maandag 10 januari 2022

Een kijkje in het leven van Gerrit

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat docent Gerrit Verweij. Dit is de zestiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie.

Gerrit

Mijn week

Maandag 8.00u gaat mijn wekker. Ik ontbijt met cereals en stap om 8.30u op de scooter (ik heb een hekel aan fietsen). De 7 km van Bilthoven naar Utrecht leg ik in 12 minuten af. Maandag is een drukke dag, waarbij mijn 2 cursussen, Orthopedagogiek en Ontwerpen van Leersituaties, allebei aandacht vragen. Ik geniet van de afwisseling en de gesprekken met de studenten, de dag vliegt voorbij. In de avond voetbal ik lekker 1,5 uur in de zaal.

Dinsdag werk ik thuis, dan gaat de wekker meestal om 8.30u. Deze dag vult zich meestal met de acties vanuit de maandag, mijn mail, het nakijken van het één en ander en het lezen van literatuur voor het werkcollege van donderdag. Ik lunch samen met mijn vrouw Matthea, vaak maken we samen een wandeling (het bos is onze achtertuin). In de avond speel ik vaak bordspellen met vrienden, vanavond is War of the Ring aan de beurt (groot fan van Lord of the Rings).

Woensdag wederom thuis. Ik bereid de werkcolleges verder voor en stop meestal iets eerder op woensdag om naar de plaatselijke kringloop te gaan. Heerlijk op zoek naar schatten, love it. In de avond kijken we meestal wat TV of een serie, op dit moment volgen we het Perfecte Plaatje. Lekker bankhangen.

Donderdag weer naar de Uni. Het is uiteraard wat rustiger de laatste tijd, maar ik spreek toch wat collega’s, altijd gezellig. In de middag geef ik werkcollege van 13.15u-17.00u. Een flinke zit, maar we gebruiken de tijd nuttig. De studenten zijn bezig met het ontwikkelen van een lessenserie, die ze ook vanuit de literatuur onderbouwen. Er wordt hard gewerkt, gelachen en samen brengen we de producten weer een stuk verder. Donderdagavond is meestal de voetjes omhoog bij een goed boek of een leuke (kerst)film.

Vrijdag tm zondag is mijn weekend, heerlijk. Ik bezoek familie of vrienden, speel een spel, kijk een film, stofzuig het hele huis, altijd wat te doen! Zondagavond niet al te laat mn nest weer in, om de maandag weer fris en fruitig aan de slag te gaan. Love my job😊


Mijn visie op en droom voor het Onderwijs

Ik merk in deze tijd van meer online onderwijs weer extra hoe belangrijk echt contact is. Ik geloof sterk in de 3 basisbehoeften: autonomie, competentie en relatie. Waarbij ik zelf relatie de aller belangrijkste vind. Vind ik dat de 3 basisbehoeften op dit moment voor alle kinderen, tieners en volwassenen in het onderwijs uit de verf komen? Nee, lang niet altijd. Maar ik ken uit eigen ervaring wel de enorme gedrevenheid van de betrokkenen bij het onderwijs, de passie en de wil om het goed te doen. 

Mijn droom voor het onderwijs (ook de vraag van mijn voorgangster, leuke blog btw Lotte😊) is dat we meer uitgaan van wat een leerling wel kan, i.p.v. wat een leerling niet kan. Soms denk ik dat wij een iets te algemene en brede basis van iedereen vragen. Wat heeft een lerende anno 2021 nodig om zich autonoom, competent en geliefd te voelen? Bereiden we hen echt voor op een rol in de maatschappij later? Ik denk eerlijk gezegd dat ze dan meer baat hebben bij de zogenaamde 21st century skills dan het oplossen van verhaaltjes sommen en het ontleden van een zin. Er is een nieuwe manier van denken nodig voor de generatie die nu leert. Interessant om over na te denken en met de studenten onderwijswetenschappen en ALPO te bespreken.


Mijn vraag aan de volgende blogger

Op welke momenten voel(de) je je autonoom, competent en geliefd en wat waren de sleutels voor deze momenten?

Bonusvraag: hoe vaak komen de woorden autonoom, competent en geliefd voor in mijn blog? 😉


Mijn ‘wijze’ woorden

Wees deze tijd extra lief voor elkaar. Bedenk steeds voor jezelf of je je autonoom, competent en geliefd voelt en doe je stinkende best om dit bij de mensen (jong en oud) om je heen te realiseren. Een super 2022 voor jullie allemaal!


maandag 13 december 2021

De impact van de eerste schoolsluiting op taal- en rekenprestaties

Wat was de impact van de eerste schoolsluiting op de taal- en rekenprestaties van leerlingen in groep 5-7? Deze vraag stond centraal in het onderzoek van de Werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht. Het onderzoek laat zien dat de leerachterstanden die leerlingen tijdens de eerste lockdown opliepen fors zijn: gemiddeld meer dan twee maanden voor zowel rekenen als begrijpend lezen. Het onderzoek richtte zich op scholen met een zeer diverse leerlingpopulatie. Het onderzoek vond ook grote verschillen tussen scholen: op scholen waar de populatie voor een groter deel bestond uit leerlingen die een risico lopen op leerachterstanden was de impact van de schoolsluitingen groter.

