exclusie, dus dat er factoren uitgesloten moeten worden als verklaring van hardnekkige problemen in lezen en/of spellen. Anna verwoorde dit als dat een ander probleem (een verstandelijke beperking, doof- of slechthorendheid, blind- of slechtziendheid, neurologische stoornissen, onvoldoende beheersing van de instructietaal en/of algemene omgevingsfactoren zoals inadequaat onderwijs) de kans op een dyslexieverklaring dus blijkbaar verkleint. Haar (in mijn ogen begrijpelijke) frustratie kwam naar voren in de pakkende slotzin “Als jij met hoofdpijn bij de dokter komt en een week later breek je je been, dan ga je er toch vanuit dat de dokter je alsnog helpt? Hoezo is dit bij dyslexie dan niet het geval?”.

Eén van de sessies die mij (Katie) het meest is bijgebleven was de sessie van Dominique Sluijsmans en Martin Ringenaldus in ronde 2. Dominique is een onderzoeker en lector op de Zuyd Hogeschool en Martin werkt als docent Duits op het RGO Middelharnis. Martin kreeg van zijn school te horen dat ze het eindexamen Duits voor VMBO BBL/KBL gingen schrappen. Hij heeft toen zelf het initiatief genomen om helemaal zonder cijfers te gaan werken, omdat hij vond dat cijfers niet veel zeggen over hoe goed zijn leerlingen de stof beheersen. Om te zorgen dat hij dit succesvol in zijn klas kon, heeft hij Dominique ingeschakeld. Tijdens de presentatie vertelde Martin over de dingen waar hij tegenaan liep in de klas bij het implementeren van dit idee en hoe hij dit heeft opgelost. Dominique vertelde vervolgens wat de theorie achter deze oplossingen was vanuit het oogpunt van onderwijsonderzoek. Deze presentatie was voor mij een prachtig voorbeeld van hoe onderwijsonderzoek direct van invloed kan zijn op de onderwijspraktijk, als mensen de dialoog met elkaar aangaan en open staan voor elkaars ideeën.

Beiden hebben we de sessies van Inge de Wolf (ronde 3) en Eva Naaijkens (ronde 7) gevolgd. Bij Inge ging het vooral over de functies van het onderwijs en de ontwikkeling hiervan in de afgelopen jaren. Wat we beiden opvallend vonden bij deze sessie is dat er veel discussie vanuit het publiek kwam. Dit presenteerde eigenlijk prachtig het knelpunt waar Jan van de Ven en Thijs Roovers in ronde 3 op in gingen, namelijk dat leerkrachten helemaal niet betrokken worden in het proces van wetsvoorstellen met betrekking tot het onderwijs (en dat er daarom een lerarencollectief nodig is!). Bij Eva lag de nadruk vooral over het hebben van expert-leerkrachten in het onderwijs en dat dit de toekomst is: zelfvoorzienende scholen met een hoge werktevredenheid en veel (persoonlijke) groei. Zelf vond ik (Eline) dit een wat minder interessante sessie, maar ik kan me wel voorstellen dat leerkrachten hier veel aan hebben gehad omdat het een hele praktische toepassing gaf. Echter weet ik niet wat ik hier als onderwijskundige in spé van vind, het geeft in ieder geval stof tot nadenken!

Jan Tishauser sloot de dag op passende wijze af door ons nog even bewust te maken dat we toch wel echt vakidioten moeten zijn om op onze vrije zaterdag de hele dag naar een congres te gaan. Toen beseften we wel even dat we een stapje hebben gezet in de richting van vakidioot, wat moet dat worden?! Toch hadden we deze enerverende dag voor geen goud willen missen. We hebben veel geleerd over inhoudelijk onderzoek en we begrijpen de wrijving tussen onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk ook beter. We weten dat er nog werk aan de winkel is om de eerdergenoemde kloof te dichten en hopen dat wij hierin op onze eigen manier een rol (kunnen gaan) spelen.