maandag 17 februari 2014

Pakkertje verbieden: erg of niet?

De reformatorische Verhoeff-Rollmanschool in Bodegraven voerde onlangs een aantal maatregelen in om problemen op het schoolplein te verminderen. De belangrijkste daarvan: het spelen van 'pakkertje', een variant op tikkertje waarbij kinderen elkaar ook vastgrijpen, is voortaan verboden. Wie het toch speelt wordt in de hoek gezet, aldus Juf Eveline in het AD.  Het publieke commentaar loog er niet om: Nederland viel en masse over dit beleid. Ruzie, schrammen, botsingen: ze horen tenslotte bij gezond opgroeien. Sommigen noemden de maatregel betuttelend of zien deze zelfs als een uitwas van het 'juffenprobleem': actief en 'druk' gedrag - vooral te zien bij jongens - wordt op school niet geaccepteerd. Wat wordt vergeten is dat de maatregel er slechts een van meerdere was, en dat de kinderen via een enquête zelf om meer veiligheid op het schoolplein hadden gevraagd. Er is ook nog niemand bestraft vanwege illegale pakkertjespraktijken.
Is de ophef dan overdreven? Niet per se. Je kunt vraagtekens zetten bij de strenge aanpak van redelijk normale activiteiten die kinderen spontaan uitvoeren op het schoolplein. Het is ook niet zo dat Bodengravense kinderen nu geen pakkertje meer spelen: dat doen ze nu buiten het schoolplein. Veel buitenstaanders zullen ook denken aan het Amerikaanse onderwijs. Er zijn scholen in Amerika, maar ook in Engeland (bijvoorbeeld in Walssend) waar rennen op het schoolplein verboden is: een kind zou immers kunnen struikelen! Zo'n situatie moeten we in Nederland zien te voorkomen. De maatregel kan dan wel goedbedoeld zijn, je begeeft je ermee op een hellend vlak. Wat maakt het schoolplein nog meer onveilig tenslotte? Knikkerkuiltjes waarin je kunt trappen worden straks wellicht ook in de ban gedaan. Hinkelen is een aanslag op benen en knieën. De lijst mogelijke gevaren is eindeloos. Maar juist van het opzoeken van en omgaan met ‘gevaar’ leer je als kind het meest. Het kan ook anders. Een basisschool in het Nieuw-Zeelandse Swanson koos ervoor om als experiment alle pleinregels te schrappen. De verwachting onder de leerkrachten was dat chaos zou uitbreken. Dat gebeurde ook, maar het bleek een georganiseerde chaos te zijn. Verwondingen, pestgedrag, vandalisme: allemaal namen ze af. De reden? Juist omdat kinderen meer op elkaar moesten letten deden ze dat ook. Het resultaat was een veiliger schoolplein. En de kinderen? Die genieten volop van de vrijheid die zij op het schoolplein krijgen. Laten we proberen kinderen op Nederlandse schoolpleinen zo veel mogelijk vrijheid te geven en te blijven geven. Er is geen goed argument te geven voor het straffen van kinderen die slechts doen waar ze goed in zijn: kind zijn.

Bronnen
"School ditches rules and loses bullies".  http://tvnz.co.nz/national-news/school-ditches-rules-and-loses-bullies-5807957
"School verbiedt 'te ruw' pakkertje-spel". http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Nederland/article/detail/3595354/2014/02/12/School-verbiedt-te-ruw-pakkertje-spel.dhtml
"Now school bans RUNNING in the playground in case children fall over" http://www.dailymail.co.uk/news/article-2541423/Elf-safety-gone-mad-Now-school-bans-RUNNING-playground-case-children-fall-over.html

maandag 20 januari 2014

Teaching others: Toch een kern van waarheid in de leerpiramide?

Op deze blog kwam de leerpiramide al eens voorbij. Bij deze piramide kun je vraagtekens zetten. Dat deden wij niet alleen, maar ook bijvoorbeeld @thebandb op zijn blog. Vooral de percentages die genoemd worden in deze piramide worden dan bekritiseerd.
De leerpiramide: Edukul of kern van waarheid?
Toch zit er misschien een kern van waarheid in deze piramide. Je hoort bijvoorbeeld wel eens mensen opmerken dat de beste manier om iets te leren is, is om het te onderwijzen aan een ander. Dit verwijst naar de ‘basis’ van de piramide.