Het abstract:

School closures due to the COVID-19 pandemic raised concerns about increases in educational inequality. We examined the magnitude of the impact of the first school closure for vulnerable student groups in particular. This study was conducted among 886 Grade 3 - 5 students in the Netherlands in schools serving a high percentage of students from disadvantaged backgrounds. Piecewise growth analyses indicated that the school closures caused discontinuity in students’ achievement growth on national standardized tests and led to an average learning loss of 2.47 months in mathematics and 2.35 in reading comprehension, exceeding the duration of the school closure. Findings suggest that school closures contribute to educational inequality and indicate which students may particularly need additional support to overcome the adverse consequences of the lockdowns.


Schuurman, T. S., Henrichs, L. F., Schuurman, N. F., Polderdijk, S., & Hornstra, L. (2021). Learning Loss in Vulnerable Student Populations After the First Covid-19 School Closure in the Netherlands. Scandinavian Journal of Educational Researchhttps://doi.org/10.1080/00313831.2021.2006307 

woensdag 8 december 2021

Een afbeelding zegt meer dan 1000 woorden? Niet tijdens retrieval practice

Retrieval practice, met behulp van flashcards of oefensoftware is, is een effectieve manier van studeren. Zo is het bijvoorbeeld effectiever om vocabulaire te oefenen door te leren woorden herhaaldelijk te vertalen uit het geheugen dan door herhaaldelijk woordenlijsten te lezen. In een recent onderzoek onderzochten Utrechtse collega's Gesa van den Broek, Tamara van Gog, Liesbeth Kester en studenten Evelien Jansen en Mirja Pleijsant of het toevoegen afbeeldingen of plaatjes tijdens retrvieval practice het studeren effectiever maakt. De resultaten van hun onderzoek zijn onlangs verschenen in Journal of Educational Psychology en laten zien dat het toevoegen van afbeeldingen of plaatjes in veel gevallen de effectiviteit van retrieval practice verlaagt. In drie experimenten onderzochten ze de effectiviteit van drie condities: (1) een conditie waarbij zowel tijdens de response phase (leerling probeert de vertaling van een woord te geven) als de feedback phase (leerling krijgt het correct antwoord te zien) het plaatje te zien was, (2) een conditie waarbij geen plaatjes in beide fases te zien was en (3) een conditie waarbij alleen in de feedback phase een plaatje te zien was.


De auteurs vatten de uitkomsten van hun onderzoek als volgt samen:

Practicing retrieval of vocabulary items from memory (e.g., with flashcard software or practice tests) is an effective study strategy to remember vocabulary over time. Retrieval practice is often implemented in digital learning environments that increasingly include multimedia (i.e., combining textual and pictorial information). However, it is unknown how multimedia design affects the benefits of retrieval. Therefore, the present study tested the effect of adding images during retrieval practice on students' learning, affective-motivational outcomes, and judgments of learning. We experimentally manipulated the presence and timing of images during retrieval practice of foreign vocabulary in three classroom experiments with students in secondary education. Across experiments, students' vocabulary recall on a posttest (1 to 4 days after practice) was weaker after practice with images that helped them retrieve the answer, compared with practice without images (Experiments 2 and 3) and compared with practice with images that appeared after the retrieval attempt (Experiments 1 and 3). Images enhanced feelings of competence but not enjoyment of practice. The majority of students recognized the negative effects of images on their learning only when the images clearly revealed the answer (Experiment 1) but-incorrectly-considered images that provided partial hints about the answer to be helpful (Experiments 2 and 3). Moreover, students consistently overestimated how much they learned with images that helped them retrieve the answer. During retrieval practice of vocabulary words, informative images are thus potentially harmful and students have limited insight into these effects.

En de Impact Statement: 

Practicing retrieval of vocabulary words from memory (e.g., with flashcard software or practice tests) is an effective strategy to remember the words over time. This study tested how adding images during such retrieval practice influences students’ learning and motivation. In three classroom experiments, we found that retrieval practice is less effective when it includes images that provide hints about the answer, compared to no images. Students were unaware of this effect and overestimated how much they learned with images. Multimedia should thus be used cautiously in vocabulary learning software. To ensure that students can later recall vocabulary not only with the help of the images from practice but also without images, practice should not include images that provide hints about the to-be-retrieved answer. Images can, however, be presented as feedback that is shown after the learner has given a response. 

Van den Broek, G. S. E., van Gog, T., Jansen, E., Pleijsant, M., & Kester, L. (2021). Multimedia effects during retrieval practice: Images that reveal the answer reduce vocabulary learning. Journal of Educational Psychology, 113(8), 1587–1608. https://doi.org/10.1037/edu0000499

dinsdag 7 december 2021

Een kijkje in het leven van Lotte

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat student Lotte Flikkema. Dit is de vijftiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie.  


