Posts tonen met het label leesmotivatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leesmotivatie. Alle posts tonen

donderdag 30 november 2023

Hoe kan stilleestijd effectiever worden?

Op veel scholen is meerdere keren per week stilleestijd. Hierbij krijgen leerlingen de tijd om een boek dat ze zelf gekozen hebben. Maar verbetert het echt hun leesvaardigheid, motivatie en leesgedrag? En kan zelfleestijd effectiever worden gemaakt door een aantal extra elementen toe te voegen, zoals ondersteuning door de leerkracht, verantwoording (accountability) of sociale interactie?

Een recente meta-analyse probeerde deze vragen te beantwoorden door 51 studies te bekijken die verschillende varianten van stilleesprogramma's vergeleken. Zij vonden dat:

  • Het toevoegen van extra elementen aan stilleestijd een klein positief effect had op de algehele leesvaardigheid. Dit betekent dat leerlingen die deelnamen aan verbeterde stilleesprogramma's iets beter presteerden op leestoetsen dan leerlingen die alleen gewone stilleestijd kregen.
  • Het effect was groter voor leerlingen met een risico op leesproblemen. Leerlingen met bijvoorbeeld een lage sociaaleconomische status of een lage leesvaardigheid hadden meer baat bij de extra elementen die kunnen worden toegevoegd aan stilleestijd dan sterkere lezers.
  • De auteurs vonden een negatief effect van hulp of instructie door de leerkracht tijdens leestijd, wat mogelijk betekent dat dergelijke activiteiten de betrokkenheid van leerlingen bij teksten kunnen verstoren. 
  • Aan de andere kant vonden ze positieve effecten van het beperken en ondersteunen van de boekkeuze, verantwoording en sociale interactie.

De auteurs concluderen dat stilleestijd een waardevol onderdeel van het leescurriculum kan zijn, maar dat het gecombineerd moet worden met elementen die leerlingen helpen bij het kiezen van geschikte boeken, het monitoren van hun leesactiviteiten en het bevorderen van de sociale interactie.


Het abstract

One often used approach to increase students' reading frequency is investing in independent silent reading (ISR) at schools: regularly scheduling time during which students read silently in books of their own choice. However, evidence for the impact of ISR is inconclusive and there appear to be important barriers to its effects on students' reading frequency, motivation, and proficiency: particularly struggling readers have difficulties choosing appropriate books, simply allotting time for reading does not guarantee that students read, ISR lacks accountability, and students are not always given the opportunity to interact about what they read. The aim of the current meta-analysis was to test whether additions to ISR that aim to overcome these barriers contribute to the effects of ISR on students' reading. Using outcomes of 51 effect studies covering 56 samples of students in primary and secondary education, we established a small but significant positive short-term intervention effect on overall reading proficiency (Cohen's d = 0.27). We additionally found that additions to ISR were particularly effective for students at risk of reading failure; for stronger readers, effects were absent. Finally, we found a negative effect of help or instruction by the teacher, which suggests that activities during reading might interfere with students' engagement with texts.

maandag 27 november 2023

Pakjesavond? PISA-dag!

Vijf december komt niet alleen de Sint langs, maar ook OESO-topman Andreas Schleicher met nieuwe PISA-resultaten, oftewel: het ‘Programme for International Student Assessment’. Een jaartje later dan gepland, omdat een zekere pandemie roet in het eten gooide. Terwijl PIRLS (‘Progress in International Reading Literacy Study’) zich hier niets van aantrok, werd besloten PISA een jaar uit te stellen.

Dit keer is het extra moeilijk om te voorspellen wat de PISA-resultaten zullen uitwijzen voor Nederland en Vlaanderen. Wat we wel durven te stellen: de kans dat de uitkomsten goed zijn, is klein. Dat is zo om verschillende redenen:       

  • De gevolgen van COVID-19 zal een belangrijk thema zijn. We weten dat de schoolsluitingen als gevolg van COVID-19 in veel landen een negatieve invloed gehad hebben op het leren van de kinderen en jongeren. Dit was in ons taalgebied niet anders. Het lijkt er zelfs op dat de coronapandemie duidelijke sporen heeft nagelaten in het welzijn van Nederlandse jongeren. Ook dit geeft reden om te verwachten dat dit de resultaten van PISA negatief zal beïnvloeden.
  • We weten dat de uitkomsten van PIRLS bij tienjarigen niet goed waren. Waarom zou dan PISA bij vijftienjarigen nu wel goed zijn? Zowel in Vlaanderen als in Nederland is een beweging op gang gekomen om meer aandacht te besteden aan basisvaardigheden, maar het is nog veel te vroeg om dit in de PISA-resultaten terug te zien.
  • De leesmotivatie van Nederlandse kinderen is in vergelijking met andere landen laag. En ook al zijn er initiatieven om de leesmotivatie van leerlingen te vergroten, het is mogelijk nog te vroeg om hier duidelijke effecten van te zien in PISA.
  • Eerder berekende Kristof De Witte van de KULeuven al het negatieve effect op leeruitkomsten van het lerarentekort, een fenomeen dat hard toeslaat in zowel Vlaanderen als Nederland.

De trend voor Nederlandse PISA-scores is al een flinke tijd dalend.

Het kan zijn dat we het in de internationale ranking beter doen dan verwacht, omdat misschien andere landen of regio’s nog slechter uit de pandemie zijn gekomen, maar dit is ondergeschikt aan de eigen evolutie. Deze ronde staat wiskunde centraal, maar toch zullen we ook zien of het aantal laaggeletterde jongeren is toegenomen. Andere vragen die interessant zijn om in de gaten te houden:

  • Is er in Nederland nog steeds een zeer kleine groep van hoogpresterende leerlingen?
  • Wordt in Vlaanderen de best presterende groep nog altijd kleiner?
  • Hoe verhoudt de manier van lesgeven zich ten opzichte van leereffecten?

PISA komt niet enkel uit op 5 december, dat is nog maar het begin. In 2024 volgen nog extra delen, waarbij onder andere stilgestaan wordt bij de creatieve vermogens van vijftienjarigen in de deelnemende OESO-landen. Misschien is daar dan wel goed nieuws te vinden?


Deze blogpost is geschreven door: Pedro De Bruyckere, Casper Hulshof en Jeroen Janssen. Pedro, Casper en Jeroen zijn allen onderzoeker bij de Afdeling Educatie van de Universiteit Utrecht en als docenten betrokken bij de opleidingen Onderwijswetenschappen.