Een recent onderzoek van Fiorella en Mayer (2014) suggereert dat er inderdaad misschien een kern van waarheid in de leerpiramide schuilt. Fiorella en Mayer deden twee experimenten waarbij studenten een korte les over het Doppler Effect moesten bestuderen. In het eerste onderzoek stond het teaching expectancy effect centraal. Kan de verwachting dat je iets aan een ander moet onderwijzen ertoe leiden dat je meer leert? In het eerste experiment kreeg de ene groep studenten, de controlegroep, dus de opdracht om de les over het Doppler Effect te bestuderen en werd hen daarbij verteld dat ze vervolgens een toets over de inhoud moesten maken. De andere groep, de teaching expectancy groep, bestudeerde dezelfde les, maar nu met de verwachting dat daarna zelf een korte les over het onderwerp moesten gaan geven. De resultaten van het eerste onderzoek lieten zien dat studenten in de teaching expectancy groep, significant beter presteerden op een toets met begripsvragen dan de controle groep (d = +0.55). Uit aanvullende analyses bleek verder dat deze groep bijvoorbeeld aangaf meer moeite gestoken (mental effort) te hebben in bestuderen van de les over het Doppler Effect en het bestuderen van deze les ook leuker vonden.
De resultaten van dit eerste experiment laten zien dat de verwachting om iets te moeten onderwijzen al kan leiden tot betere prestaties op een begripstoets. In het tweede experiment onderzochten de auteurs of het daadwerkelijk onderwijzen daarbij nog een meerwaarde had. Bovendien onderzochten ze in het tweede experiment niet de korte termijneffecten maar de effecten op wat langere termijn (één week).

Er werden nu twee variabelen gemanipuleerd. Ten eerste werd bij studenten de verwachting gewekt dat ze ofwel een toets zouden gaan maken over dezelfde les over het Doppler Effect, ofwel een korte les moesten geven over dit onderwerp. Ten tweede moest de ene helft van de studenten daadwerkelijk een les geven over het onderwerp en de andere helft niet. Zo ontstonden er dus vier groepen: (1) toets verwachting – niet onderwijzen, (2) toets verwachting – wel onderwijzen, (3) onderwijs verwachting – niet onderwijzen, en (4) onderwijs verwachting – wel onderwijzen.
De resultaten van dit tweede experiment laten zien dat op de langere termijn de laatste groep, de groep die dus verwachtte les te moeten gaan geven en dat ook daadwerkelijk ging doen, het beste presteert op een begripstoets (d = +0.56). Enigszins verrassend presteerde groep 3, de groep die verwachtte les te gaan geven, maar dat niet hoefde te doen, het slechtst (d = -0.27). De auteurs concluderen dan ook dat voor de korte termijn de verwachting les te moeten gaan geven (teaching expectancy) al effectief kan zijn. Voor de langere termijn is het echter wel nodig dat studenten ook daadwerkelijk onderwijzen.

Je kunt je dus afvragen of het percentage dat onderaan bij de leerpiramide genoemd wordt wel klopt (90%). In het onderzoek van Fiorella en Mayer lag dit percentage in ieder geval een stuk lager: uit een maximumscore van 28 scoorde de groep die moest onderwijzen en dat ook verwachtte te doen gemiddeld 7 punten. Dit percentage (25%) ligt een stuk lager dan de voorspelde 90%. Toch zou het wel eens kunnen kloppen dat het onderwijzen aan anderen effectiever is dan bijvoorbeeld alleen erover lezen.

Fiorella, L., & Mayer, R. E. (in press). Role of expectations and explanations in learning by teaching. Contemporary Educational Psychology. doi: 10.1016/j.cedpsych.2014.01.001

donderdag 14 november 2013

Onderwijskunde in Utrecht is wederom een topopleiding

De jaarlijkse Keuzegids van Nederlandse Universiteiten is weer verschenen. De beste Bacheloropleidingen kregen op basis van het totaal aantal behaalde punten in de keuzegids het predikaat 'topopleiding'. Dertien opleidingen aan de Universiteit Utrecht haalden een eerste plek in vergelijking met andere studies, en elf daarvan verdienen het predikaat 'topopleiding'. Tot ons genoegen is onze opleiding Onderwijskunde net als vorig jaar een van die opleidingen. Daarom mogen wij onszelf als een van de beste bacheloropleidingen van Nederland beschouwen en het kwaliteitszegel overal laten zien. Uiteraard streven we ernaar de kwalificatie topopleiding ook in volgende jaren te prolongeren!