Meekijken met Lotte

Hallo daar, leuk dat je mijn blog over de ALPO leest. In deze blog wil ik je graag wat meer over mijn leven als derdejaars ALPO-student vertellen, en over de weg daar naartoe. Ik heb voor de ALPO gekozen omdat ik theorie pas iets waard vind als je er echt iets mee kan. Waarom alleen leren over kinderen wanneer je dat ook meteen kan toepassen in de klas? Deze opleiding maakt me (nog steeds) ambitieus, nieuwsgierig en gemotiveerd. Ik ben blij dat ik voor de ALPO heb gekozen.

Hoe ziet jouw week eruit?

In het derde jaar van de ALPO zit de week aardig volgepropt. De Hogeschool en Universiteit moeten samen 3 dagen delen, de overige twee dagen zijn stagedagen. De week van schrijven is in de tweede week van het tweede blok van jaar 3. Tentamens van blok 1 zijn net (succesvol!) afgerond en het is tijd voor de nieuwe vakken. Ik neem jullie graag van dag tot dag mee in mijn lessen.

Op maandag volg ik orthopedagogiek 2. Dit is een vervolg op orthopedagogiek 1 (goh) en een gemixte cursus van Universiteit en Hogeschool. Ortho1 had de nadruk op leerstoornissen zoals dyslexie of dyscalculie, en hoe de leerkracht daar praktisch mee om kan gaan. Ortho2 zoomt nu in op verschillende gedragsstoornissen. Denk hierbij aan ADHD, ASS, hoogbegaafdheid. Elke week staat een andere gedragsstoornis in de schijnwerpers met een hoorcollege en werkgroep. De hoorcolleges worden gegeven door experts in het gebied, die vooraf vragen ontvangen van de studenten en deze verwerken in het college. Na het hoorcollege is er een pauze van ongeveer 2 uur tot de bijbehorende werkgroep. Het is een onderdeel van de cursus dat elke week een groepje leerlingen een deel van de werkgroep verzorgt. Deze week zat ik dus samen met medestudenten gezellig te werken aan onze les. Tijdens de werkgroep leggen we de link tussen de theorie en de praktijk.

Dinsdag begon met een SLB-les waarbij we onderling problemen op stage met elkaar deelden. Dit gaf me wel wat nieuwe inzichten. Vervolgens was er een les van mijn keuzevak. In het derde jaar is er de keus tussen Wereldoriëntatie en muziek. Dit gaat dan om verdiepende vakken. Ik heb voor wereldoriëntatie gekozen, waarmee we dit blok twee lessenseries gaan ontwerpen rond een educatie (denk aan gezonde voeding, waterverspilling, erfgoededucatie). Om de week volg ik op dinsdag ook een vak Inleiding Vernieuwingsonderwijs. Dit vak zoomt in op verschillende vormen onderwijs (bijv. montessori, dalton of vrije school) en is een opstapje naar het keuzevak vernieuwingsonderwijs in blok 3 en 4.

Woensdag en donderdag zijn mijn favoriete dagen van de week. Dan loop ik stage in groep 7/8 van een SBO-school. Ik heb zelf voor het SBO gekozen, omdat ik nieuwsgierig was naar de uitdaging. Deze twee dagen zijn zwaar; mentaal én fysiek. Maar ze zijn het zeker waard. In het SBO heb ik veel geleerd over hoe je met verschillende leerlingen om moet gaan. En hoe ontzettend verschillend ze zijn! Dit zijn allemaal dingen die ik meeneem naar mijn eigen klaslokaal in de toekomst. Zowel tijdens als na schooltijd voer ik veel taken uit voor de klas en school. Als derdejaars student wordt er redelijk veel van je verwacht.

Op vrijdag was het tijd voor het hogeschool onderdeel van ortho2. Hiermee focussen we op het maken van een groepsplan. In ortho1 hebben we een groepsoverzicht gemaakt, nu is het tijd voor de volgende stap. Dit is een hele praktische opdracht die me veel inzicht geeft in de leerlingen van mijn stageschool, en in het werk van een leerkracht. Aan het einde van de week gebruik ik de treinreis om me voor te bereiden voor de volgende week.

In totaal reis ik dus 3 dagen in de week (2 uur enkele reis…) op en neer naar Utrecht, en 2 dagen naar mijn stageschool. Dit kost me onwijs veel tijd. Gelukkig vind ik nog genoeg tijd om regelmatig te sporten, 3 dagen per week te werken en mijn vrienden te zien. In de trein lees en luister ik van alles. Over het onderwijs heb ik nog wel wat tips! Zie het laatste kopje.

Waar haal  het meeste plezier uit bij je studie?

Het meeste plezier haal ik denk ik uit de interessante discussies die je kan hebben over alles in onderwijsland. We hebben les van experts en zitten in een klaslokaal met allemaal toekomstige juffen en meesters met stuk voor stuk hun eigen mening. Dit levert interessante discussies op over de huidige stand van zaken. Moeten er dingen anders? En hoe kunnen we dat voor elkaar krijgen?

Daarnaast zijn woensdag en donderdag natuurlijk de momenten dat je met je neus op de feiten wordt gedrukt. Die 25 wiebelende kinderen zijn waar je het allemaal voor doet!

Wat is jouw visie op het huidige onderwijs in Nederland?

Om te beginnen beantwoord ik graag de vraag van mijn voorganger Merel: Als je een nieuwe stroming van onderwijs zou kunnen ontwerpen, hoe zou deze er dan uitzien en waarom? En in hoeverre wijkt deze af van de reeds bestaande onderwijsstromingen in Nederland? Een redelijk complexe vraag, maar er komt bij mij een heel simpel antwoord naar boven: geen. Ik zou geen nieuwe stroming willen ontwerpen binnen onderwijsland. Klinkt misschien saai, maar het is nu voor de leek (en de schoolzoekende ouder) al een aardig oerwoud wat voor stromingen er allemaal bestaan, en wat ze inhouden. Wat is het beste voor je kind? Ik ben van mening dat alle stromingen hun voordelen en nadelen hebben, en dat die ook nog eens verschillen per kind. Het toevoegen van een extra stroming zal hier niets aan verbeteren.

Dit brengt mij op het volgende punt. Was het niet de bedoeling dat het basisonderwijs voor iedereen hetzelfde is? In mijn verschillende stages, maar ook uit verhalen van andere studenten, hoor ik zo veel verschillende scholen. Blijkbaar maakt het uit of jouw school in Wassenaar of Rotterdam Zuid staat. Kansenongelijkheid is een term die steeds meer in de schijnwerpers komt te staan bij onderwijskundigen maar ook het grote publiek. In mijn mening wordt het onderwijs alleen maar beter als we wat meer gaan omkijken naar die leerlingen die net niet in de goede wijk zijn geboren. Dit is een zaak die op macro-niveau aandacht vraagt. Voor de klas vind je enkel leerkrachten die het beste willen voor elke leerling. Maar hoe wordt het geld verdeeld? En dus ook die fantastische leerkrachten? Dat is een zaak voor Den Haag.

Als ik denk aan het huidige onderwijs in Nederland dan denk ik ook aan de digitalisering van de afgelopen tijd. Leerlingen werken steeds vaker op devices en minder vaak in een schrift. Op de opleiding is hier vaak een discussie over, wat is nu beter? Zowel online als offline onderwijs heeft voordelen en nadelen. Hierbij denk ik dat het voor elk kind zal verschillen wat fijner werkt. We kunnen er in ieder geval niet om heen dat het volgen van de leerlingen in een digitaal leerlingvolgsysteem wel ontzettend handig is!

Wat is je droom voor het onderwijs?

Mijn droom voor het onderwijs hangt sterk samen met het probleem van kansenongelijkheid. Hoe mooi zou het zijn als alle leerlingen gelijke kansen zouden hebben? Het voelt als een onredelijke droom, maar er zijn al veel organisaties die zich inzetten voor kinderen in kansarme situaties. Hier word ik alleen maar blij van.

Heb je nog een vraag voor de volgende blogger?

Voor de volgende blogger wil ik eigenlijk mijn droom meegeven. Wat zou jij als een verandering voorstellen aan het huidige onderwijs in Nederland om kansenongelijkheid te verminderen? Het is een kwestie die niet in één keer op te lossen is, maar een beetje dromen kan nooit kwaad.

Heb je nog leuke luister of leestips?

In de trein verslind ik graag boeken. En wat is nou leuker dan over de grappige, schokkende en interessante ervaringen van leerkrachten lezen? Er zijn talloze boeken te vinden waarin leerkrachten bijzondere verhalen beschrijven. Over kansenongelijkheid in het onderwijs is ook veel materiaal te vinden. Het kan nooit kwaad om je er over in te lezen voor je zelf voor de klas staat.

Mijn favorieten over de onderwijspraktijk:

·        Jongens ik wil nu toch echt beginnen – Johan Goossens

·        De gelukkige leraar – Maike Douglas-Westland

·        Juf er is een kind kwijt – Dorine Hermans


maandag 15 november 2021

Een kijkje in het leven van Corine

 In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat docent Corine Gielen. Dit is de veertiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie. 

Hoi allemaal! Deze keer ben ik gevraagd om de blog te schrijven, maar laat ik mijzelf eerst even voorstellen. Ik ben Corine Gielen, docent aan de afdeling Educatie (OWW en ALPO) en praat met een zachte G. Van origine kom ik uit Leuth, een minidorpje onder de rook van Nijmegen. Tegenwoordig woon ik samen met mijn Duitse vriend en goudvissen in Bennekom (bij Ede en Wageningen). Dus ja, ik spreek ook een aardig woordje Deutsch. In mijn vrije tijd vind ik het heerlijk om Formule 1 te kijken, ben groot fan, van vrije training tot en met de wedstrijd, alles probeer ik te kijken. Echter draait mijn leven niet alleen maar om racen, ik houd ook van korfballen, een flink stuk wandelen en bordspelletjes.