vrijdag 11 oktober 2013

Reünie Onderwijskunde Utrecht voor oud-medewerkers en afgestudeerden op 12 november 2013

Op dinsdag 12 november organiseren wij de Utrechtse Onderwijskunde dag. Onderdeel van deze bijzondere dag is een reünie in Utrecht van alumni van de opleiding Onderwijskunde (voor de ouderen: Schoolpedagogiek). De organisatiecommissie bestaat uit Frans Teunissen, Pieter Appelhof, Pieter Span, en Gellof Kanselaar.
Het ochtendprogramma (en aansluitend het middagprogramma) is voor de alumni die voor 1985 zijn begonnen als medewerker of afgestudeerd zijn voor 1985. In de ochtend wordt gereflecteerd op de eigen idealen met betrekking tot onderwijskunde en wat daarvan terecht is gekomen.
Het middagprogramma is voor degenen die na ongeveer 1985 als medewerker bij onderwijskunde zijn gaan werken en/of na die datum zijn afgestudeerd. De blik is dan vooral op het recente verleden en de toekomst van Onderwijskunde Utrecht gericht.
Op de Website http://edu.fss.uu.nl/reunie kun je het programma van de dag vinden en daar vind je ook de link naar de Aanmeldingsprocedure.
Wij stellen het op prijs als je collega-alumni die je kent op de hoogte stelt van deze reünie!

vrijdag 4 oktober 2013

Het lef om te falen

Achterop het nieuwste nummer van Surf Magazine (nummer 3 van 2013, verschenen eind september) staat een 'Trendwatching'-column van mijn hand. Hieronder heb ik de tekst van deze column nogmaals geplaatst.
Kent u de opening van de met Oscars overladen film Amadeus? De prachtige openingsmuziek is de vijfentwintigste symfonie van Mozart. Frappant is dat sommige musicologen vinden dat de achttienjarige Mozart wel lef toont, maar dat de symfonie een mislukt voorproefje is van de veel beroemdere veertigste. Mislukken met een meesterwerk! Daar komt een prachtige levenswijsheid uit voort: “Heb het lef om te falen.” Dat is waar het lopende debat over de start van de eerste 'Steve Jobsscholen' me aan doet denken. Initatiefnemer Maurice de Hond zal het zeker niet vervelend vinden om met Mozart te worden vergeleken, maar de grote vraag is of de scholen, waarop een mengelmoes van onderwijsvernieuwingen wordt losgelaten – met als centraal element tablets (geheel toevallig iPads) – een succes zullen worden. Mag je wel zo experimenteren met onderwijs? Misschien wel. Sterker: misschien kan onderwijs alleen werkelijk vernieuwen als iemand lef toont: het lef om te falen. Dat is wellicht wat critici van de aanpak van de Hond (en zijn paladijnen bij O4NT) soms niet willen zien: dat onderwijsvernieuwing een bepaalde koppigheid (vaak verward met 'visie') vereist. Een ongemakkelijke, misschien wel gevaarlijke koppigheid, maar wel een die past bij de ongemakkelijke, misschien wel gevaarlijke tijd waarin we leven.

Intussen gaat de discussie voornamelijk over het exclusieve gebruik van iPads en over de keuze om de onderwijsfilosofie te verbinden met de naam en dus de persoon Steve Jobs en zijn bedrijf Apple. Wie wil het lot van zijn kinderen in de handen van een groot Amerikaans bedrijf leggen? Sinds de ophef over PRISM zijn we er wellicht gevoeliger voor dan daarvoor, ondanks dat met name het hoger onderwijs er nooit moeite mee gehad heeft haar ziel aan de vroegere duivel Bill Gates te verkopen. De eerste Steve Jobsscholen zijn inmiddels van start gegaan. Wie de school in Breda binnenstapt wordt begroet door een grijnzende Steve Jobs aan de muur. “Big Brother is watching you” lijkt de ironische boodschap.
En toch: als onderwijskundige ben ik nieuwsgierig. Naar mijn idee zou het motto moeten zijn: vergeet de naam, focus op het werk op de scholen, doe onderzoek, en help de school waar nodig. Maurice de Hond is Mozart niet, maar we zijn het aan onze stand verplicht om het hem te gunnen om eventueel te falen, en dan wel op dezelfde magnifieke manier als Mozart dat deed.