Toen ik hier kwam werken was de afdeling voor mij niet nieuw, ik heb namelijk van 2015 tot en met 2019 de ALPO gestudeerd. Aansluitend heb ik de Master Educational Sciences gedaan aan de UU. Dit heb ik gecombineerd met een dag werken als basisschooldocent op OBS Vleuterweide. Toen ik klaar was met mijn Master waren ze bij OWW en ALPO ze op zoek naar een nieuwe docent en de rest is geschiedenis. Dat betekent dat mijn docenten van toen tegenwoordig mijn collega’s zijn. 

Op de UU werk ik vier dagen per week als docent en ik geef zowel in de Bachelors (ALPO en OWW) als in de Master Educational Sciences les. De afgelopen periode heb ik Inleiding Onderwijswetenschappen gegeven en Learning in Organizations in de Master. Dat betekende dat ik ongeveer acht uur per week aan het lesgeven was. In de overige tijd bereid ik mijn werkgroepen voor en heb ik vergaderingen, bijvoorbeeld over diploma-uitreikingen of open dagen. Het meeste plezier in mijn baan haal ik uit het lesgeven zelf. Daadwerkelijk voor de groep staan en studenten begeleiden bij hun opdrachten en het eigen maken van de literatuur. Ik geniet er van als studenten zichzelf ontwikkelen en groeien tijdens een cursus. Maar net zoveel plezier haal ik uit de informele gesprekjes met studenten. Dan gaat het bijvoorbeeld over werkdruk, weekendplannen van zowel mij als studenten of andere zaken die studenten bezig houden. Ik ben er namelijk van overtuigd dat je mede door dit soort informele gesprekken werkt aan de relatie met studenten, wat vervolgens bijdraagt aan een positief werkgroepklimaat. 

Over die strakke tijdsplanning gesproken, Nadie (de vorige blogschrijfster), vroeg mij hoe ik aan kijk tegen de strakke tijdsplanning van studenten. Is er daadwerkelijk een tekort of is dat iets wat studenten zichzelf opleggen. Ik denk dat de werkdruk hoog is, maar te doen met een goede planning en door jezelf daar vervolgens ook aan te houden. Zelf heb ik tijdens de ALPO ook hoge werkdruk ervaren, maar dat komt mede door het feit dat de ALPO een dubbele opleiding is en je van tevoren weet dat het zwaarder is dan een reguliere bacheloropleiding. Bovendien vond ik het ook erg leuk om ernaast te werken, lid te zijn van de studentenkorfbalvereniging en van VOCUS. Wanneer je naast je opleiding meerdere ballen hoog moet houden, dan wordt de werkdruk automatisch hoger. Je hebt tenslotte maar 24 uur per dag, waarin je ook je slaap niet moet vergeten 😉. Al met al denk ik dat de werkdruk hoog is, je doet ook niet voor niets een wetenschappelijke opleiding, maar dat dit vergroot of verkleind kan worden door de persoonlijke situatie. Weeg goed af waar jij prioriteit aan geeft en haal er dan ook alles uit, maar vergeet ook niet om te ontspannen. Persoonlijk vind ik het niet wenselijk als je alleen maar in de boeken zit en geen ontspanning naast je studie hebt.

Ik tijdens een consultatie met
een groepje van mijn LIO Master studenten.
Deze blog wil ik afsluiten met mijn droom voor het onderwijs en de maatschappij. Op dit moment wordt er veel druk gelegd op leerlingen door de omgeving (ouders, medeleerlingen) om zo goed mogelijk te presteren op school. Er wordt massaal geïnvesteerd in bijles, zelfs al bij de kleuters, om je kind op de havo of het VWO te krijgen. Termen als hoogopgeleid en laagopgeleid zijn nog steeds aan de orde van de dag. Een kwalijke zaak vind ik dat, omdat iemand die heel handig is met zijn handen en mijn auto kan repareren als die stuk is, als laag wordt bestempeld door de maatschappij. Terwijl deze automonteur ervoor zorgt dat ik met mijn universitaire titel toch naar mijn werk kan rijden. En deze persoon zou je dan bestempelen als laag? Waarom is hij of zij minder dan ik? Praktisch en theoretisch opgeleid vind ik al een stuk wenselijker, omdat deze termen ook daadwerkelijk het verschil verduidelijken. Mijn wens is dat er in het onderwijs meer gekeken wordt naar de leerling als geheel en niet alleen naar de cognitieve capaciteiten van een leerling, de kansen(ongelijk)heid afneemt en leerlingen/ouders trots kunnen zijn op bijvoorbeeld een vmbo-advies als dat beter bij het kind past.

Mijn vraag aan de volgende blogger is: Welke docent was/is jouw favoriet en waarom? Wat voor gedrag liet/laat hij/zij zien waardoor jij je fijn voelt/voelde in de les? Dit kan een basisschooldocent, maar ook een hoger onderwijsdocent zijn.

maandag 18 oktober 2021

Een kijkje in het leven van Nadie

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat student Nadie Grotentraast. Dit is de dertiende bijdrage in een regelmatig terugkerende serie. 

Hi allemaal! Deze keer heb ik (Nadie) de eer om een blog te schrijven. Ik zal me eerst voorstellen. Ik ben Nadie, 19 jaar (misschien 20 wanneer jij deze blog leest 😉) en ik woon in het dorpje Laren in de Achterhoek (dus nee, niet die uit het Gooi!). Het meest relevante voor deze blog is dat ik in het 2e jaar van onderwijswetenschappen zit aan de Universiteit van Utrecht. Vorig jaar zei ik nog vaak “aan de keukentafel” (zie foto), dit jaar steeds vaker daadwerkelijk op de Uni. 

Mede dankzij de reistijd die ik op dit moment nog heb, draait mijn week voornamelijk om het studeren. Maar ik vind het ook belangrijk om op andere gebieden te leren en mezelf te ontwikkelen (en eigenlijk vooral ook plezier te hebben). Daarom ben ik naast mijn studie iedere week aanwezig bij de plaatselijke fanfare (ik speel saxofoon) en ben ik gastvrouw en schoonmaakster bij een B&B. Daarnaast ben ik dit jaar ook penningmeester van de ExcurCie van VOCUS. Als er dan nog tijd over is ga ik graag naar buiten om te bewegen, dit is vaak een mix van hardlopen, racefietsen en skeeleren. 

Wat mij in de studie onderwijswetenschappen aanspreekt, is dat het zo veelzijdig is. Iedereen leert, overal en altijd. Ook ik, want in (bijna) al die dingen die ik hierboven genoemd heb, zitten leermogelijkheden. Dat was dan ook een van de redenen dat ik voor OWW gekozen heb. Ik vind namelijk zoveel dingen leuk. Op open dagen was ik altijd degene die uit ieder werkveld wel een studie had die mij interesseerde. De dingen die ik leer bij OWW hoop ik dan ook zo breed mogelijk toe te kunnen passen. En dat toepassen, dat is ook iets wat ik erg graag doe. Nog steeds kan ik met een voldaan gevoel terugkijken naar de dingen die ik afgelopen jaar gedaan heb, het lespakket dat ik heb gemaakt, de interviews die zijn afgenomen bij scholen en ga zo maar door. 

Wat me bij die interviews opviel, en wat ik ook zelf regelmatig herken, is de druk die soms op iedereens leven lijkt te staan. Waarbij je vaak hoort: “ik zou graag meer van dit willen doen, maar …” er is geen tijd. Dit is zeker in het onderwijs iets dat vaak wordt aangegeven, maar ook bij mensen buiten het onderwijs hoor ik dit voorbijkomen, zelfs in tijden van lockdown, waar aan sociale evenementen toch echt wel geminderd werd. Ik vraag me af, is “tijd” iets waarvan altijd een tekort zal blijven? Of zouden er, wanneer er meer tijd of mankracht komt, stappen gezet kunnen worden in het onderwijs? 

Helaas is tijd niet onbeperkt beschikbaar en soms moet je keuzes maken. Het één of het ander. In de vorige blog vroeg Lukas hoe ik belangrijke keuzes maak. Mijn belangrijkste keuzes gaan vooral over tijd en het indelen van mijn week. Zoals ik al schreef vind ik heel veel leuk, maar ik heb geleerd dat tijd hebben en iets kunnen doen niet altijd betekent dat je iets ook aankan, en dus keuzes moet maken. Waar ik vroeger eindeloos na kon denken over de voor- en de nadelen van bepaalde keuzes (en die ook regelmatig uitschreef, best een goede tip soms!) probeer ik nu te oefenen om meer naar mijn gevoel te luisteren. Vind ik dit leuk? En heb ik tijd? Zo ja, dan gaan we ervoor! Toch de verkeerde keuze gemaakt? Jammer dan, maar wel weer iets geleerd! Zo nee, dan past het helaas niet, of ik moet andere dingen opgeven.

LouKA is een project waar ik veel tijd voor vrijgemaakt heb; inmiddels alweer 3 jaar geleden begon ik met 11 andere meiden uit de omgeving een project voor een jongerenreis. Dat we vrijwilligerswerk gingen doen in het buitenland stond vast, maar het was aan onszelf om de reis inclusief activiteiten te organiseren en daar geld voor op te halen. Een jaar lang hebben we activiteiten georganiseerd, op markten gestaan, geklust en op diverse plekken gepresenteerd om in de zomer van 2019 op reis te gaan naar Gambia. Daar hebben we 12 dagen de bevolking van Sifoe geholpen. Van het verven van een schoolgebouw, tot het planten van bomen, het geven van tandenpoetstrainingen en uitdelen van kleding en schoolspullen. De “tijd” van daar staat in een groot contrast met de “tijd” van hier in Nederland. Aan de ene kant bestaat tijd daar niet. Als je dorpshoofden met een aantal van hun kinderen uitnodigt voor een tandenpoetstraining om 9 uur, hoef je pas om 10 uur/half 11 op kinderen te rekenen. En dat terwijl mensen daar veel minder tijd hebben. Zoals we dat in mijn omgeving zo mooi zeggen, mensen zijn daar op hun 40ste al “uit de tijd”.

Mijn vraag aan de volgende blogger is dan ook: hoe kijk aan jij tegen de strakke tijdsplanning van velen van ons? Is er daadwerkelijk een tijd tekort of is dat iets wat we onszelf opleggen? En kunnen we daar nog wat in leren?


dinsdag 22 juni 2021

Wat komt er het beste eerst: Instructie of probleemoplossen?

Er is veel discussie hoe je het beste leert met het onderwijzen van een nieuw begrip of concept: moet je hiermee beginnen door leerlingen instructie te geven of door leerlingen eerst een probleem te geven? In onderwijsonderzoek wordt dit onderzocht door instructie gevolgd door probleemoplossen (I-PS) te vergelijken met probleemoplossen gevolgd door instructie (PS-I). Deze laatste manier van het onderwijzen van een nieuw begrip of concept wordt ook wel productive failure genoemd. De reden waarom dit productive failure wordt genoemd, is dat in PS-I onderwijssituaties het probleemoplossen meestal mislukt (failure), maar dat dit mislukken als een voorbereiding en ankerpunt voor de toekomstige instructie kan dienen. Een zojuist gepubliceerde meta-analyse van Sinha en Kapur (deze laatste kan gezien worden als de grondlegger van het idee van productive failure) in Review of Educational Research zet het gepubliceerde onderzoek waarin I-PS en PS-I worden vergeleken op een rij en vindt in een meta-analyse een redelijk effect (g = +0.36) in het voordeel van PS-I.

Het abstract:

When learning a new concept, should students engage in problem solving followed by instruction (PS-I) or instruction followed by problem solving (I-PS)? Noting that there is a passionate debate about the design of initial learning, we report evidence from a meta-analysis of 53 studies with 166 comparisons that compared PS-I with I-PS design. Our results showed a significant, moderate effect in favor of PS-I (Hedge’s g 0.36 [95% confidence interval 0.20; 0.51]). The effects were even stronger (Hedge’s g ranging between 0.37 and 0.58) when PS-I was implemented with high fidelity to the principles of Productive Failure (PF), a subset variant of PS-I design. Students’ grade level, intervention time span, and its (quasi-)experimental nature contributed to the efficacy of PS-I over I-PS designs. Contrasting trends were, however, observed for younger age learners (second to fifth graders) and for the learning of domain-general skills, for which effect sizes favored I-PS. Overall, an estimation of true effect sizes after accounting for publication bias suggested a strong effect size favoring PS-I (Hedge’s g 0.87).


 

Het artikel is open access te raadplegen op de website van Review of Educational Research.

woensdag 9 juni 2021

Een kijkje in het leven van Lukas

In deze blog leren we een van de medewerkers of studenten bij Onderwijswetenschappen beter kennen. Dit keer is dat student Lukas Gerber. Dit is de twaalfde bijdrage in een regelmatig terugkerende serie. 

Het is gek. Als je mij in de derde klas had gevraagd wat ik vond van leren, had ik je aangekeken alsof je me een kampeervakantie op de Zuidpool aanbood. Dat terwijl ik nu juist plekken om te leren opzoek. Het is net of er verschillende soorten leren zijn. 

Ik ben Lukas. Net 19 jaar oud, al hadden de kleuters toen ik mijn verjaardag bij ze vierde maar zes kaarsjes in de klas, dus veelal voel ik me ook nog een beetje jonger. Afgelopen jaar ben ik gestart met de ALPO en dat bleek een opleiding die precies is gemaakt voor enthousiaste jongens zoals ik. Het is een gekke plek die je inneemt. Vanaf het eerste blok ben je zowel leerling als leerkracht. Tegelijkertijd ben je onervaren stagiair en wetenschapper in de dop. Tegelijkertijd sta je met je ene been in de metershoge literatuur en met je andere been in het werkveld. Dat voelde voor mij, zo aan het einde van de middelbare school, als precies wat ik zocht. Een plek om creativiteit en een ongelooflijke lading energie kwijt te kunnen, maar ook uitgedaagd te worden op academisch gebied.  

Leren over leren

In tegenstelling tot veel studenten, mocht ik als eerstejaars ALPO-student regelmatig naar het Utrecht Science Park voor fysieke praktijklessen. Daarnaast natuurlijk één dag in de week naar stage om kinderen nieuwsgierig te maken naar de wereld én naar henzelf. Ik geniet van de enorme nieuwsgierigheid van kinderen; de constante drang naar leren. Ook ik ben vaak op zoek naar nieuwe ervaringen en vaardigheden: mezelf muziek leren maken of een computerprogramma onder de knie krijgen. Afgelopen jaar heb ik veel uren achter de laptop doorgebracht. Veel aan de studie, maar ook aan het schrijven, activiteiten bedenken voor leden van VOCUS of een nieuw leerproject aangaan. Eén van die projecten het afgelopen jaar was het onderwijs zelf. Bij de Jonge Democraten, een politieke jongerenorganisatie verbonden aan D66, zette ik mij in bij de werkgroep Onderwijs & Wetenschap. Hier dacht ik samen met andere jongeren na over ideeën voor bijvoorbeeld kansengelijkheid. Hoe kunnen we met een warme schoolmaaltijd of gratis kinderopvang zorgen voor een betere toekomst voor kinderen die honderd meter voor de startstreep het leven binnenkomen? Op mijn vrij cultuurdiverse stageschool zie ik ondertussen deze kansenoorlog zijn slachtoffers afwerpen: waar het ene kind op maandagochtend uitgebreid vertelt naar welke musea, pretparken en sportwedstrijden die met diens ouders is geweest, was het andere kind al ontzettend blij dat papa dit weekend weer thuis was. Het zijn de afgetrapte sandalen die in de pauze tegen de glimmende Nikes precies hetzelfde voetbalspel spelen. Het zijn de zakjes witte boterhammen zonder korst die op precies dezelfde lunchtafel naast de bakjes fruitsalade staan. Het zijn de tientallen verschillende moedertalen in precies dezelfde kleuterklas.

Ik denk dat juist déze discussie de kracht kan zijn van veel ALPO-leerkrachten: argumenten geven met kennis uit zowel de theorie (of de politiek) als de praktijk. Maar daarnaast ook juist deze theorie toepassen óp de praktijk. Ik kan niet wachten om over een aantal jaar een eigen klas te hebben en mij helemaal in te zetten om alle kinderen voor te bereiden op hún ideale toekomst, kinderen te helpen ontwikkelen en daarbij niemand buiten te sluiten. Al gaat het dan maar over een kind of dertig in plaats van drie miljoen.

Leren volwassen worden

Tot het zo ver is wil ik vooral mezelf meer ontwikkelen. Liesbeth vroeg in haar blog wat ik bereikt wil hebben in vijf jaar. Juist deze vraag wist mij de afgelopen weken vast te houden. Welke ervaringen leren mij het meest? Zo heb ik gesolliciteerd voor een bestuursjaar als voorzitter bij VOCUS, maar ook bij de Inspraak van de ALPO en nagedacht over hoe ver ik mij nog op politiek niveau wil ontwikkelen. Daarnaast extra Pabo-vakken, commissies bij VOCUS en wil ik weer theater spelen als dat weer mag? Soms heb ik moeite met keuzes maken. Dan moet ik een stap terugnemen om te kijken naar het grote plaatje: hoe veel tijd ik nog heb, hoe veel ik nog kán doen. Uiteindelijk ben ik nog maar die jongen van zes verjaardagskaarsjes oud. En tóch probeer ik alles in één keer te doen en alles ook in één keer goed te doen. Ik denk dat veel studenten, en al helemaal ALPO-studenten, zichzelf af en toe te veel druk opleggen. Bij elke stap die je zet ontdek je drie nieuwe richtingen om op te lopen: een rollende sneeuwbal van leeraanbod. Ik denk dat veel studenten, maar ook docenten in het grotere plaatje, veel kunnen leren van dat stapje terugnemen. Die ‘helikopterview’, zoals mijn vorige praktijkopleider dat zo mooi noemde. Mijn vraag aan de volgende blogger is daarom: hoe maak jij belangrijke keuzes?

Leren in de trein

Afgelopen jaar reisde ik dus nog regelmatig af naar het Science Park voor een lesje zingen met mondkapjes of tikkertje spelen met isoleerbuizen. Tijdens de vele treinreizen ben ik het afgelopen jaar nog meer verliefd geworden op het efficiëntste medium dat de eenentwintigste eeuw ons heeft gebracht: de podcast. Zo heb ik al veel onderwijsgerelateerde interviews, verhalen en audio-essays tussen het omroepen van het volgende station beluisterd. Mijn favoriet: Het mysterie van de goede leraar. Hierin gaat Marcel van Herpen, toch wel mijn grote pedagogische voorbeeld, op zoek naar wat een goede leraar nou onderscheidt van al die anderen. Er staat ons een gek jaar te wachten. Een jaar waar we misschien een beetje moeten compenseren voor afgelopen jaar, maar waar we in ieder geval blijven leren. Waar we ons blijven ontwikkelen. Waar we blijven werken aan goed onderwijs voor iedereen.